Boterhammen met pindakaas
Marcus woont in een klein maar prettig appartement in Amsterdam-West. Het is een flinke klim, want hij woont op de vierde verdieping en er is geen lift. We nemen plaats in de huiskamer, waar we welkom worden geheten door een fluitende kanarie in een grote kooi. Marcus zet koffie. Net als we denken dat we kunnen beginnen met het gesprek, besluit hij toch eerst nog even te gaan lunchen: twee boterhammen met pindakaas en een beker melk. Maar dan is het eindelijk zover en kunnen we van start.
Van Suriname naar Nederland
Marcus is geboren in Paramaribo. Zijn vader was directeur van een installatiebedrijf voor airconditioners en zijn moeder werkte als lerares op een basisschool. Marcus vertelt: “Ik heb twee jongere broers en we woonden met het hele gezin in Paramaribo.” Marcus kijkt terug op een redelijk fijne jeugd. “Naar mijn idee ben ik goed opgevoed. Ik deed het goed op school en ik deed ook altijd mijn best. Ik hielp veel in huis, deed regelmatig de afwas en hielp mijn vader met klussen. Ik verdedigde ook mijn broertjes als dat nodig was. Ik ben opgevoed met het idee dat je behulpzaam hoort te zijn.”
Op zijn negentiende kwam Marcus naar Nederland. Dat ging vrij plotseling. Volgens zijn zeggen was de belangrijkste reden dat hij in militaire dienst moest. Daarnaast hechtten zijn ouders er waarde aan dat hij een vak zou leren. Marcus beschrijft de band met hen als ‘redelijk goed’, met name als het om zijn jeugdjaren gaat.
Die band verwaterde al snel toen hij in Nederland was. “Vooral de relatie met mijn vader werd steeds moeizamer. Met mijn moeder was het beter, maar ook daar was het vertrouwen soms ingewikkeld.”
Leren en werken
Marcus woonde in die tijd (1987) in Huizen. “Ik werkte als productiearbeider in een fabriek en volgde tegelijkertijd een schriftelijke opleiding informatica. Dat was zwaar, maar het leren ging me goed af. Daarom besloot ik mij volledig op mijn studie te richten en stopte met werken. Zodoende kon ik sneller mijn diploma halen. Met mijn behaalde certificaten ben ik naar de hts in Amsterdam gegaan. Daar haalde ik mijn propedeuse. Ik kwam terecht bij een technisch project- en adviesbureau als technisch tekenaar. Dat betaalde goed. En ik had een huis, dus alles leek op de rails te staan.”
Schizofrenie en autisme
Toch ging het mis. Marcus ervoer weinig steun vanuit zijn familie. “Ik voelde mij tegengewerkt en verstoten en raakte steeds meer geïsoleerd. Uiteindelijk ging het mentaal niet goed met mij en belandde ik in een psychiatrisch ziekenhuis. Ze spraken over schizofrenie. Later is daar ook de diagnose autisme bijgekomen.”
Dat was een ingrijpende periode. “Ik had het gevoel dat mijn hoofd leeg was.” De verklaring die Marcus daarvoor geeft, is dat er een interactieve chip, een soort zender, zou zijn geïmplanteerd in zijn lichaam. “Ze konden daarmee precies zien waar ik naartoe ging, ze konden mij volgen. Sinds de chip op 4 november jongstleden is verwijderd, voel ik mij pas weer de oude en voel ik mijn intelligentie weer terugkomen.”
Terwijl Marcus hierover vertelt, realiseert hij zich tegelijkertijd dat het misschien wel ongeloofwaardig overkomt, maar toch… “Ik kreeg destijds ook therapie, onder andere om beter te leren communiceren. Langzaam kwam ik er weer bovenop, maar het heeft mijn leven wel blijvend beïnvloed.”
De relatie met zijn familie is sindsdien moeizaam. “Ze hebben mij gewoon grondig misbruikt, als slaaf ingezet. Ze zeggen altijd rare dingen over mij tegen anderen, dat ik gek ben. Veel vriendschappen zijn daardoor verbroken. Ik wil daarvan af. Daarom wil ik gerechtelijk regelen dat mijn familie geen invloed meer op mij kan hebben.”
Van het pad af
Over de tijd dat Marcus dakloos was vertelt hij. “Ik raakte mijn huis kwijt en leefde zo’n acht maanden op straat. Dat was een heel donkere periode. Ik liep vaak in het park en heb daar ook geprobeerd zelfmoord te plegen met een schroevendraaier. Dat is gelukkig niet gelukt.” Hij stroopt zijn trui op en toont een litteken op zijn borst.
“Ik gebruikte ook: cannabis, cocaïne en speed. Heroïne heb ik geprobeerd, maar dat vond ik niks. Later werd ik weer opgenomen en kreeg ik hulp. Inmiddels ben ik volledig gestopt. Ik gebruik niets meer en rook zelfs niet. Dat is mij vooral gelukt door te sporten. Kickboksen, conditietraining en zwemmen. Sport houdt me scherp en in balans.”
DNA-test
Marcus zou een zoon hebben die nu 23 jaar oud is, maar ook dat verhaal is verwarrend. “Er is een DNA-test geweest en daaruit bleek dat ik waarschijnlijk niet de biologische vader ben. Volgens mijn begeleider is er wel een genetische relatie met mijn familie. Ik vermoed dat het kind van mijn broer is. Toen ik een relatie had met de moeder, heeft hij haar verkracht en zo het kind verwekt. Dat idee heb ik, maar ik weet het niet zeker. Het is pijnlijk. Toch probeer ik het los te laten en erop te vertrouwen dat het universum het uiteindelijk wel oplost. Soms heb ik nog contact met de moeder van het kind, dan belt ze mij en vraagt hoe het met mij gaat. Het is lief, ik denk dat ze nog veel van mij houdt.”
Profile en Extreme
Als Marcus terugkijkt op zijn leven, ziet hij zichzelf als een ervaringsdeskundige. “Ik heb veel meegemaakt en veel geleerd. Een belangrijke les is dat ik vaak te goed van vertrouwen ben geweest.”
Op zijn linker bovenarm staat groot het woord Profile getatoeëerd en op zijn rechterbovenarm het woord Extreme. “Profile staat voor mijn inhoud, mijn ervaringen en alles wat mij heeft gevormd. Extreme staat voor de heftigheid van alles, alle tegenslagen in mijn leven, het gepest worden. Maar ook voor mijn veerkracht.”
Als Marcus zijn huidige leven een cijfer zou moeten geven, dan is dat een zeven. “Maar als ik een vriendin zou hebben, zou dat hoger zijn. Het lijkt mij fijn om lief en leed met iemand te kunnen delen.
Leven op de rit
Marcus lijkt zijn leven aardig op de rit te hebben. Momenteel volgt hij een behandeltraject binnen de specialistische geestelijke gezondheidszorg dat hem helpt bij het vinden van meer rust en stabiliteit. Er zijn in ieder geval nog voldoende plannen voor de toekomst. “Ik wil graag nog een bachelor halen en een master over privacywetgeving. Daarnaast wil ik rust, zelfstandigheid en geen negatieve invloeden meer vanuit mijn familie.”
Amsterdam, maart 2026
