Ik ontmoet Artie (1947) in een zorginstelling in Beekbergen, waar zij al 21 jaar woont. Haar leven ging niet over rozen. Tot haar 28e jaar was ze gelukkig. Door het overlijden van haar man, met wie ze een zeer liefdevolle relatie had, kwam er een kentering in haar leven.
Kindertijd en jeugd
Artie is geboren in Veenhuizerveld, een gehucht in de gemeente Putten op de Veluwe. Het gezin bestond uit zeven mensen: vader, moeder, twee broers en twee zussen. Artie is de oudste dochter, genoemd naar haar oma Aartje. Haar vader was fabrieksarbeider in Ede. Hij reisde met de bus heen en weer. Het was een zwaar leven. Haar moeder was huisvrouw en zorgde voor de kinderen. Artie vertelt: ”Wij waren thuis niet gelovig. Het was een warm, gezellig gezin. Mijn ouders vertelden ’s zaterdagsavonds verhalen over vroeger. We maakten als kinderen hier veel grapjes over.” Het contact met de broers en zussen is altijd goed geweest. Twee zijn er inmiddels overleden.
Na de lagere school in Veenhuizerveld ging ze op de fiets naar de huishoudschool in Putten. “In het begin vond ik dat eng. Ik was een verlegen meisje.” Vol trots vertelt ze dat ze na schooltijd boodschappen moest meenemen uit Putten en ze groeide van de verantwoordelijkheid die ze toen al kreeg van haar moeder. Ook op school durfde ze steeds meer te zeggen, omdat daar ook positief op gereageerd werd door een lerares. Thuis moest ze, als oudste meisje, vaak oppassen op de jongere kinderen. Dat vond ze leuk.
Werk en huwelijk
Na de huishoudschool ging Artie werken in een bakkerij. Daar had ze het goed naar haar zin. Op haar achttiende werd ze door haar ouders gestimuleerd om de wijde wereld in te gaan. ”Ik stak de stoute schoenen aan en ging als dienstmeisje werken bij een huisarts in Utrecht. Ik woonde bij hen op kamers. Het waren hele lieve mensen. Ik vond het zo heerlijk in de stad.” Eén van hun kinderen was een bekende actrice. Ook bij haar werkte ik weleens thuis. Wat was ik trots.”
“Mijn man leerde ik kennen, omdat hij mij Duitse les gaf. Ik was een ondernemende jonge vrouw en wilde graag naar Duitsland, waar hij drie jaar had gewerkt als fotograaf voor een Duitse krant. Hij vroeg mij een keer mee uit en zo is onze liefde gegroeid. Later vroeg hij me ten huwelijk en toen ik 21 jaar was ben ik met hem getrouwd. Hij was toen 25 jaar.”
Stralend vertelt ze over de huwelijksdag in Utrecht. Alle ambtenaren stonden in een boog in de hal waar ze tussendoor liepen. Ze kregen een speciale behandeling, omdat ze allebei bekend waren als fotografen van bruidsparen. Haar man had haar inmiddels het fotografievak geleerd. En passant vertelt ze dat hij haar altijd heel liefdevol “wijffie” noemde.
Het leven met haar man
“We hadden een eigen zaak in bruids- en kinderfotografie. In het begin was ik erg verlegen, maar mijn man heeft me over de drempel geholpen om zelfstandig reportages te maken. Van een groot bouwbedrijf kregen we de opdracht om de bouw van winkelcentrum Hoog Catharijne te fotograferen.” Vooral haar man was erg trots op deze opdracht. Ze kwamen er zelfs mee op televisie. Haar man stond bekend als een ontzettend ondernemende man, die zijn opdrachten tot een goed einde bracht. Maar helaas, deze opdracht niet. Het noodlot sloeg toe: hij kreeg een hersentumor die niet te genezen was.
Winkelcentrum Hoog Catharijne werd groots geopend door prinses Beatrix. “Heel troostend voor mij was dat zij haar bewondering uitsprak dat ik ons gezamenlijke werk na het overlijden van mijn man had afgemaakt. Ik had hem dat ook beloofd. Ik moest. Hij had zoveel goeds in zich, dat heeft mij heel sterk gemaakt.”
Haar man overleed op 32-jarige leeftijd. Op het laatst werd hij blind en wilde niet langer leven. Door het huwelijk met haar man was Artie katholiek geworden. Ze hadden veel contact met een pater. Daar voelden ze zich allebei prettig bij.
Bij zijn vader, die ook overleden was aan een hersentumor, had hij de aftakeling gezien. Hij zei ook: “Artie, ik wil je niet langer tot last zijn.” Ik was voor hem zijn droomvrouw. Het was heel zwaar voor haar en ze werd opstandig: “Waar had ik dit aan verdiend? Ik had zo’n prachtige man en we hadden samen zulk heerlijk werk. Door schade en schande ben ik er doorheen gekomen.”
Artie bloeit op als ze vertelt dat ze vlak voor zijn dood nog samen met zijn zus en zwager naar de Verenigde Staten zijn geweest, waar een oom en tante woonden. Hij wilde dat graag en ze hebben daar een schitterende tijd gehad. Artie en haar man wilden graag kinderen, maar dat lukte niet omdat hij onvruchtbaar was. Dit is ook heel moeilijk voor hen geweest om dit te accepteren.
Moederschap en alcoholgebruik
De kinderwens van Artie bleef na het overlijden van haar man bestaan, terwijl ze absoluut niet meer wilde trouwen. Ze kreeg een goede relatie met haar chef toen ze taxichauffeur was en heeft tegen hem gezegd dat ze heel graag een kind van hem wilde. Hij was getrouwd en had twee kinderen, maar dit stond niet in de weg. Zo heeft Artie haar zoon gekregen, die is vernoemd naar de vader. De opvoeding heeft ze alleen gedaan, wat niet altijd gemakkelijk is geweest. Wel kreeg ze veel steun van haar schoonmoeder: “Een schat van een vrouw.” Toen haar zoon nog op de lagere school zat, is hij ruim een jaar bij haar ouders geweest en vanaf ongeveer veertienjarige leeftijd ging hij naar een internaat. Zij en haar zoon hielden het beiden niet meer vol, wat te maken had met haar alcoholgebruik. Ze heeft toen beide keren hulp gezocht, maar viel steeds weer terug wat betreft haar gebruik. Op advies van de psychiater is ze samen met haar zoon in Putten gaan wonen. “Dit was voor mij een hard gelag, want ik moest mijn geliefde stad verlaten. Voor mijn zoon was het goed. Hij ging in Nijkerk naar school en is altijd in Putten blijven wonen.” De ouders van Artie waren blij dat ze weer in Putten kwam wonen. Artie ging bij haar moeder in de huishouding werken en bij haar vader in de moestuin. Verder deed ze vrijwilligerswerk bij ‘ouden van dagen’. Door de gevolgen van het alcoholmisbruik lukte een vaste baan niet meer.
De wens om terug te gaan naar Putten
Haar zoon trouwde en heeft nu een dochter van zestien en een zoon van veertien. Hij wil nooit meer in een stad wonen. Ze vinden het zo heerlijk in Putten. Nadat hij uit huis ging was Artie weer alleen. Iets wat ze heel moeilijk vond. “Ik moet op iemand terug kunnen vallen.” En zo is ze 21 jaar geleden in deze zorginstelling in Beekbergen komen wonen. “Ik bouwde hier al snel een vriendschap op met een andere bewoonster. Met kerst is ze overleden. Ik mis haar erg.”
Sinds kort heeft Artie zich met behulp van haar zoon ingeschreven bij een zorgcentrum in Putten. “Ik heb er zin in om naar Putten te verhuizen, want ik mis mijn zoon en kleinkinderen. Daar wil ik meer van genieten.”
Beekbergen, april 2026
