Engelsman of Nederlander? Een onconventioneel leven
Fred is in 1939 in Engeland geboren uit Nederlandse ouders van Amsterdamse afkomst. Hij groeit op in Engeland en beschikt over een flinke dosis Engelse humor. Hij schiet regelmatig in een bulderende lach. Achter die lach gaat wel wat ellende schuil.
Vroege jeugd
Freds vader en moeder wonen al voor de Tweede Wereldoorlog in Engeland, omdat zijn vader daar manager is bij een grote cacaobonenfabriek. Fred vertelt: “Mijn ouders gingen snel na mijn geboorte uit elkaar. Mijn vader vond iemand anders leuker en mijn moeder heeft hem dat nooit vergeven.” Er waren voortdurend ruzies over de voogdij en om zijn vader pijn te doen hield zijn moeder zoon Fred bij hem weg. “Ik was de speelbal. Ik kende mijn vader eigenlijk nauwelijks.”
Na de scheiding woont Fred met zijn moeder in Hull. Af en toe gaat hij een dagje naar zijn vader. “Mijn moeder probeerde hem heel de tijd zwart te maken, maar dat lukte niet bij mij. Ik had eigenlijk nooit problemen met hem. Ik zag hem ook te weinig om problemen te hebben.”
In 1945, net na de oorlog, maakt hij zijn eerste reis met zijn moeder naar haar familie in Nederland. Fred had geen eigen paspoort en stond op zijn moeders paspoort bijgeschreven. Met zijn moeder had hij evenmin problemen. “Ze maakte alleen ruzie met mijn vader, ha ha ha!”
Kostschool
Zoals de meeste jongens uit welgestelde gezinnen in Engeland gaat Fred op achtjarige leeftijd naar kostschool. Dat was geen leuke tijd. De hoofdmeester blijkt een sadistische pedofiel te zijn. “En ik was een aantrekkelijk jongetje. Maar ja, om dat nu allemaal op te halen…” Fred kon goed boksen en wordt bokskampioen op school. “Er kwam een eind aan toen ik sterker werd dan hij.”
Fred spreekt nooit over het misbruik. De Engelse ‘stiff upper lipp’-mentaliteit betekent dat je de kaken op elkaar houdt en onverstoorbaar blijft bij angst, tegenspoed of pijn.
Studietijd
Na de kostschoolperiode haalt Fred zijn A-levels, vergelijkbaar met de laatste jaren van het vwo. Hij woont in die periode op kamers en gaat op een keer eten bij zijn vader, die inmiddels hertrouwd is. “Ik vond opeens stukjes glas in mijn eten. Toen ik er wat van zei, stond mijn vader op en haalde direct mijn bord weg. Zijn vrouw bleef gewoon zitten. Er werd met geen woord meer over het voorval gesproken. Daar ging ik dus nooit meer heen. Ik vond het een rare keus van mijn vader, die vrouw.”
Later gaat Fred rechten studeren. Eerst haalt hij een graad in Londen en later doet hij examen bij de Law Society, een beroepsorganisatie en toezichthouder voor advocaten.
Geen erfgenaam
Ondertussen sleept zijn moeder zijn vader regelmatig voor de rechter. “Het ging altijd om geld.” Fred gaat meestal met zijn moeder mee naar de rechtbank. Daar ziet hij op een dag zijn vader weer eens. “Hij had in de krant gezien dat ik afgestudeerd was en bood me een lift aan. Ik had daar geen zin in en had andere plannen. Hij voelde dat misschien als een afwijzing, want daarna heb ik hem nooit meer gezien. Ik ben zelfs niet op de hoogte gesteld toen hij overleed. Dat hoorde ik pas van de executeur. Ik begreep toen ook dat ik geen erfgenaam was, ondanks mijn vaders eerdere beloftes. Er was gelukkig nog wel geld in een vermogensfonds, maar die zaken heeft een advocaat verder voor mij geregeld.”
Op en neer naar Nederland
Fred reist regelmatig naar Nederland om familie te bezoeken. Op z’n 45ste overlijdt zijn moeder, die na een beroerte is gaan dementeren. “Ze was geen makkelijke vrouw, want alles moest altijd op haar voorwaarden.” Op haar sterfbed ziet ze in een waan Freds vader binnenkomen en schreeuwt: “Get out!”
Fred vindt het erg jammer dat ze in de laatste fase van haar leven alles heeft weggegooid. “Al mijn spullen waren weg. Ik heb niks meer uit die tijd. Er was geen spoor van foto’s, niet van haarzelf, maar ook niet uit mijn kindertijd. Ik was stomverbaasd. Waarom heeft ze dat gedaan? Misschien wilde ze haar hele verleden uitwissen, maar dat blijft speculeren.”
Fred heeft geen kinderen. “Ik heb nooit behoefte gehad aan kinderen. Ik ben ook nooit getrouwd geweest. Dat kost te veel geld, ha ha ha!”
In zijn werkzame leven in Engeland is Fred korte tijd jurist, maar hij heeft een bloedhekel aan bureaucratie en wordt vervolgens computerprogrammeur. Hij heeft allerlei verschillende banen gehad. Op zijn 60ste stopt hij met werken in en een paar jaar later vertrekt hij naar Nederland. Daar woont immers nog familie, in Engeland niet.
Leven in Nederland
Het contact met de Nederlanders valt tegen. “Toen ik hier kwam, had ik eigenlijk moeten sterven. Tot die tijd had ik een leuk leven. In Engeland zijn de mensen veel socialer. Ik ben in Nederland weleens bij mensen thuis uitgenodigd, maar dan was het bij Marokkanen.”
Veel dingen gaan heel anders dan verwacht als hij eenmaal in Nederland woont. Verschillende familieleden komen te overlijden. “Ik had de ene begrafenis na de andere.” Ook andere zaken zitten niet mee. Fred heeft een Brits paspoort en krijgt daarom geen AOW of een andere uitkering. Hij heeft zelfs geen recht op bijstand.
Werken en wonen
Fred heeft in Nederland nog jarenlang een baan gehad bij werkgelegenheidsprogramma’s van de gemeente Amersfoort. Hij reed ’s ochtends en ’s avonds de jongeren voor wie hij banen zocht als vrijwilliger heen en weer naar de fabriek in Zeewolde. “Als ze één minuut te laat zouden zijn, waren ze die baan weer kwijt.” Daarnaast is hij twintig jaar voorzitter bij de voetbalclub.
Fred heeft geen vast woonadres, maar heeft nooit op straat geleefd. “Ik heb wel woningen gehad, maar daar voelde ik me nooit op mijn gemak. Dat is een gevoel, iets onbewusts uit mijn kindertijd. Ik weet het niet precies.” Hij sliep veel in hotels, maar dat was ‘een dure liefhebberij’. Hij heeft ook weleens in een tent in het bos geslapen. “Heerlijk, die rust.”
Ziek
Een paar jaar geleden wordt Fred ziek en na een ziekenhuisopname in Amersfoort woont hij tijdelijk in een soort aanleunwoning. Er kan geen medische zorg worden geboden en als onverzekerde kan hij niet zomaar overal terecht. “Vroeger kon ik aanspraak maken op het EU-recht, maar na de Brexit kon ik me hier niet meer verzekeren.” Uiteindelijk kan hij in Rotterdam bij een opvanglocatie terecht waar hij inmiddels al ruim twee jaar woont. “Ik leef nu van mijn spaargeld en zit nog niet in de schulden, maar dit kan niet eeuwig zo duren.”
Nog steeds geen Nederlander
Het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit gaat zeer moeizaam. Fred is bezig met de tweede aanvraagprocedure voor het Nederlanderschap. “Ik heb alle bewijzen dat mijn ouders Nederlander waren toen ik werd geboren. Ik spreek de taal perfect en heb hier jarenlang gewerkt, zowel betaald als onbetaald als vrijwilliger. Maar ik heb geen conventioneel leven geleid en pas niet in de protocollen. Ik val nu tussen wal en schip.”
Fred is nu bijna 87. “Ik ben in een staat van totale isolatie. Dat hoort eigenlijk niet.” Fred houdt zichzelf bezig met boeken en computers. Hij heeft een brede interesse en leest veel over geschiedenis, politiek en medische wetenschap. Hij hoopt in de toekomst misschien nog wat geld te verdienen met het schrijven van artikelen, maar houdt er rekening mee dat dat niet lukt. Ook luistert hij graag naar klassieke muziek. Vooral naar Russische componisten zoals Rimski-Korsakov, Moessorgski en Tsjaikovski.
Fred gelooft niet in God. Hij weet wel de verbeelding van God in de kunst en muziek te waarderen. “Maar als mensen uitsterven, dan zijn er geen goden meer.”
Rotterdam, juli 2026
