“Op een gegeven moment haalt het leven je in. Dingen overkomen je. Er zijn dingen die je liever niet had meegemaakt.”

Opgetekend door: Bernadet van Laak.

Het levensverhaal van Willem

Op dit moment is Willem 75 jaar en niet tevreden met zijn leven. Hij woont al zes jaar in een gespecialiseerde woonvoorziening en heeft een slechte gezondheid. Hij is net uit het ziekenhuis na een longontsteking en alles is nog vermoeiend. Zelfs eten kost hem veel energie. Hij zou graag zelfstandig willen wonen maar weet niet of dat ooit nog gaat lukken.  


Kinderjaren  

Willem is in 1951 in een kraamkliniek geboren als kind van een ongehuwde moeder. Dat was een schande in die tijd. Zijn moeder is kort daarvoor behandeld voor borstkanker en loopt ook nog paratyfus op. “Ze heeft gevochten voor haar leven omdat ze net moeder was,” vertelt Willem. Een paar weken na de bevalling gaan moeder en baby Willem bij een kennis op kamers wonen op het Noordereiland in Rotterdam. Bij haar ouders was ze als ongehuwde moeder niet meer welkom. Over zijn biologische vader is zijn moeder altijd vaag gebleven. Als Willem een paar maanden oud is, ontmoet ze zijn stiefvader. Willem beschouwt hem voor de rest van zijn leven als zijn vader. “Een goeie vent, hij deed geen gekke dingen en dronk niet.” 

Na een paar jaar verhuizen ze naar de Zalmhaven in Rotterdam. Willem is dan een jaar of vier en herinnert zich de binnenstad nog goed. Die ligt nog vol puin na het bombardement in de oorlog. Zijn moeder kan het moederschap eigenlijk niet aanSoms wordt Willem naar zijn oma van vaderskant gebracht als zijn moeder naar de bioscoop gaat. Daar zit ze bijna iedere dag. Soms neemt ze Willem mee en laat hem dan vol trots aan anderen zien. Willem kijkt er zelf ook trots bij als hij dit vertelt.  

Naar het internaat  

Als Willem eenmaal op school zit, spijbelt hij regelmatig en zwerft wat door de stad. “Ik ga altijd graag mijn eigen gangetje.” Na een paar jaar komt de Kinderbescherming eraan te pas. Willem wordt getest en in een pleeggezin in Rotterdam-West geplaatst. “Dat waren mijn eerste ervaringen in een normaal gezin. Op zich oké, maar ik moest ook omgaan met het feit dat mijn moeder niet voor mij kon zorgen. Dat besefte ik wel.”  

Hij woont enkele jaren bij het pleeggezin totdat zijn biologische moeder een baantje vindt tegenover het huis van het pleeggezin en hem op een dag kidnapt. Ze houdt hem verborgen en ze verblijven dan hier, dan daar. Willem zwerft ook nog steeds veel op straat.  
Als hij een jaar of twaalf is, grijpt de Kinderbescherming opnieuw in en worden zijn ouders uit de ouderlijke macht gezet. Willem wordt in overleg op een internaat in Baarn geplaatst, waar hij naar de mulo gaat. Hij vindt het moeilijk zich aan te passen, maar het gaat goed. Willem is intelligent en krijgt extra lessen van een leraar die ziet dat hij potentie heeft. Hij wordt zelfs klassenvertegenwoordiger. Toch blijft Rotterdam trekken. “Het internaat was een leven in een leven, zo voelde ik dat.” Op zijn zestiende loopt hij weg uit het internaat, terug naar Rotterdam.  

Op reis  

In Rotterdam krijgt hij op school dezelfde lesstof die hij in Baarn al heeft gehad en die boeit hem niet. Hij stopt met school en wil reizen. Van zijn vader krijgt hij honderd gulden en hij vertrekt naar Turkije waar hij vier maanden blijft. Een beetje werken en reizen. Het vrije leventje bevalt hem wel.  

Als hij terug in Nederland is, blijken zijn ouders inmiddels gescheiden. Willem laat niet merken hoe dat voor hem was, maar vertelt wel dat hij in die tijd een beter contact met zijn vader heeft. Daarom besluit hij bij hem te blijven wonen. “Ik leidde mijn eigen leven en deed mijn dingen. Zo ben ik met een vriendin in een oude Volkswagen Kever uit 1957 naar Nepal gereisd. Ik heb ook nog anderhalf jaar in een commune in Rotterdam-Noord gewoond. Op het Holland Popfestival in 1970 in het Kralingse Bos werkte ik als vrijwilliger. Ik bracht mensen die te veel drugs hadden genomen naar een hulppost.” Willem is gek op de muziek uit die tijd, maar heeft geen favoriete band of artiest.  

Een nieuw begin  

Op zijn 23ste wordt Willem verliefd. Zijn vriendin R. heeft net het gymnasium afgerond en samen maken ze mooie reizen, onder andere naar India. In die tijd begint Willem zich te realiseren dat hij meer van zijn leven wil maken. Hij leert Grieks en Latijn via het LOI. Door zelfstudie en steun van de vader van R. haalt hij ook het colloquium doctum. Hij wordt toegelaten tot de universiteit in Amsterdam en studeert Aziatische archeologie, terwijl zijn vriendin antropologie studeert. Willem blijft nog lang in Amsterdam wonen.  

Ze krijgen samen een dochter. Op een gegeven moment krijgt R. werk voor Buitenlandse Zaken en vertrekt samen met hun dochter naar Swaziland. Willem blijft hier en ze groeien uit elkaar. Hun dochter is vier jaar als Willem en zijn vriendin na een relatie van twaalf jaar uiteindelijk uit elkaar gaan. Dit is een slechte tijd voor Willem. In die periode snuift hij zijn eerste lijntje coke. Hij heeft nu al heel lang geen contact meer met zijn dochter. Hij vindt dat ‘jammer en moeilijk’ maar vindt het lastig te vertellen hoe het precies zo ver gekomen is. Misschien vanwege zijn cokegebruik, maar dat weet hij niet zeker.  

Werk  

Na de scheiding doet Willem ontwikkelingswerk in Nepal en werkt als wetenschappelijk reisleider in Azië. “Je kan zelf de dingen plannen en uitvoeren en je komt op boeiende plekken. Ik kocht de reizen zelf in.” Willem herinnert zich die periode als een goede tijd. Hij doet dat werk tot zijn 62ste.  

De laatste tijd  

Willem krijgt op zijn 59ste een nieuwe vriendin met wie hij ongeveer zeven jaar samenwoont, maar ook deze relatie loopt stuk. 
Als zijn moeder achteruitgaat, verhuist hij terug naar Rotterdam. Hij woont daar driehoog achter bij een kennis in Rotterdam-Zuid. Na haar overlijden in 2013 is zijn moeder voor Willem veranderd ‘in een ander mens’. Hij is milder geworden en kijkt liefdevoller naar haar. “Alsof ik nu de ouder was, en zij het kind.” Daarna leidt Willem een teruggetrokken leven. 
“Op een gegeven moment haalt het leven je in. Dingen overkomen je. Er zijn dingen die je liever niet had meegemaakt.” Willem kijkt weg en praat er liever niet over.  

“Was ik maar nooit aan die coke begonnen. Het drukt zo’n stempel op je leven en het wordt van kwaad tot erger. Ik heb het gevoel dat ik nog veel moet leren.” Wat precies, kan hij niet aangeven. “Dat is een algeheel gevoel.” 
Ondanks de moeilijke periodes heeft Willem ook mooie dingen meegemaakt. Op de reizen die hij georganiseerd en geleid heeft is hij trots. De afwisseling die daarin zat vond hij fijn. Dat had hij nooit willen missen. 

Rotterdam, 16 juni 2026 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *