“Door schade en schande wordt men wijs.” 

Opgetekend door: Nanna Rodrigues de Miranda. Foto: Hans de Groot.

Het levensverhaal van Rico

Rico is een 61-jarige man met grote blauwe ogen. Trots laat hij in zijn appartement een foto van zijn kleinzoon zien. Aan de muren hangen posters van Bruce Springsteen en andere bands. Hij is blij dat hij eindelijk de rust heeft gevonden om zijn levensverhaal te vertellen – ook zodat zijn kleinzoon het later kan lezen. Het is een verhaal van vallen en opstaan. Van fouten maken en leren. Maar bovenal is het een verhaal over de kracht van doorzettingsvermogen en de moed om hulp te vragen. 


Een gezin met een bewogen geschiedenis 

Rico is de tweede zoon in een gezin van vier kinderen. Zijn opa kwam uit Italië, zijn oma uit Zwitserland. Zijn vader werd geboren in Indonesië, tijdens de Japanse bezetting. Hij groeide op in een Jappenkamp. Daar had hij veel nare herinneringen aan. In de jaren zestig verhuisde zijn vader naar Nederland en werd in Volkel gestationeerd als beroepsmilitair. Daar leerde hij Rico’s moeder kennen. 

Een rommelige start 

Al snel trouwde het stel en vestigde zich in een rijtjeshuis. Kort daarna werd Rico’s oudste broer geboren. Na twee jaar verhuisde het gezin opnieuw, omdat Rico’s vader werd overgeplaatst naar een militaire basis in Duitsland. Daar werd Rico in 1965 geboren. In 1967 verhuisde het gezin naar een basis in Twente, waar Rico’s jongere broertje werd geboren. Vader greep regelmatig naar de fles. Drie jaar later vertrok het gezin opnieuw naar Duitsland, waar zijn jongste zusje werd geboren. Toen Rico zeven was, verhuisde het gezin definitief terug naar Uden. Zijn vader was inmiddels gestopt met drinken. 

Een onrustige jeugd 

Op zijn nieuwe school in Nederland kon hij zijn draai niet vinden. Zijn concentratieboog was kort en leren ging hem niet gemakkelijk af. Rond zijn achtste levensjaar werd hij overgeplaatst naar een school voor moeilijk lerende kinderen. Daar voelde hij zich op zijn gemak. Rico vertelt: “Veel kinderen uit mijn klas kwamen van het ‘kwartjesvolk’. Dat betekende dat de ouders een lager niveau hadden. Iedereen bij ons thuis had daar een mening over.” 

Als zijn oudere broer thuiskwam, waren de ouders vol lof. Over Rico’s vriendjes en hun ouders werd echter negatief gesproken. Rico voelde zich achtergesteld en begon zich te verzetten. 

“Vroeger deed ik alles met mijn vader, maar hoe ouder ik werd, hoe opstandiger ik me gedroeg. Ik deed juist mijn best!” Hij kreeg vaak straf of een pak rammel van zijn vader. Zijn moeder zag het aan, maar voelde zich machteloos. 

Jeugd met hindernissen 

Na de school voor moeilijk lerende kinderen wilde Rico graag naar de lagere technische school, maar dat niveau haalde hij niet. Op zijn twaalfde ging hij naar het individueel technisch onderwijs, omdat hij duidelijk aanleg voor techniek, maar moeite met leren had. De negatieve feedback op deze school stuitte hem tegen de borst en Rico werd recalcitrant. “Tja, elk vogeltje zingt zoals het gebekt is. Een school kan hier geen verandering in aanbrengen.” 

Op deze school moest je in de pas lopen, anders volgden er klappen. Rico weigerde zich aan te passen en sloeg terug. Dit nam zulke extreme vormen aan dat hij op zijn zeventiende van school werd gestuurd. Zijn vader was woest en dacht dat Rico thuis ‘op zijn zak zou gaan teren’. Hij stuurde Rico naar een kippenslachterij in de buurt. Op weg daarnaartoe werd Rico op zijn brommer aangereden en brak zijn been op drie plekken. Zijn vader was in alle staten. De twee jaren die volgden kenmerkten zich door foute vrienden en veel blowen. 

Dienst en toen…drugs 

Toen Rico negentien was, regelde zijn vader een plaatsing voor hem op een kazerne in Duitsland. Met tegenzin begon hij aan zijn dienstplicht én een handeltje in drugs. Net voordat zijn diensttijd erop zat, kreeg de Marechaussee hier lucht van en Rico werd oneervol ontslagen. Hij moest twee maanden de gevangenis in. Toen hij vrijkwam eiste zijn vader dat hij zo snel mogelijk ging werken. 

Maar Rico trok in een flatje van de woningbouwvereniging, samen met drie vrienden uit zijn pubertijd. Zij waren aan de heroïne verslaafd geraakt. Nieuwsgierig geworden, probeerde hij het ook. “En toen sliep ik opeens veel beter. Het was gewoon lekker, ik voelde me beter!” 

Al snel ging al het geld dat ze verdienden naar de drugs en niet naar de huur. Ze werden uit de flat gezet. Rico zwierf een tijdje van plek tot plek in Brabant, en soms naar Amsterdam en Rotterdam om drugs te halen. Toen hij 21 was, kwam daar verandering in. 

Heel even huisje, boompje, beestje 

Rico kwam inmiddels regelmatig bij een kraakpand in Den Bosch. Hij kreeg een kortstondige relatie, ging samenwonen maar kon, vanwege zijn drugsgebruik, niet voor zichzelf instaan. Het meisje pakte haar spullen en vertrok. Kort daarna ontmoette hij zijn huidige ex-partner. Ze woonde in een flatje en werd smoorverliefd op hem. Al vrij snel trok hij bij haar in en zij spoorde Rico aan om via een organisatie voor verslavingszorg van de drugs af te komen. Ondertussen hielp Rico zijn vader geregeld met klussen en sleutelde aan auto’s. In het weekend verdiende hij bij in de discotheek van zijn schoonouders. 

In 1989 kregen ze een zoontje, dat later als jonge man in transitie zou gaan. Rico werkte een aantal jaren met veel plezier in de bouw en ging daken bedekken.  

Maar ondanks deze positieve ontwikkelingen lukte het hem niet om te stoppen met drugs. Het werk in de bouw ging niet samen met zijn drugsgebruik. Toch was de liefde voor de drugs uiteindelijk sterker dan zijn liefde voor zijn vriendin. Ze trok het op een gegeven moment niet langer en vroeg Rico om zijn spullen te pakken.  

Een zwervend bestaan 

Rico was toen 25 jaar. Via uitzendbureaus en methadonprogramma’s probeerde hij aan het werk te blijven. Maar hij hield het nooit lang vol. Tussen zijn 25e en 40e zwierf hij van plek naar plek. Dan weer bij zijn ouders, dan weer bij vrienden, of zelfs buiten op straat.  

Een nieuwe start  

Toen Rico 40 werd, kreeg hij een huis toegewezen in Uden. Eindelijk, na nog een zoveelste methadonprogramma, was hij schoon. Toevallig woonde zijn jongere broer onder hem. Ze konden het toen goed met elkaar vinden. Rico ging aan de slag bij de plantsoenendienst bij een sociaal werkvoorzieningsschap. Het voelde als een tweede kans. 

Toen hij 41 was, stierf zijn vader. Op zijn sterfbed betuigde zijn vader spijt tegenover Rico. “Hij zei dat hij me wou behoeden voor misstappen, zodat het mij beter af zou gaan dan hem in het Jappenkamp. Aan het eind van zijn leven besefte hij dat zijn harde hand een averechts effect op mij had gehad. Ik had PTSS gekregen en voelde me nooit geaccepteerd door hem. Ik was een tweede generatie oorlogsslachtoffer.” Voor het eerst voelde Rico zich echt gezien door zijn vader en toen ging hij dood. Rico was inmiddels van de heroïne af en hij dronk aanzienlijk minder. Zijn moeder leefde toen nog twaalf jaar. 

Het werk bij het werkvoorzieningsschap ging Rico steeds vaker tegenstaan. Hij kreeg simpel werk te doen en er werd gediscrimineerd. Zijn baas was grof en haalde het bloed onder Rico’s nagels vandaan. Hij deed zijn beklag bij een vertrouwenspersoon, maar er werd niets mee gedaan. Daarom koos hij ervoor om in alle openheid tijdens een overleg te vertellen wat hem dwarszat. Zijn opmerking werd opnieuw terzijde geschoven en ze vonden hem niet meer bij het bedrijf passen. Omdat hij nog steeds dronk vormde hij een gevaar op het werk. Op zijn 58e werd hij afgekeurd voor werk. 

Van de regen in de drup 

Een jaar later brak Rico na een val met de fiets zijn heup. Door een lange wachtlijst bij het ziekenhuis sjouwde hij negen maanden rond met een gebroken heup. Hulp vragen deed hij niet. Om toch zijn biertjes te kunnen halen, liep hij met zijn rollator naar de winkel. Na een jaar werd hij geopereerd en kreeg hij een nieuwe heup. De enige hulp die hij aanvaardde, was van een maat van hem. Omdat Rico tijdelijk hulp nodig had, trok hij bij hem in. Maar zijn vriend bleek verliefd op hem te zijn. Omdat dit niet wederzijds was stelde dit de vriendschap op de proef. Bovendien leed zijn maat aan manische depressie. Alles bij elkaar werd het wonen bij zijn vriend onhoudbaar en dus vertrok Rico. 

Eindelijk hulp vragen 

Als Rico een kleinzoon krijgt, beseft hij dat het tijd is om zijn trots opzij te zetten en om hulp te vragen. Na een detox behandeling besluit Rico gebruik te maken van deskundige hulp bij zijn huidige zorg- en woonorganisatie. Door de jaren heen had hij altijd contact gehouden met zijn ex-partner. Zij hielp hem indien nodig en andersom was hij er ook voor haar. Ook zijn schoonouders is hij heel dankbaar. Zij hebben het altijd goed met hem voor gehad.  

Zijn dochter ziet hij regelmatig: “Ik heb heel goed contact met mijn dochter, want ik heb maar één kind. Of eigenlijk heb ik er twee. Eerst had ik een zoon, maar toen werd ze vrouw en kreeg ik er een dochter bij. Ze heeft samen met haar vriendin een kind gekregen. Ik ben zo trots op haar!” 

Geleerd van het leven  

Zijn huidige leven geeft Rico een dikke acht. Het wonen op zijn huidige locatie bevalt hem goed. Hier heeft hij een persoonlijk begeleidster. Hij heeft eindelijk rust en hoeft maar te bellen of er komt hulp. Hij ziet zichzelf hier nog wel een tijdje wonen. Als Rico aan de toekomst denkt zegt hij hoopvol: “Wie weet vind ik ook nog eens een leuke partner en dan gaan we lekker samen fietsen.” 

Hij heeft geleerd dat je niet altijd alles zelf hoeft te doen in het leven. Zijn vader zei dit altijd al. Terwijl Rico naar boven kijkt zegt hij. “Heb je toch gelijk gekregen, hè, ouwe? Ik wou het net zoals jij allemaal zelf doen. Door schade en schande ben ik wijzer geworden.” 

Tot slot geeft Rico aan dat het leven maar kort is.Je krijgt wat mogelijkheden om te leren, en als het je gelukt is, mag je doodgaan.” 

Nijmegen, mei 2026 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *