Henk en ik ontmoetten elkaar in het aanloophuis in Alkmaar waar we een paar weken later ruimte vinden om zijn levensverhaal op te tekenen. De coördinator is er ook bij, als steuntje in de rug voor Henk.
Opgroeien in een kindertehuis
Henk is geboren in Velsen op 18 september 1954. Vanaf jonge leeftijd groeide hij op in een kindertehuis. In de weekenden ging hij naar oma waar ome Cor ook was. Met Henks vader was er geen contact. Zijn moeder kwam af en toe logeren bij oma. “Ze was een teruggetrokken vrouw. Ze was mensenschuw, eigenlijk depressief,” vertelt Henk. Hij heeft nog een broer en een zus, ook zij groeiden op in kindertehuizen en bij pleegouders. De kinderen hebben geen onderling contact.
Kinderverlamming
Een moeilijke start dus voor Henk als kind. En er kwam nóg een grote tegenslag. Als hij zes jaar is, wordt Henk getroffen door polio, kinderverlamming. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis in IJmuiden, en revalideert daarna in Wijk aan Zee. Het komt neer op een jaar lang behandeling, met gips en beugels om zijn benen, om de benen tijdens de groei in de goede vorm te houden. Alles om het zelfstandig lopen te behouden. Henk weet hoe belangrijk het is om zelf te kunnen lopen om een goed leven te kunnen leiden!
Uit die tijd herinnert Henk zich de grote zaal waar hij vaak was, en dat de mensen er aardig waren. Hij ging er ook naar school. Hij liep er met krukken. Op een zeker moment brak hij zijn been. Dat kwam weer goed, en na verloop van tijd hoefde hij geen beugels meer. Hij heeft in deze tijd zijn levensles geleerd en hard geoefend: “Doorzetten, niet opgeven. Als ik iets wil, dan gebeurt het.”
Wonen in een internaat
Na de revalidatietijd, Henk is dan een jaar of acht, gaat hij naar een jongensinternaat. Henk: “Het was toch wel een leuke tijd. Alles was goed verzorgd, de mensen waren vriendelijk. Er waren alleen veel rokers, dat vond ik niet zo prettig.” De mensen van Henks eerste kindertehuis kwamen af en toe ook wel op bezoek, en brachten fruit en snoep mee.
Als tiener gaat Henk naar een internaat in Schoorl. Daar kan hij tot zijn achttiende blijven wonen en aan activiteiten deelnemen. Je kunt er zingen, pottenbakken, er is een kantine, een keuken, een tuin. Met name in de keuken werken vond Henk leuk.
Zelfstandig wonen
Als volwassene woont Henk eerst zelfstandig in Egmond. Maar zelfstandig wonen blijkt nog een hele klus te zijn. De dagbesteding in de werkplaats van de zorgboerderij geeft structuur. Ook daar is een pottenbakkerij. Henk maakt dierenbeeldjes, hij leert weven en mozaïeken maken. Werken en schoonmaken in de keuken en de kantine geeft hem voldoening en zorgt voor een tevreden gevoel.
Henk houdt van puzzels maken uit de krant en van tv-kijken. Fietsen in de omgeving vindt hij heerlijk. Een grote vreugde is om een hond in zijn leven te hebben. Er was Lady, daarna Beppie, en nu Luna. Heerlijk gezelschap en fijn om voor te zorgen. Tijdens ons gesprek ligt Luna rustig in haar mandje. Het lieve hondje met haar leuke snoetje is een fijne huisgenoot, en een kameraad om samen de dagen mee door te brengen.
Wonen en werken op de zorgboerderij slaagt heel goed. Henk kan goed overweg met de leiding en met de andere mensen in de groep. Hij kan ook goed alleen zijn, samen met de hond. Mensen zijn leuk, voor bezoek af en toe, maar Henk houdt niet zo van vriendschappen onderhouden: “dat is zo’n geregel…”
Tevreden met het leven
Tot zijn pensioen blijft Henk op de zorgboerderij. Nu woont hij samen met zijn hondje Lady in Egmond, in een vorm van begeleid wonen. “Dat past goed bij mij,” zegt Henk. “Ik kan bellen als ik iemand nodig heb. Ik heb goed contact met de buren. Ik ga lekker fietsen wanneer ik wil, bijvoorbeeld naar Heiloo, een prachtige omgeving is dat. Of naar Heemskerk waar ik kennissen heb, of naar het aanloophuis in Alkmaar, voor de gezelligheid daar. Luna in het mandje, en lekker samen op stap.”
Henk is een tevreden mens. “Of ik denk dat ik mijzelf heb begrepen? Jazeker! Ik maak er geen zooitje van. Ik heb natuurlijk die polio gehad. Dat was hard en daardoor loop ik nu nog moeilijk. Maar ik heb leren doorzetten, dat ik het zélf moet doen. En dat ik dat kán, met passende hulp van anderen natuurlijk, zoals voor iedereen geldt. Ik hou van muziek luisteren, van Queen en ABBA tot Franz Bauer en Vader Abraham, tot Jules de Korte. Het mooiste is dat ik overal heen kan gaan, dat ik niet afhankelijk ben. Ik kan bewegen, lopen, fietsen. En ik neem geen alcohol, geen drugs en ik heb geen verkeerde vrienden… Als ik mijn leven nu een cijfer moet geven? Een negen!”
Alkmaar, januari 2026
