“Ik ben eigenlijk al jaren gelukkig.”

Opgetekend door: Judith de Jong

Het levensverhaal van Piet

Jeugd 

Piet werd op 3 augustus 1952 geboren in Amsterdam Zuid. Hij groeide op in een bescheiden huis samen met zijn oudere broer en zus. Vader werkte bij een overheidsinstantie. Moeder deed het huishouden en nam het grootste deel van de opvoeding voor haar rekening.  
Hij heeft warme herinneringen aan zijn jeugd, vooral aan zijn moeder, die een belangrijke rol in zijn leven speelde. Zijn vader zong in een koor. Piet genoot ervan wanneer zijn gezang vanuit de badkamer klonk. 

Tienertijd 

De broers waren tieners in de jaren 60. De welvaart groeide en jongeren waren in de ban van de nieuwe tijd. Zijn oudere broer was betrokken bij de protestbeweging Provo. Dat leidde tot spanningen aan tafel, vooral omdat hun vader niet gediend was van de nieuwe ideeën. Piet, die opkeek naar zijn broer, wilde alles doen wat hij ook deed. Hun zus deed daar niet aan mee.  

Na een verhuizing naar een groter huis in Amsterdam Zuid, kreeg Piet zijn eigen kamer in de kelder, waar hij zijn liefde voor muziek ontdekte. Zijn broer was inmiddels uit huis, maar kwam wel vaak met zijn vrienden om met hun band in de kelder te repeteren. Piet had een paar jaar gitaarles gehad, maar van de band leerde hij de akkoorden. Hij luisterde sowieso veel naar muziek, om inspiratie op te doen.   

Schooltijd 

Op school had Piet het moeilijk. Hij blowde veel en verloor zijn focus. Een schoolreis naar Londen op zijn veertiende leidde tot een eerste liefde, maar ook tot een diep dal. Na de terugkeer naar Amsterdam ging zijn geliefde weer naar haar vriend. Piet voelde zich verdrietig en eenzaam. Op zijn zeventiende werd hij psychotisch en werd hij drie maanden opgenomen.  

Na zijn opname wilde het op school, 4 havo, helemaal niet meer lukken. Via zijn moeder vond Piet een baan bij de gemeente waar hij hielp met het intekenen van kaarten van de stad. Leuk werk en aardige collega’s, maar het was een fulltimebaan. 
Zijn verlangen om zijn hbs-diploma te halen leidde hem naar een brillengroothandel waar hij halve dagen kon werken. Piet ging op zichzelf wonen en kreeg een vriendin. 

Vreselijke tijd  

Op zijn 23e rondde Piet de avondschool af. Zijn vriendin was inmiddels onderwijzeres geworden. Ze hadden genoeg geld om een eigen flat in de Bijlmer te huren. Piet ging psychologie studeren, net als zijn broer, die inmiddels psycholoog was. Maar er kwam een stevige kink in de kabel. Zijn vriendin kreeg een relatie met een collega. Ze woonden nog een tijdje met zijn drieën, maar dat was geen succes. Piet verhuisde naar een andere flat in de Bijlmer.  

Het was een vreselijke tijd. Van studeren kwam het nauwelijks. Zwaar depressief lag hij meestal tot een uur of twee in bed. Daarna sleepte hij zich naar de studiezaal. Colleges volgen deed hij niet. Aan het eind van het eerste jaar adviseerde de decaan hem om te stoppen, omdat hij niet of nauwelijks tentamens haalde. 

Depressie 

Piet belandde in een zware depressie. Na de plotselinge dood van zijn vader op 60-jarige leeftijd ging het nog slechter. Hij werd opgepakt vanwege autodiefstal en kreeg de keus: de gevangenis of opnieuw een opname. Hij koos voor het laatste. Hij was 27 toen hij werd opgenomen in een psychiatrische instelling. Daar verbleef hij negen maanden. Aan die opname heeft hij goede herinneringen. Hij kreeg een slaapkuur van een week omdat hij heel druk was. Piet vertelt: “En belangrijker nog, daar praatte je wél over jezelf, iets wat je met je ouders niet deed.” 

Een nieuwe start 

Na zijn opname ging Piet naar de pedagogische academie. Hij houdt van kinderen en kon goed met zijn nichtjes overweg. “Ik was de grapjesoom.” Maar lesgeven was toch iets anders, al snel bleek dat het niets voor hem was. Hij was niet streng genoeg en had geen orde in de klas. 

Daarna was het moeilijk om werk te vinden. Via de Wet sociale werkvoorziening kon hij aan de slag bij een sociale werkplaats om maquettes te bouwen. Er zaten daar veel afgekeurde bouwvakkers. Piet vindt het zelf eigenlijk het mooiste werk dat hij ooit heeft gedaan. Hij is er ook jaren gebleven.  
Begin jaren 80 kreeg Piet een woning aangeboden in de Spaarndammerbuurt. Later verhuisde hij terug naar Amsterdam Zuid, zodat hij dicht bij zijn moeder woonde.   

Betaalde baan 

Om toch weer een betaalde baan te vinden deed Piet op zijn 37e een opleiding tot tandtechnicus. Hij heeft in verschillende tandtechnische laboratoria in Amsterdam en omgeving gewerkt en kwam in rustiger vaarwater terecht. Ook bouwde hij zijn eigen bootje, wat hij beschouwt als een van de hoogtepunten van zijn leven. Vaak nam hij mensen mee uit varen, zoals zijn nichtjes en zijn bovenbuurvrouw, met wie hij kort een relatie had. 

Ook de muziek bleef een constante factor. Hij speelde vaak gitaar op straat en kreeg dan complimenten voor zijn stem.  
Nadat het laboratorium waar hij werkte werd verkocht en hij zijn baan verloor, legde hij zich toe op klussen. Dat is hij jaren blijven doen, ook toen hij al AOW ontving.  

Marihuana en cocaïne 

Piet heeft zijn hele leven marihuana gerookt en als hij ‘wat ruimer in het geld’ zat kwam er ook cocaïne bij. Hij heeft meer gebruikt dan hij kon betalen. Ook kreeg hij vrienden in gebruikerskringen. Die nodigde hij bij hem thuis uit en als het laat werd mochten ze ook blijven slapen.  

In 1996 is zijn geliefde broer op de leeftijd van negenenveertig jaar overleden aan leukemie. Hij liet zijn vrouw en drie dochters achter. Dat was een enorme klap en een hele verdrietige tijd. Het had een enorme impact op Piet.  

Uit huis gezet 

De gebruikersvrienden bleven komen en gaan. De buurvrouw, met wie hij eerder een relatie had, bleef steeds de politie bellen. “Ze was jaloers dat er bij mij leuke vrouwen over de vloer kwamen. Ik heb haar later nog wel eens gesproken. Een vriend van me woont daar in de buurt. Dan kwam ik haar daar tegen en zei ze: ‘Ach, die overlast viel eigenlijk best wel mee.’” 

Maar Piet werd toch uit zijn huis gezet. Na 35 jaar moest hij vertrekken vanwege extreme burenoverlast. Hij kon het gewoon niet geloven. Piet kreeg 30 dagen om in te pakken en zich voor te bereiden. Toen het zo ver was had hij niets gedaan en stond op straat. Vijf weken lang sliep hij in portieken, in het Sarphatipark of op het bankje vlak bij de plek waar zijn bootje altijd lag. Daarna kon hij terecht bij de opvang van het Leger des Heils.  

Een vrolijk mens 

En nu woont Piet op een locatie voor begeleid wonen. Hij heeft geen geld voor marihuana, maar zonder gaat het ook. “Ondanks deze omstandigheden ben ik nog steeds een vrolijk mens. Ik ben niet in een depressie terechtgekomen en ik voel me ook niet manisch. Ik ben eigenlijk al jaren gelukkig. Toen ik 55 was en ik had geen werk werd ik daar erg onrustig van en dat gooide ik op mijn psychische gesteldheid. Nu hoef ik niet meer te solliciteren en ik weet de oorzaken van mijn psychische gesteldheid wel zo’n beetje.” 

Ondanks de uitdagingen en tegenslagen in zijn leven blijft Piet een optimistisch persoon. Hij heeft veel talenten, is muzikaal en heeft een vriendelijke uitstraling. Piet kijkt terug op zijn leven met een mix van frustratie en acceptatie, maar blijft positief. 

Amsterdam, maart 2025

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *