Vroeger thuis
Bep, een mooie, vriendelijke, zelfbewuste vrouw, werd geboren op 14 februari 1955 in Zutphen. Ze is een kind uit een intellectueel gezin. “Mijn vader was notaris, mijn moeder medicus, en de vier kinderen waren allemaal muzikaal en intelligent.” Ook is het gezin sterk maatschappelijk betrokken. Gesprekken gingen vaak over maatschappelijke situaties, mede het gevolg van verschillende vormen van vrijwilligerswerk.
Bep was een mooie, aantrekkelijke baby, met blonde krullen en altijd vrolijk. “Ik herinner me uit mijn vroege kindertijd dat mijn broertje en ik speelden met het hobbelpaard en in de zandbak.” Ook de lagere school was een goede tijd voor Bep met veel vriendjes en vriendinnetjes, samenspelend op hooizolders en boerenerven.
De middelbareschooltijd was juist een akelige tijd, Bep vond geen aansluiting bij klasgenootjes. “Ik had het liefst gymnasium bèta gedaan, maar op advies van mijn vader deed ik gymnasium alfa. Ik slaagde overigens met een negen voor zowel Latijn als Grieks, en een acht voor wiskunde. Maar het was dus niet mijn eigen keuze.” Gelukkig was daar de Jeugdbond voor natuurstudie (ACJN) waar zij heerlijk haar belangstelling voor de natuur kon volgen.
Studietijd
De beroepskeuzes van de kinderen pasten bij het maatschappelijk betrokken gezin. Bep ging rechten studeren, haar oudste broer microbiologie, de tweede broer sociologie en de jongste broer werd ook medicus. Bep ging studeren aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Een heel andere omgeving dan Zutphen. “Maar ik had het er goed naar m’n zin. M’n kamertje was klein maar er was nog een student. Daarom was het toch een goede plek ondanks de strenge hospita.”
Net voor Bep 20 jaar werd, kreeg zij haar eerste psychose en werd daarvoor opgenomen in Zutphen. Daarna keerde ze terug naar Amsterdam om haar studie voort te zetten. Vol goede moed en met een geweldig doorzettingsvermogen, hoopte zij haar studie af te kunnen ronden. Maar een manische periode maakte het nodig dat zij terugging naar haar ouders.
Bep wilde erg graag naar het buitenland voor haar studie. Daarvoor moest je hoge cijfers halen en dat lukte haar. Ze studeerde cum laude af aan de VU, ondanks haar gezondheidsproblemen. Daarna ging zij studeren aan de London University en maakte daar meerdere goede vrienden. Met twee daarvan heeft zij nog tot op de dag van vandaag een warme relatie. Ze zocht zelfs een vriendin op in Canada en maakte meteen een prachtige reis van West- naar Oost-Canada.
Werken bij de Raad van State
In een Londens buurthuis, waar Bep viool speelde, leerde zij haar vriend I. kennen, die ook viool speelde. Zij deelden bij het oefenen dezelfde muziekstandaard en dat leidde tot een diepe vriendschap. Toen Bep terugging naar Amsterdam kwam hij haar na en ze gingen in Amsterdam samenwonen.
Bep kreeg een aanstelling bij de Raad van State in Den Haag en werkte op de afdeling rechtspraak en wetgeving. Een veelzijdige baan waar Bep met plezier op terugkijkt. Op die afdeling kwam van alles voorbij, steeds nieuwe uitdagingen en Bep voelde zich daar erg op haar plek. Zij pendelde daarvoor dagelijks met de trein van Amsterdam naar Den Haag. Zij woonde ook een tijdje in Den Haag, maar vond het geen fijne stad om in te wonen. Amsterdam beviel beter.
Helaas liet haar gezondheid haar weer in de steek en werd ze opgenomen in het Amsterdams Medisch Centrum (AMC). Daarna volgde ze daar een dagbehandeling. Gelukkig kon zij na de opname weer terug naar de Raad van State en ze kreeg een vast contract.
Woonplaatsen en vrijwilligerswerk
Maar weer liet de gezondheid haar in de steek en Bep werd opgenomen in de Valeriuskliniek in Amsterdam. Zij werd toen arbeidsongeschikt verklaard. Ze ging wonen in een woongemeenschap in Barneveld. “Ik dacht dat het daar goed wonen zou zijn, maar het bleek meer een sekte dan een plezierige woongemeenschap.” Bep deed daar wel veel vrijwilligerswerk zoals in de peuterspeelzaal en bij de wereldwinkel. Vooral de kinderopvang gaf haar veel plezier en voldoening. Later hielp zij vluchtelingen met het leren van de Nederlandse taal.
Zij vond een woonplek in Utrecht maar ze voelde zich daar erg eenzaam omdat zij er niemand kende. Haar vriend verbrak hun relatie definitief. Haar broer kwam haar ophalen om weer in haar ouderlijk huis te gaan wonen, maar dat was geen succes. “Dat valt niet mee hoor, weer terug naar je ouders als je zo lang zelfstandig hebt gewoond.” Weer verhuisde ze, nu naar een appartement in de binnenstad van Zutphen. In die tijd heeft zij veel vrijwilligerswerk gedaan. Onder andere bij een Joodse begraafplaats, begeleiding van een Turkse mevrouw, samen met kinderen moestuintjes aanleggen, zorgen voor een historische buitenplaats, meedoen aan een kookclub en een leesclub. Zij kreeg in die tijd goede begeleiding.
Door een lithiumintoxicatie was een opname nodig in een kliniek. Daarna woonde Bep in een beschermd woonproject maar zij voelde zich daar niet gelukkig. Er waren te veel verplichte ontmoetingsmomenten. “Het is voor mij belangrijk om me te kunnen terugtrekken. En daar was te weinig ruimte voor.” Toen is Bep gaan zwerven.
Op dit moment woont Bep in een woonvoorziening in Beekbergen. Er wonen aardige mensen. Ze houdt van de mooie omgeving. Ze krijgt nu ook goede psychologische begeleiding. Ze waardeert de goede zorg van het personeel en ze heeft een fijne dokter.
Apeldoorn, juni 2026
