“Super dat ik zonder angst kan opstaan en op straat niet meer om mij heen hoef te kijken.”

Opgetekend door: Judith de Jong

Het levensverhaal van Rekha

Van Paramaribo naar Amsterdam 

Rekha is in 1972 geboren in Paramaribo. Maar aan die tijd in Suriname heeft ze geen herinneringen. Zij was zes jaar oud toen zij naar Nederland verhuisde met haar vader en moeder, een jaar oudere broer en haar kleine zusje. Haar vader vond werk in Lelystad en dus gingen zij daar wonen.  

Rekha was dertien toen haar ouders gingen scheiden. Vader vertrok naar Rotterdam en moeder heeft de kinderen opgevoed. Zij was een ‘thuisvrouw’. Het gezin leefde van een bijstandsuitkering en moeder zorgde voor eten en kleding. Wat dat betreft kwamen de kinderen niets te kort. Maar ze vroeg nooit hoe het met hen ging, bijvoorbeeld op school. Ze kwam ook nooit naar ouderavonden. De communicatie tussen Rekha en haar moeder was moeizaam. Ze hadden vaak bonje. Ze vond dat haar moeder haar broer voortrok. Ze is verschillende keren van huis weggelopen. Ze was wel veeleisend en wilde mooie kleding die haar moeder voor haar maakte. Later naaide ze haar kleren zelf. Ze was en is creatief, houdt van haken en tekenen.  

Verliefd en getrouwd 

Op haar achttiende werd Rekha zwaar verliefd. Het was wederzijds, ze gingen veel uit, naar discotheken, dansen. Haar moeder en zijn ouders waren tegen de relatie omdat ze uit verschillende kasten kwamen. En dat is onder Hindoestanen een probleem. Daarbij was zijn familie streng religieus en was Rekha daar niet mee opgegroeid. Maar Rekha wilde weg van huis en vrij zijn. Ze trouwden en vertrokken naar Amsterdam. “Dat was de grootste vergissing van mijn leven,” zegt ze nu. Haar man ontpopte zich al snel tot een jaloerse bruut die zijn vrouw mishandelde. Het begon al voor de geboorte van hun eerste dochter, maar Rekha bleef. Ze kregen twee dochters en een zoon. 

Rekha zag haar moeder pas weer na een jaar, toen zij zwanger was van haar eerste dochter, negentien was zij toen. Maar haar man had een hekel aan haar moeder. En Rekha kon absoluut niet opschieten met haar schoonfamilie.  

Werken en huiselijk geweld 

Rekha stopte met de mavo na de derde klas. Maar het kostte niet veel moeite om aan het werk te komen. Ze werkte eerst via een uitzendbureau, later in een tweedehands kledingwinkel. Dat vond ze heerlijk, niet alleen omdat het gezellig was maar ook omdat ze dan even uit huis was en kon ontspannen. Want de mishandeling ging maar door. Regelmatig vluchtte ze naar een opvanghuis. “Ik heb alle opvanghuizen van het land gezien,” vertelt ze. Maar ze kwam altijd weer terug. Ze bleef werken. Dat was haar houvast.  

Ze kreeg een vaste baan als supervisor in het callcenter van KLM voor vluchtreserveringen. Ze werkte veel, ook in het weekend. Helaas verhuisde het kantoor naar Leeuwarden en heen en weer reizen bleek niet te doen. Rekha kreeg ontslag met een afkoopsom en een aanbeveling van haar supervisor. Zij kreeg direct een baan bij een verzekeringsmaatschappij, ondanks het feit dat ze geen verstand had van verzekeringen. Ze heeft er lange tijd en met plezier gewerkt. “Op mijn werk was ik een heel ander persoon maar als ik naar huis moest…” De situatie thuis deed uiteindelijk de das om. Ze kon niet meer, geestelijk en lichamelijk was ze kapot. En ze schaamde zich ook voor al haar blauwe plekken en haar ‘jampotogen’. Ze kwam in de ziektewet en is nooit meer aan het werk gegaan.  

Eén keer is Rekha drie maanden van huis geweest. Haar zoon werd op zijn vijfde jaar uit huis geplaatst om hem te beschermen tegen al het geweld. Hij kwam daarna bij zijn opa en oma in huis, de schoonouders van Rekha. De meiden, toen vijftien en dertien, bleven thuis maar ook zij zijn vaak opgevangen door opa en oma. “Ik had een hekel aan mijn schoonouders maar voor mijn kinderen zijn zij altijd heel goed geweest.” 

De mishandeling bleef doorgaan. De politie deed niets meer en zei: “Je moet naar een opvanghuis.” Ook de buren hadden er meer dan genoeg van. Als ze ‘s nachts het huis uit gegooid werd, ging ze op een bankje in het park slapen, of in de bosjes. Als haar man het dan weer goed wilde maken ging hij eten halen, en drank. Zelf dronk hij niet. Maar Rekha ging steeds meer drinken. Dat leverde haar een zware alcoholverslaving op.  

Ontspanning en hersenbloeding 

Uiteindelijk heeft ze met hulp van het maatschappelijk werk een woning gevonden. Ze was de koning te rijk. Ook omdat ze 45.000 gulden terugkreeg van het UWV vanwege een niet-uitgekeerde ziektewetuitkering. Helaas gaf haar dochter het adres door aan haar man. Die kwam en sloeg haar ramen in. Ze was er niet meer veilig. Ze dook onder bij vrienden maar ging uiteindelijk toch weer naar huis terug. 

Haar man is vijf jaar geleden overleden. Zij vond hem dood in zijn slaapkamer. Ze was opgelucht. Ze verhuisde naar een zelfstandige woning van het Leger des Heils in Amsterdam-Noord en voelde zich, voor het eerst sinds lange tijd, op haar gemak. “Super dat ik zonder angst op kan staan en op straat niet meer om mij heen hoef te kijken.” Ze werd ook behandeld voor haar alcoholverslaving en is nu al jaren clean.  

Rekha heeft door alle spanningen verschillende keren een hersenbloeding gehad. Vorig jaar was het weer zo ver. Ze moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Ze was er slecht aan toe. Ze kon zichzelf niet meer douchen, moest opnieuw leren lopen en praten. Inmiddels is ze weer opgeknapt. Ze loopt weer, zij het met een rollator. Ze doet haar boodschapjes bij de Dirk want het eten in de woonvoorziening vindt ze niet geweldig. Ze is vaak op haar kamer. Daar heeft ze rust en wordt ze niet lastiggevallen door andere bewoners.  

Contact met familie 

Rekha heeft niet veel contact met haar familie. Haar vader is overleden, haar moeder spreekt zij af en toe. Die band is er niet beter op geworden toen haar moeder een seksueel getinte relatie kreeg met haar man. Rekha kan goed opschieten met haar broer en schoonzus. Haar zus is zij uit het oog verloren. “Die heeft een hele andere levenshouding.” 

Wat betreft haar kinderen, heeft ze alleen nog met haar oudste dochter contact. Met haar tweede dochter en haar zoon heeft zij nare ervaringen. Haar tweede dochter verloor haar zoon in een auto-ongeluk waarbij zij aan het stuur zat. Daarna is de relatie met haar man verstoord geraakt en is zij zelf in de vernieling geraakt. Zij heeft altijd geldnood en heeft de rekening van haar moeder geplunderd.  

Haar zoon werd te brutaal en wilde haar de les voorschrijven. Hij heeft haar zelfs een keer gedrogeerd. Hij beschouwt haar niet als zijn moeder omdat hij door zijn grootouders is opgevoed.   

Kijk op het leven 

Rekha heeft na alles wat zij heeft meegemaakt een heel andere kijk op het leven gekregen. “Dit is het leven wat ik heb en ik probeer er wat van te maken. ’t Is zoals het is. Ik ben toe aan een nieuwe stap: weer zelfstandig wonen, hier in Amsterdam-Noord.” 

Amsterdam, mei 2026 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *