De 81-jarige Hanneke vertelt uitgebreid haar levensverhaal in haar gezellige huisje midden in het centrum van Alkmaar. Ze woont hier al meer dan vijftig jaar, eerst met haar man en zoon, en na het overlijden van haar man zes haar geleden, alleen. Ze mist hem nog dagelijks, haar ‘man-vriend-maatje-alles’. Zijn overlijden was de meest ingrijpende gebeurtenis van haar leven.
Fijne eerste levensjaren
“Ik was de oudste uit het gezin en had een jonger zusje en twee jongere broers. Ik ben geboren in de hongerwinter, in Amsterdam-Zuid. Mijn moeder had nauwelijks borstvoeding en er was geen eten of warmte. Mijn oom vond mij een keer blauw van de kou in mijn bedje. Ze hebben me toen naar mijn opa en oma gebracht, waar ik de eerste twee jaar van mijn leven ben gebleven. Later kwam ik ook in de weekenden nog veel bij hen. Mijn opa en oma hadden een volkstuintje, waar ik vaak kwam en waar ik veel heb geleerd over tuinieren. Door hen was die periode in mijn jeugd erg fijn.”
Gepest en buitengesloten
“We verhuisden naar een groter huis met een tuin in Tuindorp waar we op straat konden spelen. Ik moest naar een andere school, maar ik had geen aansluiting bij de andere kinderen. Ik was erg verlegen en had rood haar. Ik durfde niets te vragen, ook omdat ik stotterde, en ik werd gepest. Ook was ik linkshandig. Op mijn vorige school dwongen ze me rechtshandig te worden door mijn linkerhand op mijn rug te binden of door me met een liniaal te slaan. Op deze nieuwe school moest ik opnieuw leren schrijven.”
“Ik heb wel goede herinneringen aan mijn oom, de maker van het beeld ‘het Lieverdje’ op ’t Spui. Mijn zusje moest vanwege haar X-benen vaak naar het ziekenhuis en dan paste hij op mij in zijn atelier. Ik ging dan lekker in een hoekje de plaatjes kijken in de vele boeken die hij had.“
“Later op de huishoudschool werd ik ook weer buitengesloten en had ik geen leuke tijd. Ik wilde graag de verpleging in, en ben toen eerst de opleiding tot inrichtingsassistente gaan doen. Ik heb toen een paar maanden in een gezin, een bejaardenhuis en een ziekenhuis gewerkt. Ook hier lieten de andere meisjes mij links liggen. Het was een teleurstelling dat ik na de opleiding geen verpleegkundige kon worden, omdat dit volgens mijn moeder te veel geld kostte.”
Aan het werk
“Mijn eerste baan als zeventienjarige was op de kraamafdeling en werken met bejaarden. Het eerste kindje waarbij ik assisteerde bij de bevalling, had in het vruchtwater gepoept. Ik werd met het kindje in een taxi naar het ziekenhuis gestuurd, waar het kindje is overleden. Ik moest daar erg om huilen en moest later aan de moeder vertellen dat het kindje was overleden. Ik ben daar na een half jaar ingestort en moest rust houden van de dokter. Maar omdat ik intern zat en mijn bed thuis al was verkocht, had ik geen plek om naar toe te gaan. Toen ben ik de opleiding bejaardenhelpster gaan doen omdat ik dan een eigen kamer had. Mijn vader bracht door hem opgeknapte rotanmeubels. Ik had weinig kleren en heb van mijn eerst verdiende geld een naaimachine gekocht. “
Ontmoeting met mijn man
“Ik ontmoette mijn man in Bergen aan Zee bij het Nivon-huis waar we allebei vrijwilliger waren. Toen we ’s avonds met een groep vrijwilligers aan het strand wandelden, pakte hij mijn hand. Ik had het gevoel dat er eindelijk iemand was die mij zag staan. Ik bloeide helemaal op: ik ging eindelijk uit en naar de film. Ook werd ik met open armen ontvangen door mijn schoonouders.”
“Twee dagen voor zijn overlijden lieten we mijn opa onze verlovingsringen zien. Hij legde onze handen in elkaar en zei dat ik zuinig moest zijn op deze man, omdat hij goed voor mij was. Ik heb nog steeds het poëziealbum waarin hij, van beroep schipper, een schip heeft getekend. Ik had eens een droom dat ik mijn oma aan de kant van de weg in een open graf zag liggen. Mijn man en ik hebben haar tussen ons ingenomen en zijn de ondergaande zon tegemoet gelopen. Halverwege kwamen we mijn opa tegen die haar van ons overnam. Ze zijn samen verdergelopen totdat we ze niet meer zagen. Ik werd wakker met een heel vredig gevoel. De volgende dag belde mijn moeder dat haar moeder (mijn oma) was overleden.”
Eerste eigen huis
“Na een akkefietje op het werk, heb ik ontslag genomen en ben ik in de gezinsverzorging gaan werken. Mijn man regelde een kamer voor me en zelf moest hij in de bossen van Drenthe werken als dienstvervanging, omdat hij weigerde te leren om iemand te doden. Na lang wachten kregen we een sloopwoning in Alkmaar toegewezen en zijn we in 1967 getrouwd. Er was geen wc en gas, alleen elektriciteit. Bij binnenkomst zakten we door de vloer. Mijn man heeft die vervangen, hij had een timmeropleiding, en we hebben er vijf jaar met veel plezier gewoond. Mijn man wilde liever, net als zijn vader, als pottenbakker werken en kreeg van zijn baas de mogelijkheid om dit halve dagen te gaan doen.“
Zoon
“Daarna verhuisden we naar dit huis waar ik nu alweer meer dan vijftig jaar woon. Op mijn dertigste kreeg ik onze zoon. Ook hij had in het vruchtwater gepoept maar gelukkig ging het goed en mochten we na tien dagen ziekenhuis weer naar huis. Bij zijn geboorte ervoer ik een oerkracht dat ik samen met mijn man de hele wereld aankon.”
“Mijn zoon vertelde me dat hij een geweldige jeugd heeft gehad. We hadden dan wel niet veel en mijn man en ik waren van ’s ochtends vroeg tot ’s nachts aan het werk, maar in de zomer trokken we eropuit. Vaak gingen we kamperen in Engeland, op kampeerterreinen met speeltuinen. Samen met hem ontdekten we dan de omgeving. Mijn zoon heeft tot zijn vijfentwintigste thuis gewoond. Hij komt nog iedere maandag bij mij eten.”
Pottenbakkerij
“Mijn man en ik hebben een pottenbakkerij en pottenbakcursussen opgezet. Ik werkte als gezinsverzorgster om de huur van het atelier te kunnen betalen. Ik zorgde voor het glazuren, omdat mijn man kleurenblind was, en leerde alles om het vak pottenbakken door te geven.”
“Toen de huisbaas de huur flink wilde verhogen, hebben we daar een rechtszaak van gemaakt. Maar die hebben we verloren. Het zure was dat deze mensen vrienden van ons waren. Ik heb nog wel vertrouwen in mensen, maar ik weet nu dat mensen vriendelijk kunnen doen, maar je ook als een baksteen kunnen laten vallen.”
“We moesten de pottenbakkerij gestript opleveren. Daarna gaven we cursussen pottenbakken vanuit het atelier in onze schuur. Dit lukte maar we hadden nu minder inkomsten. Daarom ben ik blijven werken in de gezinsverzorging tot mijn zestigste. Toen kon ik er dankzij de VUT-regeling uit. Ook heb ik een deel van de verzorging op me genomen van mijn ouders en schoonouders, totdat zij overleden.”
“Mijn man had geen betaalde baan meer, maar was mede actief voor het overlegorgaan voor stadsvernieuwing van Alkmaar en het behoud van de oudere woningen in het centrum. Ik ben trots op mijn man, een autodidact met alleen een timmerdiploma die gesprekken voerde met de gemeente en provincie, en met succes!”
Overlijden van mijn man
“Zes jaar geleden is mijn man overleden. Op een nacht snurkte hij heel hard en wilde ik hem wakker maken, maar dit lukte niet. Ik belde mijn zoon en 112. Ik ben boven op hem gaan zitten en heb van alles geprobeerd om hem weer wakker te krijgen. De politie en ambulance waren er snel en hebben hem nog geprobeerd te reanimeren, maar dat is niet gelukt. De eerste nacht kon ik niet slapen. Ik heb de gedichtjes gelezen die mijn man altijd op mijn kussen legde. Ook heb ik een gedicht voor hem geschreven, die op zijn rouwkaart is geplaatst:
Voorzichtig pakte je mijn hand
Daar waar het begon op het Noord-Zee strand
Beloofden wij elkaar en gaven we vertrouwen.
Zorgend voor en gelukkig met elkaar.
Bouwden wij een leven dat we samen hebben ingericht en vormgegeven.
Veel te vroeg en nog lang niet klaar
Moesten wij plotseling afscheid nemen van elkaar.
Jouw reis is ten einde we missen je mijn lief.
Leven zonder man
“Behalve mijn zoon en kleinzoon is mijn familie die week niet bij mij of bij de uitvaart geweest. Sindsdien heb ik nauwelijks contact meer met hen, alleen nog met twee nichtjes. Mijn zus is overleden, ik heb haar niet meer gezien. Ook omdat ik zelf gezondheidsproblemen had. Ik was op een ochtend erg moe en benauwd. In het ziekenhuis hebben ze liters vocht achter mijn longen weggehaald. Sindsdien staat er in de woonkamer beneden een bed. Ik kan met mijn rollator door mijn tuintje naar de schuur lopen waar vroeger het atelier was.”
“Toen mijn man nog leefde, gaf ik het leven een twaalf (op een schaal van 1 tot 10). Nu is dat een acht, omdat ik teer op mijn herinneringen. Wat ik heb geleerd in het leven is altijd vriendelijk en eerlijk zijn, ook al is dat moeilijk. En tevreden zijn met wat je hebt en niet méér te willen ten koste van anderen. Ik probeer dat ook door te geven aan mijn zoon en kleinzoon.”
Alkmaar, juni 2025
