“Ogen zijn de spiegels van de ziel.”

Opgetekend door: Jacob Zuurmond

Het levensverhaal van Richard

Ook al heeft hij nog zoveel meegemaakt, IJmuidenaar in hart-en-nieren Richard is de rust zelve. Dat dankt hij aan zijn gezellige Leidse woongroep, aan tekenen en schrijven maar bovenal aan zijn taekwondoleraar. “Die leerde mij dat ik het prima kon doen met wat ik al had.”  


Richard (64) groeide op in IJmuiden onder de rook van de hoogovens: een leuk dorp met strand dichtbij. Alleen de lucht was er soms niet zo fijn. “Op sommige dagen gaf de Hoogovens een bericht dat je de was niet buiten kon hangen.” Hoewel hij nu in Leiden woont, voelt hij zich nog altijd een echte IJmuidenaar. “Dat wil zeggen: lekker eigenwijs. Dat ben ik zelf ook zeker. En het is zeker geen slechte eigenschap, vind ik!”  

De ouders van Richard Koster waren erg streng. “Mijn vader geloofde wel, maar vond dat niet zo vanzelfsprekend. Hij deed klusjes voor meneer pastoor. Hij dronk veel, dan was het een vervelende man. Als hij niet dronken was, zei die niks, zat hij stil in een stoel.”  

Zijn moeder was een zacht, lief mens. “Ze was een medium in de zin dat ze mensen van hun pijn kon afhelpen. Ze heeft mij bijvoorbeeld van een barstende koppijn afgeholpen. Ze was wel afstandelijk, ze legde geen fysiek contact: ik heb nooit een zoen van haar gehad en ze heeft me nooit over mijn hoofd geaaid bijvoorbeeld. Maar ze was tegelijkertijd ongelooflijk zorgzaam. Ze kon heel goed met het huishoudgeld omgaan. Ze was erg hard op zichzelf.”  

Zijn ouders lieten weinig tot geen emoties merken. Niet tegenover hun kinderen, maar ook niet naar elkaar. “Ze waren overigens wel gelukkig met elkaar, ze boden elkaar geborgenheid en als het erop aankwam, stonden ze voor ons klaar.” 

Stemmen in zijn hoofd 

Maar dat was niet genoeg. Richard hoorde stemmen in zijn hoofd, voelde zich niet begrepen en wilde op een bepaald moment een einde aan zijn leven maken. Toen hij een jaar of 17 was, brachten zijn ouders hem naar een psychiatrische inrichting.  

“Op een gegeven moment zaten we weer in een klein kamertje met een psychiater en een verpleegkundige op een psychiatrische kliniek. Ik voelde wel dat dit een belangrijk overleg was, maar begreep nog niet wat er zou gaan gebeuren. Na een gesprek van een uur zei de psychiater dat mijn ouders weg gingen en dat ik niet mee kon naar huis. We stonden op en liepen naar de deur. De psychiater deed de deur voor me dicht: die viel in het slot.”  

De psychiater maakte hem duidelijk dat hij vanaf nu niet meer naar buiten mocht. “‘Wij zijn vanaf nu de baas,’ zei hij. ‘Je kunt ook niet zomaar dit gebouw verlaten. We zijn geen hotel.’ Ik zei dat ik dat begreep en ook niet zomaar zou weglopen. Hij vond dat een verstandig en wijs besluit. Ik was natuurlijk geschrokken en gespannen. Gelukkig zag de verpleegkundige dat en hielp me wat rustiger te worden met een paar tabletjes. Ik herinner me dat die verpleegkundige blote sandalen aanhad. Gek hè, dat je zo’n detail na al die jaren nog herinnert?” 

Pillen zijn mijn vrienden 

Die dichtvallende deur was een levensbepalende gebeurtenis. Vanaf dat moment leefde Richard dus in een wereld onder de hoede van anderen. “De klik van die dichtvallende deur kan ik niet vergeten. Ik heb er nog steeds last van als ik een rammelende bos sleutels hoor of als er een deur dichtvalt en ik de klik van het slot hoor.”  

Richard heeft zich vaak en lang niet begrepen gevoeld. “Ik begreep ook niet hoe het kon dat ik niet begrepen werd.” Ook zijn vader begreep hem niet. “Dat onbegrepen zijn, was en is nog steeds een verdrietigmakend gevoel.”  

Dat hij voor altijd medicijnen moet slikken, daar heeft hij zich bij neergelegd. “Ik slik er 26 per dag. Die helpen me wel, want ik ben er nog. Ik zie die pillen als mijn vrienden. Ik heb zo veel meegemaakt en zij helpen me met al die stemmen in mijn hoofd, ze geven me nieuw leven. Ze geven me in mijn hoofd een beetje vrede.” 

Hoe harder het staal, hoe sneller het breekt 

Richard heeft, heel passend bij zijn IJmuidense achtergrond, een opleiding metaalbewerking gedaan maar niet afgemaakt. “Mijn vader had het idee dat ik daarmee aan de slag kon bij de Van Gelder papierfabriek in Velzen. Dat is niet gebeurd, maar ik heb wel wat geleerd over staal: hoe harder dat staal is hoe makkelijker het breekt. Dat geldt ook voor mensen.”  

Een les die hij verder kon uitwerken toen hij aan vechtsporten ging doen: aikido, judo, karate en taekwondo. “Bij de oefeningen kreeg ik heel goed advies voor mijn schoenen. Mijn linkerbeen is 2,5 centimeter korter dan het rechterbeen. De schoenen die ik nu heb lossen dat probleem helemaal op. Je ziet het niet aan de schoenen, maar ik kan daardoor wel weer normaal lopen. Daar ben ik wel heel blij mee.”  

Zijn taekwondoleraar ziet hij daarom als een van de belangrijkste mensen in zijn leven. “Hij heeft mij laten zien dat je met hetgeen wat je hebt, het daarmee gewoon moet doen. Hij heeft mij de kracht gegeven om ondanks dat ik moeilijk beweeg, toch gewoon te door te gaan. Laat je niet leiden door zwakke plekken die je hebt, maar maak gebruik van de dingen die je wél kunt.”  

Verlichting in de kunst 

In plaats van een baan heeft Richard altijd vrijwilligerswerk gedaan. Daarnaast vindt hij rust en inspiratie in de kunst. Hij gaat graag naar musea, bijvoorbeeld het Kunstmuseum in Den Haag, op ideeën op te doen. “Ik vind vooral de tekeningen van Escher leuk. Bijvoorbeeld om die tekening met een spiegelende bol met zijn handen, zelf na te tekenen. Ik heb dan ook het gevoel van vrijheid en dat is wel een heel belangrijk gevoel voor mij. Ik teken veel ogen: die zijn de spiegel van de ziel.” 

Tekenen is de lust van zijn leven: “Ik volg dan met mijn vinger die schilderijen. Een suppoost vroeg me een keertje om dat niet meer te doen, omdat hij vanaf een afstand niet kon zien dat ik die schilderijen niet aanraakte.”  

Ook schrijft Richard graag gedichten. “Ik heb meer dan vijfduizend gedichten gemaakt: ik pak een pen en dan gaat het schrijven bijna als vanzelf. Ik praat dan met mijzelf. Anderen kunnen daarvan leren: er zit vaak een boodschap in. De kernboodschap is: wees tevreden over jezelf. Het leven is een soort spons: het neemt veel op, maar keert ook weer terug in z’n oude vorm.”  

Innerlijke rust 

Op eigen kracht en gewapend met een pen en een aantekeningenboekje kan Richard de ketenen van zijn lastige lot kunnen overwinnen. Nu hij in een woongroep woont met een paar kameraden, gaat het veel beter. Ze trekken soms met elkaar op, al was het maar om wat eten te halen en dat aan een gezamenlijke tafel op te eten.  

Het is nog steeds lastig. “Ik hoor nog altijd stemmen in mijn hoofd. Dat zijn stemmen van mensen die ik niet ken. Maar daar kan ik goed mee omgaan.” 

Richard heeft veel nagedacht en voor zichzelf één belangrijke conclusie getrokken. “Houd van jezelf. Accepteer het leven zoals het is. Dat is op zichzelf al heel moeilijk. Als je dat doet, komt er rust.” 

Leiden 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *