Twee soorten levens
Marcel toont ons trots zijn ruime eenkamerappartement met een grote tv, computer en fraaie skaileren stoel. Hij vertelt enthousiast en uitgebreid over zijn leven, met veel handgebaren. En soms lijkt het alsof iets gisteren gebeurd is.
“Ik heb eigenlijk twee soorten levens geleid,” zegt Marcel. Een huisje-boompje-beestje- leven en een leven waarin ik in de wereld van de criminaliteit zat. Nou, ja, niet helemaal crimineel…“ Hij zegt het belangrijk te vinden dat zijn levensverhaal wordt gehoord omdat iets snel kan veranderen. “Er kunnen dingen in je leven plaatsvinden waardoor je diep kunt vallen, ondanks dat je goed geleerd hebt en goede banen hebt gehad.”
Huisje-boompje-beestje
In 1958 wordt Marcel geboren in Velp, waar hij met zijn vader, moeder, broer, opa en oma op een boerderij woont. Dat was een heerlijk vrij leven met veel ruimte, met kippen en varkens op het terrein. Als Marcel tien jaar is, moet de boerderij plaatsmaken voor nieuwbouw en het gezin komt terecht in een rijtjeshuis.
Marcels vader is loodgieter. Als jongetje van zeven gaat Marcel al met hem mee en haalt zelfstandig ketels uit elkaar. Hij pikt technische dingen snel op. Zo komt hij op vijftienjarige leeftijd terecht bij een scheepsbouwer. Hij verliest op zijn veertiende zijn vader aan alvleesklierkanker. Dat gaf hem een ‘flinke douw’.
Marcel gaat in 1979 in dienst. Hij heeft daar goed werk als monteur en haalt daar onder andere zijn groot rijbewijs. Hij vertelt met een dikke smile dat hij eens een grote takelwagen van Havelte naar Zeeland moest brengen en toen met veel bombarie door de straat van zijn moeder was gereden. Hij tekent bij en wordt twee jaar naar Libanon uitgezonden. Libanon is één grote zandbak, vertelt hij. Het zand zat overal: in je kleren, je eten, je slaapplek. Hier loopt hij patrouille als een van de witte helmen van de Verenigde Naties.
Als hij terugkomt uit Libanon, trouwt hij met zijn vriendin. Ze krijgen een zoontje.
Marcel heeft goede banen gehad in de techniek, onder andere bij Shell en AKZO, vaak ook als leidinggevende. Hij is er trots op dat hij nooit hoefde te solliciteren, hij werd altijd gevraagd.
Na negentien jaar gaan Marcel en zijn vrouw scheiden. “Het was een makkelijke scheiding. Onze zoon zal er geen last van hebben gehad. Toen we besloten uit elkaar te gaan was ik binnen drie dagen weg.” Na de scheiding besluit hij van de ene dag op de andere naar Afrika te gaan.
Een ander leven
Het ‘andere’ leven van Marcel begint in Gambia. Gambia is kleurig en druk.
Marcel start daar een taxibedrijf. Hij vertelt sappig over het relaxte leven daar; je hebt nergens vergunningen of opleidingen voor nodig. Hij start met twee taxibusjes en na twee jaar zijn dat er veertig.
Marcel trouwt opnieuw, nu met een Gambiaanse. Zij heeft een oom die de adviseur van de premier is. Die bezorgt hem een schitterend terrein met een prachtig huis. Na twee jaar verlaat Marcel het land. Hij kan niet tegen de steken van de malariamug. Hij vertrekt naar België. Via een neef krijgt hij snel werk.
Na een tijdje start Marcel met een bekende een café. “En toen begon het…” Vanuit dat café komt hij in aanraking met Thaise mensen. Marcel zet samen met hen tien massagesalons op door heel België. Hij doet ook de administratie voor een bouwbedrijfje waar hij Oost-Europese mensen in dienst neemt. “Wat is nou het geval,“ zegt Marcel, “in België kun je een paspoort krijgen als je daar twee jaar bent.” De federale overheid en de FIOD (fiscale inlichten- en opsporingsdienst) doen een inval en constateren dat er sprake is van mensenhandel. Marcel zegt: “Ik bracht geen mensen daar, die waren al in België. Maar omdat die constructie kon leiden tot een Belgisch paspoort, valt dat onder mensenhandel.” Hij wordt veroordeeld en moet een half jaar de gevangenis in.
De gevangenis
In België is het geen pretje in de gevangenis, waar je met meerdere mensen in een kleine cel zit. Omdat hij niet verslaafd is, mag hij in de keuken werken. Als beloning krijgt hij een eigen cel en de celdeur mag openblijven tot ‘s avonds 20.00 uur. Na een half jaar komt Marcel weer vrij. Eigenwijs als hij is, gaat hij terug naar de massagesalons.
Dan moet hij weer een jaar zitten. Ook nu mag hij werken en heeft hij daardoor meer vrijheid.
Na de tweede straf gaat Marcel naar Nederland en komt hij in Nijmegen terecht. Maar – weer eigenwijs – gaat hij ook weer terug naar België. Uiteindelijk betekent dat opnieuw gevangenisstraf. Na veel juridisch gedoe mag hij zijn straf in Nederland uitzitten, waarvan het laatste deel bij een zorgorganisatie in Nijmegen. In de gevangenis kan Marcel dertig uur werken en haalt hij zijn voormansdiploma. “Het was daar goed uit te houden, met een eigen luchtplaats, een kok en een keer per maand was het eten met de directie.”
Marcels houding in de gevangenis
Marcel zit een tijd vast samen met zeven moordenaars. “Ja,” zegt Marcel, “dat is vreselijk. Maar ik oordeel niet. Dat is jouw straf, die moet jij uitzitten. En ik moet mijn straf uitzitten en voor de rest helemaal niks. Ik ben namelijk geen rechter. Ik ga een medegevangene niet veroordelen, want wie ben ik, die zelf ook veroordeeld is. Je moet je gewoon neutraal opstellen en dan maak je gelijk goede vrienden.“
Die houding waarderen zijn medegevangenen en zijn bewaarders die hem trakteren op biefstuk en sinaasappelen. Hierbij kijkt Marcel met een vergenoegde blik. Als hij uit de gevangenis is, heeft hij binnen een half jaar een bewijs van goed gedrag en zeden. De minister stuurt hem een brief waarin hij hem prijst omdat hij zo vlug een staat van verdienste heeft. Marcel is trots dat hij zich zo goed in de gevangenis gedragen heeft.
Familie
Marcels moeder, stiefvader en zus overlijden in de tijd dat Marcel in de gevangenis zit. Hij is er niet van op de hoogte omdat zijn adres niet bekend is. Daarom is hij dan ook niet bij de uitvaart. Natuurlijk vindt Marcel het vervelend dat hij geen afscheid van zijn moeder heeft kunnen nemen, maar dat is overmacht. Zijn broer en zijn zoon ziet hij niet meer. Hij ontmoet ze na zijn gevangenistijd allebei een paar keer, maar de gesprekken lopen vast. “Als het niet lukt… ik heb zelf ook nog een leven.”
Het derde leven
Marcel is nu vijf jaar vrij. Hij heeft al die tijd bij de zorgorganisatie in Nijmegen gewoond en zal dat blijven doen. Hij is heel tevreden met hun hulp. Ook heeft hij met veel overtuiging geregeld dat alles in zijn leven nu op rolletjes loopt. Hij vertelt dat hij niet ‘buiten’ kan leven. Hij heeft begeleiding en structuur nodig. Daarom is hij zo blij met de zorg. Als hij ‘buiten’ is, is de verleiding groot en kan hij makkelijk een ‘fout’ handeltje beginnen. “Waarom ik niet buiten kan wonen, heb ik nooit begrepen.” Tot hij forensische psychiatrische zorg kreeg. “Ik heb daar allerlei testen gedaan. Nou blijkt het: ik ben van huis uit getrouwd. Ik heb nooit geleerd om alleen te wonen en daar zit de clou. Ik kan niet voor mezelf zorgen. Dat gaat niet. Ik kan prima leven in een instelling zoals deze. Hier kan ik perfect alles doen. Dit is mijn thuis.”
Eigenlijk heeft Marcel na de twee levens die hij heeft gehad een derde leven. Een nieuw soort huisje-boompje-beestje-leven.
Terugblik
Marcel kijkt niet negatief terug op zijn leven. Hij heeft van alles geproefd. Hij heeft dan wel in de gevangenis gezeten, maar hij heeft daar bijzondere dingen beleefd. Ook vindt hij dat hij veel goeie mensen is tegengekomen en daar is hij blij mee.
Levensmotto
“Ik ben streng katholiek opgevoed en ik doe er niks mee. Maar waarden en normen staan bij mij heel hoog in het vaandel. Dat moet ook. Anders had ik nooit zo ver kunnen komen als waar ik nou ben. Da’s onmogelijk.”
Tenslotte wil Marcel nog kwijt: “Het gaat erom dat ik zelf alle goeds op de rit heb staan, dat is voor mij het allerbelangrijkste. Wat eromheen zit, is leuk maar geen doel voor mij.”
Wat hij ook belangrijk vindt: “Je moet er zelf wat van maken. Je kunt een tabletje nemen maar dat lost geen problemen op. Iedereen kan je helpen, maar jij bent degene die het moet doen.”
Nijmegen, januari 2026
