Tijdens de kerstlunch van een organisatie voor vrijwilligerswerk in Nijmegen maak ik kennis met Frank. Tussen de gesprekken en het geroezemoes door zegt hij dat hij zijn verhaal best wil vertellen. “Maar dan wel rustig.” Een week later zitten we tegenover elkaar. Wat volgt is een openhartig levensverhaal over ziekte, verlies, liefde, werk en vooral over leren om je mond open te trekken.
Grote families en hard werken
Frank is de jongste van drie kinderen, een nakomertje. Zijn zus is zes jaar ouder en zijn broer was vijf jaar ouder. Die broer overleed al rond zijn vijfendertigste. Frank is nu 61.
Hij komt uit een familie waarin hard werken vanzelfsprekend was. Beide kanten van de familie waren uitzonderlijk groot, met gezinnen van twaalf, dertien, zestien en zelfs drieëntwintig kinderen. In zulke gezinnen draaide het om overleven. Kinderen werkten vroeg mee om het gezin draaiende te houden. Leren gebeurde vooral tijdens het werken. Geld verdienen kwam op de eerste plaats.
Zijn moeder werd tachtig jaar en overleed vier jaar geleden. Zijn vader leeft nog. De mentaliteit die Frank meekreeg is duidelijk: zorg dat je jezelf redt. Reken niet op een ander om jouw problemen op te lossen.
Zes jaar in een zuurstoftent
De eerste zes jaar van zijn leven bracht Frank vaak door in het ziekenhuis. Door ernstige astma en bronchitis lag hij in een zuurstoftent. Hij werd verzorgd door nonnen. Sommigen waren warm en liefdevol, anderen streng en afstandelijk. Het ziekenhuis was zijn wereld. Zijn ouders mochten hem in het begin alleen vanachter glas zien. Later mocht hij af en toe een dag of een weekend naar huis.
Toen hij uiteindelijk definitief naar huis mocht, wilde hij eigenlijk terug naar het ziekenhuis. Dat was de plek die hij kende.
Als kind haalde hij van alles uit. Hij brak meerdere keren zijn armen en benen. Een keer dronk hij uit een fles bleekmiddel, waarna zijn maag moest worden leeggepompt. Soms lag hij samen met zijn broer in het ziekenhuis omdat ze allebei iets gevaarlijks hadden uitgehaald. Het typeert een jeugd vol onrust, maar ook veerkracht.
Tussen zijn zesde en tiende jaar kende hij een relatief rustige periode. Hij had het naar zijn zin thuis en op de camping tijdens vakanties. Maar er zijn daar ook dingen gebeurd waar Frank het in dit verhaal liever niet over heeft. Hij heeft er toen een aantal jaren over gezwegen. Dit zwijgen heeft daarna plaatsgemaakt voor woede en waarheid. Een patroon dat later in zijn leven vaker zou terugkeren.
School en werk: zijn eigen pad kiezen
Na de lagere school ging Frank naar de Lagere Technische School, B-niveau. Op zijn zeventiende wilde hij zo snel mogelijk van school af. Zijn eerste baan was bij een zorginstelling in Nijmegen, waar hij vier jaar werkte. Op zijn 23e stapte hij over naar de Universiteit. Daar werkte hij dertig jaar in de schoonmaak en behaalde hij verschillende certificaten. Hij hield van duidelijkheid en structuur. “Zeg wat er moet gebeuren, dan doe ik het.”
In 2019, net voor de coronaperiode, besloot hij in overleg zijn contract te beëindigen. Het was genoeg geweest. Hij ging aan de slag bij een ziekenhuis en kwam in contact met de organisatie voor vrijwilligerswerk.
Daar vroegen ze hem in de keuken te helpen. Vanwege zijn ervaring in ziekenhuizen vertrouwden ze op zijn gevoel voor hygiëne. Hij smeerde broodjes en hielp waar nodig. Hij voelde zich er meteen thuis. Het ging om meedoen, om iets betekenen.
Een maatje als een zoon
Bij deze organisatie ontmoette hij iemand met wie hij een bijzondere klik kreeg. Een man van 36, die een tijd dakloos was geweest en zijn eigen flat had gekregen. Frank noemt hem zijn maatje. “Voor hem ga ik door het vuur.”
Ze zien elkaar bijna dagelijks. Ze helpen elkaar. Toen zijn maatje een ongeluk kreeg en tijdelijk niets kon, verzorgde Frank hem. “Het is geen relatie,” benadrukt hij, “maar de band voelt bijna als die tussen vader en zoon.”
Eerlijkheid is voor Frank heilig. Als dat ontbreekt, is het klaar. Vertrouwen kun je krijgen, maar niet kopen.
Liefde en verlies
Frank had verschillende korte en langere relaties. Eén relatie heeft een diepe stempel op zijn leven gedrukt. Zijn partner had twee kinderen en kampte met meerdere problemen. Frank was een betrokken stiefvader. De kinderen gingen altijd voor.
In 2002 eindigde de relatie. In 2005 stond de politie voor zijn deur. Zijn ex-partner was overleden. Haar dochter had haar gevonden. De kinderen waren toen negen en twaalf jaar en moesten terug naar hun vader.
Frank voelde zich lange tijd schuldig. Had hij meer moeten doen? Een gesprek met de huisarts hielp hem dat schuldgevoel los te laten. Hij had gedaan wat hij kon. Sindsdien heeft hij geen vaste relatie meer gehad. Samenwonen hoeft voor hem niet meer.
Ziekte en keuzes
Ziekte is een terugkerend thema in zijn leven. Na het plotselinge overlijden van zijn broer kreeg Frank huidkanker. Hij cijferde zichzelf weg om zijn ouders te ondersteunen, maar liep toen vast. Collega’s meden hem. In plaats van zich terug te trekken, sprak hij hen één voor één aan: “Jij ontwijkt mij.” Het bleek dat zij niet wisten hoe ze met hem moesten omgaan. Door het gesprek aan te gaan, werd de spanning doorbroken.
Die periode leerde hem een belangrijke les. Praat. Zeg wat er speelt, ook als het ongemakkelijk is.
Nu heeft hij prostaatkanker. Hij weet nog niet precies hoe het zal verlopen. Een operatie kan gevolgen hebben zoals incontinentie of erectieproblemen. Hij relativeert het nuchter: liever leven met mogelijke beperkingen dan sterven aan kanker. Toch is het emotioneel zwaar.
Hij is daarnaast geopereerd aan een dubbele hernia. Maar zolang hij kan fietsen, voelt hij zich vrij. “Als ik niet meer kan fietsen, dan kun je me wegbrengen,” zegt Frank half grappend.
Vierdaagse en vooruitkijken
Frank houdt van fietsen, wandelen, zwemmen en af en toe een sauna — het liefst als er een aanbieding is. Hij maakt graag last minute stedentrips. De Nijmeegse Vierdaagse wil hij nog één keer lopen. Vroeger was dat 50 kilometer per dag voor zijn leeftijdscategorie, nu is het 30 kilometer per dag. Samen toch goed voor 120 kilometer in vier dagen. Een uitdaging die hij zichzelf nog gunt.
Recht voor zijn raap
Tegenwoordig neemt Frank een besluit en staat daar dan achter. Vroeger slikte hij veel in. Nu niet meer. “Trek maar een nummertje,” zegt hij. “Ik denk ook aan mezelf.” Hij weet dat hij soms een flapuit is, maar kiest voor eerlijkheid boven stilte.
Zijn vader heeft moeten wennen aan die verandering, maar begrijpt hem nu beter. Door zich uit te spreken heeft Frank niet alleen zichzelf bevrijd, maar ook ruimte gemaakt voor anderen om eerlijk te zijn.
Wat blijft
Wat Frank mist is een maatje erbij. Iemand om spontaan mee op pad te gaan. Toch voelt hij zich niet alleen. Zijn vader en zus zijn er nog. Zijn neven en nichten, inmiddels volwassen, zoeken hem nog op. Peetoom zijn was een van de mooiste rollen in zijn leven.
Als hij zijn leven een cijfer moet geven, zegt hij zonder aarzelen: “een acht.” Het loopt nooit precies zoals je wilt, maar hij is tevreden. Frank heeft geleerd dat zwijgen je klein maakt en spreken je ruimte geeft. Zijn leven kent littekens, maar ook diepe loyaliteit en warmte. Hij is geen man van omwegen. Recht vooruit, met de fiets als vrijheid en eerlijkheid als kompas.
Nijmegen, 12 mei 2026
