“Die schizofrenie is als een trui die veel te strak zit.”

Opgetekend door: Dorine Steenbergen

Het levensverhaal van Lotfin

Niet achteromkijken 

Lotfin (1973) is een opgewekte, verzorgde man die op zijn dagelijkse ronde door Arnhem graag de dagopvang voor dak- en thuislozen aandoet. Wie hem aanspreekt, hoeft niet bang te zijn dat het gesprek stokt. Hij is doorgaans goedgemutst en geeft graag antwoord op je vragen. Maar om eerlijk te zijn heeft hij een hekel aan achteromkijken. Dus liever niet eindeloos gaan zitten graven in zijn verleden. “Waarom? Dat is voorbij.”  

Die weerstand is er omdat hij, vanwege zijn ziektebeeld, in de loop van zijn leven al veel te vaak is doorgezaagd over zijn achtergrond.  Hij beperkt zich dus tot het hoognodige. “Ik ben de zoon van migranten. Mijn vader en moeder, afkomstig uit het grensgebied van Marokko met Algerije, kwamen als gastarbeider naar Hoorn, in Noord-Holland. Daar ben ik geboren, als vierde in een gezin van vier meisjes en drie jongens.”  

Islamitische slagerij 

Toen Lotfin twee jaar was, verhuisde het gezin naar Arnhem. Vader begon daar een goedlopende islamitische slagerij in het Spijkerkwartier. Dat was toen al een gemixte culturele wijk. Het gezin woonde aan de rand van Klarendal, op de plek waar later het fameuze Girokantoor verrees. “We waren traditionele moslims. Maar niet fanatiek. Onderling spraken we Nederlands. Al beheersten we ook het Arabisch en het Berbers.” 

Er volgde een normale, veelbelovende jeugd. Lotfin bezocht de lagere school en op zondag de Marokkaanse school. Hier werd hij onderwezen in de Koran en in de eigen taal en cultuur. “Ik was een gemiddelde leerling”, benadrukt hij. “Geen hoogvlieger.” Hij herinnert zich de lange zomervakanties naar familie in Marokko; met het hele gezin in de auto met bovenop de imperiaal, volgeladen met cadeautjes. 

Opleiding en vervolg 

Lotfin volgde de mavo en havo en daarna ging hij in Utrecht naar de HEAO. Hij ging er op kamers. Hij kreeg een paar keer verkering. Maar na verloop van tijd openbaarden zich de verschijnselen van de ziekte waar hij nog steeds mee kampt. “Ik kreeg wanen”, is het enige wat hij erover kwijt wil. Een specialist in het ziekenhuis stelde de diagnose ‘affectieve schizofrenie’. Van afronding van de HEAO kon geen sprake meer zijn.  

Lotfin leefde zelfs enige tijd op straat. Hij zwierf door wereldsteden als Berlijn, Hannover, Antwerpen en Düsseldorf en kwam uiteindelijk terecht in een huis voor begeleid wonen.  

Alweer geruime tijd geleden, toen zijn beide ouders nog leefden, kwam hij terug naar Arnhem. Tot aan haar dood, drie jaar terug, bezocht Lotfin zijn moeder twee keer per week. “Een hele lieve vrouw.” Ja, hij mist haar. “Maar wat kan je daaraan doen? Die dingen gebeuren nou eenmaal.” Met zijn broers en zussen heeft hij af en toe contact. Ze wonen met hun gezinnen in de wijde regio. 

Kledingbeurs 

Ondanks zijn ziektebeeld – “die schizofrenie is als een trui die veel te strak zit” – prijst hij zich gelukkig met een bescheiden woning en een uitkering. Inmiddels leeft hij alweer zes jaar zelfstandig en aan dat ‘binnenleven’, zoals hij dat zelf betitelt, is hij ondertussen gewend geraakt. Dankzij medicijnen weet hij zichzelf ‘in balans’ te houden.  

Hij gaat graag naar de kledingbeurs waar hij voor weinig geld soms mooie spullen op de kop tikt. “Deze trui bijvoorbeeld”, wijst hij trots aan. Of hij gaat naar het station en pakt de trein, zomaar ergens naartoe. Thuis kijkt hij tv of draait hij muziek “House, pop, top 40.” En overdag is hij voor zijn natje en droogje een graag geziene gast in de opvang.  

Het beeld rijst op van een tevreden man, die bij voorkeur leeft in het nu. 

Arnhem, februari 2026 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *