“Het leven is een wonder. Als mensen dat nou door hadden zouden ze het misschien meer waarderen en prettiger mensen zijn.”

Opgetekend door: Judith de Jong

Het levensverhaal van Bin

Relatief arm maar niet ongelukkig 

Bin kijkt terug op een gelukkige kindertijd. Hij komt uit een kunstenaarsgezin. Vader was tekenaar bij Artis. Hij maakte prachtige affiches van alle dieren in de dierentuin. Bin kon altijd gratis naar Artis, waar ze vlakbij woonden. Moeder was ook beeldend kunstenaar, maar zij ging zich steeds meer met de opvoeding en het huishouden bezighouden. Het was een gezellige tijd. Ze hadden niet veel geld. Maar als de kolen op waren mochten ze die gratis halen in de kerk. 

De vader van Bin was negen jaar ouder dan zijn moeder. Zij werden verliefd in de vroege jaren ’50.  

Pas later in hun relatie kwam de ellende naar boven. Vader had in de oorlog in een kamp gezeten en was daar vreselijk gemarteld. Hij droeg nog steeds veel woede bij zich, ook omdat hij zich niet had kunnen verweren. Dat uitte zich in agressief gedrag, ook naar zijn vrouw en kind.  

Oudere halfzussen en jongere broertjes 

Vader had uit een eerder huwelijk twee dochters, geboren in 1940 en 1942. Zijn vrouw had hem aangegeven toen hij probeerde de Arbeitseinsatz te ontduiken. Dat was voor hem het einde van hun huwelijk, maar zij wilde niet scheiden. Daarom zijn Bin’s vader en moeder pas later getrouwd. Bin was toen zes jaar oud. 
Al gauw kwamen vaders dochters uit zijn eerste huwelijk bij hen wonen. Hun stiefvader was een alcoholist en hij kon niet van de meiden afblijven. Hun moeder loste dit op door beide meisjes naar het klooster te sturen. Daar hadden zij het niet naar hun zin. Daarom nam vader hen op in zijn gezin. Bin kreeg er dus twee zussen bij. Zijn zussen waren tien en twaalf jaar ouder dan hij. 

Bin was een jaar of acht toen het gezin verhuisde naar een grotere woning. Hij bleef op dezelfde school. Inmiddels was er een broertje geboren en twee jaar later volgde er nog één. 

Rock & Roll 

Bin had een aparte positie in het gezin. Hij was twaalf jaar jonger dan zijn oudste halfzus en negen jaar ouder dan zijn jongste broertje. Bin was heel vroeg zelfstandig. Hij vertelt: “Ik ging gewoon mijn eigen gang.” Op zijn dertiende ging hij al uit. Dan sloop hij ’s nachts uit zijn zolderkamer en kwam om een uur of half vijf weer terug. Vrijheid vindt hij belangrijk, en Rock & Roll.  
Met school had Bin niet zo veel. In de zesde klas bleef hij zitten. Vreselijk vond hij dat. Iedereen stond op het schoolplein te dansen en hij moest nog een jaar met die kleintjes. ’s Avonds heeft hij alleen op zijn zolderkamer zitten janken. Zijn vader en moeder waren er niet, die waren op stap met zijn broertjes. “Niemand kon me troosten.” 

Na de lagere school heeft Bin drie jaar op de HBS gezeten, maar toen het gezin verhuisde naar Scharwoude kwam hij op het Westfries Lyceum in Hoorn terecht. Hij kon niet zo goed leren en was veel te dromerig. Eén jaar hield hij het vol. Daarna had hij verschillende baantjes. Zeventien jaar was hij toen hij wegliep van huis. Met zijn vader kon hij niet goed overweg en dat was wederzijds. Op een dag had zijn vader hem zo hard geslagen dat zijn neus was gebroken.  
 

Oma 

Bin ging bij zijn oma wonen. Zij hadden een goede band. Als kind kwam hij al vaak bij haar op bezoek. Zij was succesvol als beeldend kunstenaar, een bijzondere en vrijgevochten vrouw. Haar man was naar Latijns-Amerika vertrokken, maar dat vond zij helemaal niet erg. “Ze had genoeg lovers”, aldus Bin. Eén van hen had een enorm landgoed, daar gingen Bin en zijn oma vaak op vakantie. Hij werd er behandeld als een prinsje en vond het heerlijk. “Ik kan goed vertoeven bij rijke mensen, voel me daar als een vis in het water.”  

Toen Bin bij zijn oma aankwam was hij vreselijk in de war. Hij wist zich met zichzelf geen raad en werd zwaar depressief. Oma is toeziend voogd geworden en heeft hem naar een instelling in Santpoort gebracht. Na een paar jaar was hij weer redelijk in balans.  

 
Volwassen  

In zijn volwassen leven heeft Bin heel veel verschillende dingen gedaan en op verschillende plekken gewoond. Zijn gelukkigste tijd had hij toen hij op een zolder woonde in de Pijp, zijn eerste eigen huis. Hij werkte bij de Eau de Colognefabriek. Een paar avonden in de week ging hij naar de avondschool om zijn talen bij te spijkeren. Ook vond hij tijd om uit te gaan, dansen in Odeon of bij het COC. Hij was zelfstandig en het leven lachte hem toe. Maar aan deze periode kwam een einde toen zijn hospita hem met een opzegtermijn van drie maanden het huis uit zette.  

Bin vertrok naar Haarlem, waar hij pas na enige tijd een kamer vond. Hij ging werken in een biologische winkel. Hij at inmiddels vegetarisch. In die periode is hij ook op vakantie naar Israël geweest. De reis maakte veel indruk. Jeruzalem vond hij geweldig. Hij maakte er vrienden en zwierf veel door de stad. “Als je ’s nachts door die straten liep was het net een sprookje. Geen soldaten, geen politie. Je had het rijk alleen.”  

Terug in Nederland heeft Bin het contact met zijn ouders hersteld. “Mijn vader heeft zijn excuses aangeboden en ik kan het hem eigenlijk ook niet kwalijk nemen. Hij was ook slachtoffer van de omstandigheden. Die hele oorlog heeft een enorme impact op mij gehad. Ik ben er dood- en doodziek van geweest.” 

Bin is verschillende keren op reis geweest. In Athene heeft hij een tijd gewoond. Hij werkte bij een bakkerij waar hij tosti’s verkocht. Hij had het goed naar zijn zin, maar tegen kerst is hij toch weer teruggegaan. Daar heeft hij spijt van gehad. Hij had in Griekenland een goed leven en het was altijd mooi weer.  
Later is hij nog in Iran en Pakistan geweest. Vooral in Pakistan voelde hij zich op zijn gemak. Sympathieke mensen en hij houdt van de Arabische sfeer: de levendigheid, het lekkere eten, de warmte.  

In Nederland heeft Bin bij verschillende mensen ingewoond als hij zelf geen huis had. Met een Indonesische bouwkundig ingenieur en kunstenaar kon hij goed opschieten. Hij was een interessante man, met een brede interesse. Daar houdt Bin van. Ook bij zijn broer in de Bijlmer kon hij terecht. Dat ging niet altijd goed. Uiteindelijk vond hij zelf een bouwvallige maar wel goedkope woning.  

Liefde 

In de jaren ’90 ontmoette Bin zijn grote liefde T. Samen met hem stond hij op de markt. Ze verkochten lingerie. Bin heeft veel van hem gehouden. Ze hebben samengewoond hoewel hij wel altijd zijn eigen huis heeft aangehouden. Het was een mooie en rijke tijd. Bin werd opgenomen in de familie en volledig geaccepteerd. Maar het was ook heel moeilijk. T. was alcoholist. “Alcoholisten kunnen zo klierig zijn. Soms bestelde ik een taxi naar huis omdat ik het niet meer uithield.” Na drie jaar was Bin helemaal kapot. “Ik voelde me een uitgeknepen citroen.” De relatie hield geen stand. “Hij heeft mij op 1 januari gedropt, met een fles witte Martini. En ik hou helemaal niet van witte Martini.” 

Aandacht en zorgzaamheid 

Bin is weer op zichzelf gaan wonen en ging vrijwilligerswerk doen bij Burenhulp. Daar heeft hij goede herinneringen aan. Met één vrouw, in de negentig was ze, had hij een heel goed contact. Ze waren als oma en kleinzoon. Zij kon hem altijd bellen als er iets was. “We hadden dezelfde interesses.”  

Bin kon goed opschieten met oudere mensen. Ook met zijn oma van moeders kant had hij een goede band. Zij was religieus en bad veel, ook met hem. Toen zij op leeftijd kwam en in een verzorgingshuis ging wonen bezocht Bin haar drie keer per week.  

Eigen huis en opvang 

Bin heeft zestien jaar in de Dapperbuurt gewoond. Helaas is hij uiteindelijk uit zijn huis gezet wegens overlast. In het pand woonde ook een Joegoslavische prostituee. Met die man had hij veel contact. Daar werd door de buren van alles van gevonden.  

Bin wist niet waar hij heen moest. Hij logeerde bij Antilliaanse vrienden en overdag zat hij meestal bij een dagopvang van dak- en thuislozen. Ook verbleef hij enige tijd in een opvanghuis van het Leger des Heils. Hier bleek ook weer hoe zorgzaam hij is. Hij ontfermde zich over verschillende bewoners. Bin kreeg een woning bij een begeleid wonen project in Amsterdam-Noord. Met zijn gezondheid ging het bergafwaarts. Toen hij met een longontsteking naar het ziekenhuis moest kwam hij er incontinent weer uit. Bin kwam weer in het opvanghuis wonen, zeer tegen zijn zin. Zijn kwalen worden erger en die incontinentie beperkt hem in zijn bewegingsvrijheid. Toch probeert hij de moed erin te houden.  

Rijk én moeilijk leven 

Bin heeft veel meegemaakt in zijn leven. Verdriet, maar ook mooie dingen. “Ik had een rijk leven” zegt hij daarover. “Het leven is een wonder. Als mensen dat nou doorhadden zouden ze het misschien meer waarderen en zouden ze prettiger mensen zijn.” Zelf is hij altijd vriendelijk geweest. “Ik heb écht geleefd, geen kitsch, jezelf zijn. Vrede op aarde, dat is wat ik zou willen. Delen, delen, delen, zoals Jezus met zijn broden en vissen. Ik wil herinnerd worden als een goed mens, in de voetsporen van Jezus.” 

Omwille van privacyredenen is ‘Bin’ een pseudoniem. De echte naam en identiteit zijn bekend bij Walk of Life.

Amsterdam, mei 2026 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *