Vanuit een ‘braaf’ gezin, verhuisde Iris naar Amsterdam waar ze met haar vriend drie dochtertjes krijgt. Na haar scheiding voedt ze ze grotendeels alleen op tot ze er helemaal klaar mee is. Nu woont ze gedeeltelijk op straat en geniet van het zwerven door de stad.
Een braaf gezin
Iris werd op 30 juli 1972 geboren in Oss, Noord-Brabant. Zij was de tweede dochter in een ‘PvdA-gezin’, zoals zij het zelf noemt. Vader was leraar op de middelbare school, destijds druk bezig met de ontwikkeling van de Mammoetwet. Zij is ‘heel braaf’ opgevoed; scouting, atletiek, muziekles. Na de blokfluit wilde zij graag drummen maar een drumstel kreeg ze niet. Verder was eigenlijk alles in orde.
Vanaf haar achtste vond Iris de wereld maar raar. “Dat systeem waarin iedereen wat deed. Ik had het idee dat de mensen niet helemaal spoorden.” Toch had ze veel contact met anderen. Ze was veel op straat en sprak dan met de mensen die ze tegenkwam.
Na de middelbare school ging Iris naar de modevakschool in Nijmegen. Maar na een jaar verhuisde ze naar Eindhoven om industriële vormgeving te studeren. Zij heeft die opleiding ‘afgerond’, zoals ze zelf zegt. Geen diploma maar ze had wel de kennis die ze nodig had.
Een dochtertje
Er kwam iets anders tussen. Iris was vijfentwintig toen ze zwanger werd van haar vriend T. Ze kenden elkaar nog maar twee maanden toen ze hem nareisde naar Amsterdam. Of ze echt verliefd was, weet ze eigenlijk niet zo. “Het was meer een oergevoel, een genenkwestie. Als student was ik echt zo’n demonstrant, een anarchist, ik stond op de barricade. Ik keek eigenlijk nooit verder dan een dag. Maar toen ik zwanger werd, veranderde mijn leven. Ik was naar Amsterdam gekomen en had mijn studie afgerond. Klaar. Toen ben ik op en top moeder geworden. Ik heb heel veel met mijn dochtertje in een draagzak door Amsterdam gelopen. Ik kende de stad eigenlijk helemaal niet, dus ik dacht, dan ga ik maar een beetje rondlopen.”
Wonen in Amsterdam
Ze vonden een huis in Amsterdam-Noord. T. was grafisch vormgever en had kantoor aan huis. Iris werkte bij Albert Heijn. Ze konden alles goed combineren. De kinderen zijn nooit naar de opvang geweest. Wel kwamen opa en oma (van beide kanten) af en toe oppassen. Want er werden nog twee dochters geboren. Haar tweede dochter wilde van jongsafaan liever een jongetje zijn. Op haar vierde vroeg ze: “Mama, wanneer krijg ik nou een piemeltje?” Vanaf haar elfde kreeg zij begeleiding bij de genderpoli van het VU-ziekenhuis en op haar negentiende is zij geopereerd. Haar dochter is nu een man.
Vlak na de geboorte van hun derde dochtertje verhuisden ze naar een mooi huis aan het water in IJburg. “Het was een mooie plek voor de kinderen maar ik weet niet of ik daar ooit blij ben geweest,” zegt Iris. “Er hing geen goede energie. Maar je kon een kampvuurtje maken en er met je glaasje wijn bij gaan zitten. Er waren veel kinderen en in het begin was het heel leuk want er was heel veel niet. ’t Was één grote zandbak.”
Iris vertrok bij Albert Heijn en ondanks de crisistijd had ze al gauw een andere baan bij de Landmarkt, een supermarkt met verse producten van lokale boeren. Ze heeft er onder andere de kaasafdeling opgezet. Ze had het naar haar zin maar vlak voor ze haar vaste contract zou krijgen, kwam er een kink in de kabel. Twee jongere collega’s zouden ontslagen worden omdat ze te duur werden, terwijl ze wel goed werk leverden. Iris sprak haar baas daarop aan met het gevolg dat de jongens mochten blijven en zij eruit vloog. Geen probleem, ze had al gauw een nieuwe baan bij de Bruna. “Ik vind altijd wel een plekkie,” aldus Iris.
Uit elkaar
Al met al lijkt alles redelijk op orde. “Huisje boompje beestje, prima, alles naar wens.” Maar toch gingen ze uit elkaar toen haar jongste dochter dertien was. De kinderen bleven bij Iris in IJburg wonen en in het weekend gingen ze naar hun vader, in Amsterdam-Noord. “Na de scheiding heb ik de kinderen een hele poos alleen opgevoed. Hun vader heeft geen moer gedaan. Ik moest alles regelen. Hij was meer een ‘funcle’, een funny uncle. Ik heb het heel lang, al die jaren, met heel veel kracht en energie en met heel veel plezier gedaan. Maar ineens was het paf, huppekee, ik doe het gewoon niet meer. Ik ben er klaar mee. ’t Was een oergevoel. Als iets je zo beangstigt en zo beklemt, dan moet je ermee stoppen.”
Iris ging met de kinderen naar Praag op vakantie om ze erop voor te bereiden dat ze bij hun vader moesten gaan wonen. Ze waren helemaal beduusd maar ze wisten wel, als mijn moeder zoiets doet dan is dat niet zomaar. En ze gingen. Mijn taak zat erop. Tot nu toe hebben we er niet meer over gepraat. Veel te moeilijk. Dat moment komt wel. Ik heb nu sowieso weinig contact met ze.” Ze denkt wel eens aan ze, regelmatig ‘flitsen ze door haar hoofd’, maar ze mist ze niet echt. “Dan zou ik ze wel gaan opzoeken, maar het moment is er nog niet.”
Op straat leven
In 2019 werd haar woning ontruimd en sinds die tijd leeft Iris op straat. Ze heeft een tijdje bij de dakloze dichter H. gewoond en bij een vriend. Iris en H. slapen ook veel buiten of in de opvang van het Leger des Heils. Maar daar vindt ze het niet zo fijn. Ze moet zichzelf echt dwingen om erheen te gaan. “Kom op Iris, niet weer een nacht buiten.”
Iris bundelt de gedichten van H. en verzorgt illustraties. Vervolgens proberen ze de gebundelde A4’tjes te verkopen. Zo hebben ze samen een soort bedrijfje, compleet met QR-code voor wie geen cash bij zich heeft om de gedichten te kopen. Iris vindt het heerlijk. “Niet meer in een hokje zitten, lekker door de stad lopen en de zon op zien komen. Ik heb gelukkig een hele fijne man naast me. Iemand vroeg eens wat mijn grootste wens was. Ik zei ‘Nooit meer post.’ Ik was er helemaal klaar mee. Altijd weer die formulieren invullen, voor mijn man en kinderen, voor mezelf. Allemaal onzin, dingen die ze al weten.”
Iris ziet haar ouders en zus niet meer maar ze mist ze niet echt. “Je zet een schakelaar om en je past je aan, aan de nieuwe situatie. Eén nichtje zou ze graag nog eens willen zien maar ze wil geen contact met haar opnemen, bang dat dat te veel rumoer en onrust in haar familie brengt. Ze wil niet haar eigen belang vooropstellen. Iris heeft nu alles achter zich gelaten en is tevreden. Ze is niet blij maar ze voelt zich er wel rustig bij. Heel anders dan toen zij nog met haar kinderen was.
Mooie herinneringen
Op de vraag of Iris zich mooie momenten in haar leven herinnert, antwoordt ze: “Heel veel! Ik verwonder me veel en snel, ook over hele kleine dingen. Daarom vind ik het zo leuk op straat, gewoon buiten. Dan zitten we lekker op een stoepje om ons heen te kijken en zie ik van alles gebeuren.”
Amsterdam, oktober 2024
