Hij leefde op straat, zonder papieren, zonder zekerheid. Tweeëntwintig jaar lang kon Solomon niet slapen en was overleven zijn enige doel. Nu heeft Solomon eindelijk papieren, een bed en iets wat nog belangrijker is: een veilige plek.
Leven in overlevingsstand
Het verhaal van Solomon is een verhaal van kracht en moed. Van niet opgeven. Weten waarvoor je vecht. Alles achterlaten om opnieuw te beginnen. En dat 22 jaar lang, iedere dag opnieuw, overleven in een land waar je de taal niet spreekt. Waar je geen vrienden of familie hebt. Waar je alleen bent. Waar je op straat moet leven omdat je illegaal bent. Waar je het voor het eerst in je leven koud hebt, zo koud dat je het hebt over de ijstijd. Waar je je niet veilig voelt en niet kunt slapen. Maar opgeven doet Solomon niet. De hoop op een beter leven houdt hem op de been, samen met het geloof in God. Want God zal hem uiteindelijk naar een beter leven leiden.
Zoektocht naar veiligheid
Solomon heeft een open, zachte en vriendelijke uitstraling. Zodra hij begint te vertellen, voel je direct de zwaarte van zijn levensverhaal. Hij is een man die al te veel heeft gezien voor één leven, maar die ondanks alles rechtop blijft staan. Zijn stem is soms zacht, soms gehaast, alsof de herinneringen te pijnlijk zijn om lang bij stil te blijven staan.
Het verhaal van Solomon start in 1971 in Ethiopië, een land dat de afgelopen decennia getekend is door oorlog, politieke onderdrukking en armoede. Hij groeit op als enig kind bij zijn ouders. Naar school gaat hij niet. Maar zonder enige opleiding komt Solomon aan het werk bij het ministerie van defensie. Hij is soldaat, maar moet uit het land vertrekken wanneer de oorlog grimmig wordt. Veiligheid is in zijn land geen vanzelfsprekendheid meer. “De dood lag overal op de loer. Een leven had in Ethiopië geen waarde meer,” zegt Solomon met een verbeten gezicht. Sindsdien zoekt hij voortdurend naar een plek waar hij zonder angst kan ademen en slapen.
Leven zonder papieren
Zijn zoektocht naar veiligheid brengt hem naar verschillende landen. Uiteindelijk komt hij in 2003 in Nederland terecht en hij hoopt hier veiligheid en stabiliteit te vinden. Zijn asielverzoek wordt afgewezen en hij belandt zonder papieren op straat. Hij moet voortdurend alert zijn op problemen met de politie en de overheid. “Het leven op straat is moeilijk. Ontzettend moeilijk”, vertelt Solomon. Vooral de winter, of de ijstijd zoals Solomon het noemt. Hij is de kou niet gewend en heeft weinig warme kleding. Een slaapplek vinden, valt niet mee. Hij mag nergens buiten slapen, dus hij slaapt veel in de tram en trein. Maar overal wordt hij weggestuurd.
In Amsterdam
Ook in Nederland heeft Solomon voortdurend te maken met wantrouwen, controles door de politie en de strijd om zijn identiteit en verblijfstatus te bewijzen. Zonder paspoort en papieren is hij nergens iemand, heeft hij geen rechten. Geen huis, geen baan, geen toekomst. Hij bestaat, maar in de ogen van de autoriteiten is hij onzichtbaar. Het is de rode draad in het overleven van Salomon: het gemis van zoiets eenvoudigs als een kaart met je naam en foto. Ook zijn tweede asielaanvraag wordt afgewezen, ondanks zijn vele bewijzen dat hij niet terug kan naar Ethiopië. Solomon voelt zich niet gehoord en raakt verstrikt in een wirwar van regels, advocaten en rechtbankzaken.
Hij zwerft rond op de Wallen in Amsterdam. Daar heeft hij inmiddels wat dakloze vrienden uit Afrika. Hij ontdekt een aantal plekken waar hij kan slapen zoals bij een inloophuis. Bij een hostel ontmoet hij een bijzondere vrouw uit Israël. Zij regelt wat eten, kleding en zelfs een telefoon voor hem in ruil voor wat schoonmaakwerk. “Solomon is blij! Geen honger meer,” vertelt hij met een glimlach op zijn gezicht. Maar dat hij geen paspoort en identiteitsbewijs heeft, is een terugkerend probleem in zijn leven. Hij kan zich niet registreren, geen recht halen bij instanties en hij kan niet werken. Dit geeft hem het gevoel dat hij nergens echt bij hoort.
God grijpt in
In 2019 lijkt het erop dat zijn verhaal abrupt zal eindigen. Solomon krijgt te horen dat hij Nederland moet verlaten. De beslissing voelt als een doodvonnis. Terugkeren naar Ethiopië is voor hem geen optie. Hij weet via Facebook dat ze nog altijd naar hem op zoek zijn. Terugkeren betekent zijn dood. Hij is wanhopig. En dan gebeurt er iets wat alles verandert: de wereld gaat op slot door corona. Vluchten worden geannuleerd, grenzen sluiten en de uitzetting wordt uitgesteld. Wat voor velen een donkere tijd wordt, betekent voor Solomon onverwacht een tweede kans. “Ik weet zeker dat God hierachter zat,” zegt Solomon al wijzend naar de lucht.
Een tweede kans
Solomon belandt weer op straat. Op een dag wordt hij op een bankje in een park aangesproken door meneer B. Hij spreekt met Solomon over God en geloof. En door dit simpele gesprek zal Solomons leven compleet veranderen. Hij kan als vrijwilliger aan de slag. Dit geeft hem houvast en een netwerk. Hij krijgt weer hoop. Meneer B. zet zich in om Solomon aan documenten te helpen.
Ondertussen maakt Salomon zich zorgen over zijn familie en andere naasten in Ethiopië. Zij gaan gebukt onder armoede en geweld. Het gemis en de angst om hen nooit meer terug te zien, drukken zwaar op Salomon. Hij weet niet hoe het met zijn ouders gaat en of zij nog in leven zijn. Hij hoopt ze samen met het Rode Kruis te kunnen traceren.
Ondanks alle tegenslagen in Nederland blijft Solomon hoopvol dat hij papieren krijgt en een normaal leven kan gaan leiden. Een eigen kamer, een veilige straat, zonder angst de toekomst in te kijken. En dan na 22 jaar komt er eindelijk verlossing. Solomon zit in de trein wanneer meneer B. hem belt. “Het is gelukt! Je krijgt een paspoort!” Solomon kan zijn geluk niet op. Hij krijgt een appartement toegewezen. Hij is niet langer illegaal en niet langer dakloos.
Een nieuw begin
Inmiddels woont Solomon in een mooi appartement, schaars ingericht en brandschoon. Hij kan het nog niet goed geloven. “Het is een wonder!”, zegt hij. Hij leert nu de Nederlandse taal en dus ook lezen en schrijven. Hij wil graag aan het werk. Het liefst met oudere mensen. Maar ook in de haven van Rotterdam werken lijkt hem wel wat. Een echt plan heeft hij nog niet. Maar hij vertrouwt erop dat het goedkomt.
Nog niet compleet
Ondanks dat Solomon heel gelukkig is op dit moment, mist hij zijn familie vreselijk. Hij hoopt zijn ouders terug te vinden en zijn dochter weer te zien die in Eritrea woont. Hij wil haar naar Nederland halen en een veilig thuis geven. Maar de aanvraag is afgewezen omdat zij te oud is. Het raakt hem diep. Maar opgeven doet hij niet. Dat heeft hij nooit gedaan. Zijn geloof en zijn veerkracht houden hem overeind.
Het belang van vrijwilligers
Zonder de lieve vrijwilligers van de kerk en Vluchtelingenwerk had het leven van Salomon er heel anders uitgezien. Zijn stem beeft even wanneer hij zegt: “Zonder hen, had ik het nooit gered.” Meneer B. die hem een hand gaf toen niemand dat deed. De vrijwilligers van Vluchtelingenwerk, die hem leerden vertrouwen op een land dat hem zo lang had afgewezen. En zijn huidige begeleider die hem helpt met alles wat nieuw en ingewikkeld is. “Zij zijn mijn familie,” zegt Solomon. Voor mensen als Solomon maken hulpverleners het verschil tussen overleven en leven.
Eindelijk slapen
Het verhaal van Solomon is een verhaal van pijn en verlies. Het is het verhaal van iemand die jarenlang heeft moeten overleven en telkens weer werd bedreigd door geweld, verlies en bureaucratische obstakels. Maar ook een verhaal van veerkracht. In elke zin hoor je zijn vastberadenheid: de wens om te bestaan, gezien te worden en ooit opnieuw te beginnen.
Solomons dagen kennen weer een ritme. Voor het eerst in 22 jaar voelt hij zich veilig, in zijn eigen huis, omringd door stilte in plaats van angst. Hij is dankbaar, elke dag opnieuw, voor iets wat voor velen vanzelfsprekend is: een dak boven zijn hoofd, papieren op zijn naam, en een toekomst die openligt. Na alles wat hij heeft doorstaan, is Solomon het levende bewijs dat hoop niet sterft. “Na 22 jaar kan ik eindelijk weer slapen.”
Amsterdam, maart 2026
