Marek ontvangt ons gastvrij in zijn kleine kamer. Hij ziet erop toe dat wij goede stoelen hebben. Zelf is hij gebonden aan zijn rolstoel. In goed Nederlands met een Duits/Pools accent vertelt hij over zijn leven.
In Polen
Marek is geboren in 1958 in Gryfice, vlakbij de grens met Duitsland. Hij is de oudste van het gezin en heeft twee jongere broers. Zijn vader is gewelddadig. Hij slaat zijn vrouw en kinderen. Als jong kind heeft hij het nog niet door. Later, als hij ouder wordt, begrijpt hij dat het door de alcohol komt: zijn vader is alcoholist. Als Marek zo’n zestien jaar oud is, kan hij het niet meer aanzien dat zijn vader zijn moeder slaat. Hij staat op tegen zijn vader en stuurt hem uiteindelijk het huis uit.
Zijn moeder is een aantal jaar geleden gestorven. Marek was toen al in Nederland, maar ging voor de begrafenis naar Polen. Marek vertelt: “De vrouw in de kist was niet mijn moeder. Ik wist het zeker, ook al had ik haar jaren niet gezien. Na lang aandringen ging de politie naar het ziekenhuis. Daar lag mijn moeder: ze was verwisseld met een andere vrouw. Het is goed gekomen, maar het was de ultieme horror.”
Economische crisis
Een tijd lang gaat het Marek in Polen voor de wind. Hij trouwt, krijgt drie kinderen en heeft een eigen bouwbedrijf met twee graafmachines en vijf mensen in dienst. Dan slaat de crisis toe. Er is geen werk meer. Alles komt stil te liggen. Marek moet zijn werknemers ontslaan en het bedrijf stopzetten. De crisis treft het hele land. Mensen zijn wanhopig.
Om werk te zoeken en geld te verdienen, trekt Marek naar het buitenland. Hij gaat onder andere naar Oslo in Noorwegen. Daar is wel werk, zoals bijvoorbeeld op boorplatforms, maar daar moet je Engels voor spreken en dat kan Marek niet. Hij spreekt goed Duits, maar geen Engels. Marek zou het iedereen aanraden om talen te leren. Als je talen spreekt, zoals Engels, kom je verder.
Na wat omzwervingen komt hij in Spanje terecht. Daar ontmoet hij iemand die werk voor hem heeft en Duits spreekt. Marek heeft het daar zo naar zijn zin dat hij zijn vrouw vraagt om samen met hun kinderen mee te verhuizen naar Spanje. Zijn vrouw wil dat echter niet. Ze wil niet naar een land waar ze de taal niet spreekt, ook al is het volgens Marek makkelijk om Spaans te leren. Uiteindelijk leidt dit tot een scheiding. Het contact met zijn kinderen is schaars. Hij heeft ze gezien bij de begrafenis van zijn moeder. “Mijn ex-vrouw zorgt ervoor dat ze kil tegen me doen.”
In Nederland
Na nog meer omzwervingen komt Marek via Duitsland in Nederland terecht. Hij gaat met een kennis mee die denkt dat het in Nederland makkelijker is om werk te vinden dan in Duitsland, met zijn strenge regels. Maar ook in Nederland is het moeilijk, hij spreekt immers geen Nederlands. Hij bedelt en tot zijn schaamte geven mensen hem geld. “Maar wat moest ik anders, ik had het niet te kiezen.” Gelukkig ontmoet hij een Pool die werk voor hem heeft: hij schildert onder andere het plafond van het Centraal Station.
Marek slaapt bij opvanglocaties. Op een dag drinkt hij een biertje in een kroeg en wordt daar aangesproken door een vrouw. Hij gaat die avond met haar mee naar haar huis en trekt snel bij haar in. Hij is een tijd lang gelukkig met zijn vriendin. Hoewel ze het daar wel over hebben, komt het niet van trouwen. Als zij in latere jaren dement wordt en ze veel ruzie hebben, leidt dit ertoe dat hij alles kwijtraakt. Zij beschuldigt Marek ervan haar te slaan, maar hij ontkent dit. Marek vertelt: “De reclassering heeft me alles afgepakt en me een contactverbod gegeven.”
Hij slaapt wederom bij de opvang. Daar wordt hij ziek en moet met een botontsteking naar het ziekenhuis. Marek denkt dat er een stukje van zijn voet geamputeerd moet worden, maar als hij uit de narcose bijkomt is zijn linkerbeen grotendeels geamputeerd. Dat was nodig om erger te voorkomen. Vanuit het ziekenhuis wordt hij naar de opvanglocatie gebracht waar hij nu verblijft. “Het taxibedrijf dat me reed heeft mijn spullen gestolen. Ik heb alleen nog maar één koffer.”
Veel pech gehad
Marek schaamt zich voor zijn situatie. “Ik ben alles kwijtgeraakt. Mijn bedrijf, mijn vriendin, mijn spullen, mijn been. Ik heb slechte dingen gedaan, maar het is niet allemaal mijn schuld. Ik heb ook veel pech gehad.”
Hij heeft inderdaad veel pech gehad in het leven. Toch heeft Marek zich staande gehouden door positief te blijven. “Het leven rolt onder je voeten door. Je hebt het niet te kiezen. Het is niet altijd om te lachen, maar huilen heeft geen zin.”
Als belangrijkste mensen in zijn leven noemt Marek zijn moeder, zijn Nederlandse vriendin en de dokter die hem begeleidt. Zijn vriendin zou hij graag weer zien, maar hij weet niet waar ze nu is. Marek denkt wel dat ze hem nog zal herkennen. Hij vindt het heel moeilijk dat hij een contactverbod had.
We vragen Marek als laatste of hij wel eens over zijn uitvaart heeft nagedacht. Maar hier wil hij niets van weten. Met een knipoog, maar zeer beslist zegt hij: “Ik ga niet dood. Andere mensen gaan dood, maar ik niet.”
Rotterdam, januari 2026
