“Soms vergeet ik de mooie momenten.”

Opgetekend door: Ceylan Dursun. Foto: Ceylan Dursun.

Het levensverhaal van Hikmat

Wanneer de lunch in de dagopvang wordt uitgedeeld, vraagt Hikmat (55) of ik mee-eet. Ik zeg dat ik al heb gegeten. Hij knikt, staat op en komt terug met een extra lepel. “Voor het geval dat,” zegt hij zacht en legt de lepel voor me neer. Zijn overhemd zit zonder kreuk, hij straalt rust en kalmte uit. Wat hij voor anderen in dit leven heeft betekend is duidelijk; wat hij zelf heeft meegemaakt blijft gefragmenteerd en stil. 


De Goran stam 

Hikmat is geboren in een huis van klei, in een dorpje vlakbij Mosul in Irak. Zijn familie behoort tot de Goran stam, een van de oudste Koerdische stammen. Met hun eigen taal, het Gorani, en een eigen cultuur onderscheiden ze zich van alle andere grote stammen in het land. “Mijn opa was stamhoofd en mijn vader volgde hem op,” vertelt Hikmat.” De regio rond Mosul staat bekend om haar vruchtbare grond, gevoed door de Tigris en de Mosul-dam. Die grond is waardevol genoeg om voor te vechten. Aanvallen van naburige clans, zoals de Zebari en de Hirki, zijn dan ook geen uitzondering. ”Als kind leerde ik hoe ik een vuurwapen moest hanteren. Niet als spel maar uit noodzaak. Onze stam zoekt geen conflict, maar we verdedigen ons als dit moet. We claimen niet andermans land, maar laten ons ook niet aanvallen.”  

Ondertussen oefent het regime van Saddam Hoessein steeds meer druk uit op de Koerdische gemeenschap: arabisering ontkent hun identiteit. Taal, cultuur en hun bestaan worden systematisch onderdrukt. Op zevenjarige leeftijd ziet hij hoe een vriend op school wordt gearresteerd. De jongen had het Koerdisch volkslied gezongen, verboden onder Hoesseins regime. “De politie heeft hem meegenomen, opgesloten in het toiletgebouw en met een mes toegetakeld,” vertelt Hikmat.  

Hikmats grote voorbeeld 

Met onmiskenbaar respect vertelt Hikmat over zijn vader. “Hij was ambtenaar bij de afdeling Landbouw, gerespecteerd en bekend als eerlijk en betrouwbaar. Drie reizen naar Europa brachten hem nieuwe inzichten om de landbouwsector in Irak te verbeteren. Wanneer hij thuiskwam, zat ik ademloos naar hem te luisteren.  Hij inspireerde mij.” Op zestienjarige leeftijd verliest Hikmat zijn vader. “Ik moest stoppen met school en werd kostwinner voor mijn moeder, vier broers en zussen. Ik was namelijk de oudste zoon.” Over deze periode in zijn leven is hij kort: “ik had God en ik had geduld.” Hij denkt dagelijks aan zijn vader: “Hij heeft me geleerd dat eerlijkheid, integriteit en het helpen van anderen de belangrijkste waarden zijn in het leven.” Of hij diezelfde waarden heeft overgenomen? Hij lacht: “dat laat ik aan anderen over om te beoordelen.”  

Wederkerigheid 

Hikmat komt in 2005 naar Nederland en verblijft vijf jaar in een AZC. Nadat hij in 2010 een verblijfsvergunning krijgt, volgt hij het voorbeeld van zijn vader en gaat in de landbouw werken. In Lelystad draagt hij bij aan de oprichting van KH Holland Koerdistan, dat aardappelen naar Irak exporteert. “Het was al mijn droom als jongen,” zegt hij. “Ik wilde, net als mijn vader, kennis en producten terug laten vloeien naar mijn land. Ik wilde mijn volk zoveel mogelijk steunen.”  

De herinnering aan de vruchtbare grond bij Mosul blijft sterk. Hij kent zowel de mogelijkheden als de schade die oorlog en sancties hebben aangericht. In Lelystad organiseert hij het werk voor de arbeider, haalt ze op uit het AZC en brengt ze na het werk weer terug. Als tweede man binnen het bedrijf houdt hij de logistiek draaiende. “Ik wil iets goeds doen voor dit land én voor Irak,” zegt hij. “Nederland gaf me onderdak, eten en zorg. Ik wil iets teruggeven.” Dat doet hij op de manier die hij het beste kent: hard werken en ervoor zorgen dat anderen ook de vruchten kunnen plukken. 

Ziek worden 

Hij is eenentwintig wanneer twee vrienden naast hem worden gedood door een mortiergranaat tijdens een aanval van het leger van Saddam Hoessein. Zelfs na vijfendertig jaar blijven de beelden scherp en ‘s nachts is dat nog erger. Hij slaapt weinig. Als hij wel slaapt, volgen de nachtmerries. Hij heeft jarenlang behandelingen gehad. Al in het AZC, rond 2005–2006, bezocht hij een psychiater. De dagelijkse medicijnen moeten de gedachten dempen, maar leveren verwarring en uitputting op. “Ik heb niet het gevoel dat de medicijnen me helpen,” vertelt hij.  

De reuma doet de rest. Zijn immuunsysteem vecht tegen zijn eigen lichaam. Pijnlijke gewrichten en voortdurende vermoeidheid bepalen zijn dagen. “Soms verdwijnt het niet, hoe lang ik ook slaap.” Aan zijn gezicht valt niets af te lezen, maar zijn energie is beperkt en zijn concentratie laat hem soms in de steek. Af en toe biedt hij zijn excuses aan: “Mijn hoofd is een warboel vandaag.” 

Goede en verkeerde vrienden 

In 2020 verhuist Hikmat naar vrienden in Rotterdam. “Zij hielpen me hulp te vinden via een kerk en hulporganisaties.” Een van zijn beste vrienden is christen en hij waardeert het gezelschap van zijn vrienden, ook al is hij door de reuma vaak moe. “Vriendschap moet op eerlijkheid berusten, dat is mijn enige maatstaf. Niet geloof of afkomst. Joods, moslim, christen. Zolang we maar eerlijk zijn. Sinds ik in Nederland woon, ben ik rustiger geworden doordat mensen mij helpen, minder snel boos.” 

“Ik heb ook fouten gemaakt die niet te herstellen zijn. Maar ik weiger om in het verleden te blijven hangen. Iedere dag een stap vooruit.” Hij heeft in het verleden zijn vertrouwen aan de verkeerde vrienden gegeven. Hikmat hielp ze door grote bedragen te lenen, maar ze betaalden het nooit terug. “Dat heeft me herhaaldelijk in de problemen gebracht,” zegt hij. Hij is er voorzichtiger van geworden, maar niet verbitterd. 

Kinderen 

“Ik heb geen kinderen.” Hikmat lacht kort en schudt zijn hoofd. Er volgt een stilte. “Ik heb nooit aan mijzelf gedacht,” zegt hij. “Altijd aan mijn familie.” 

Ana alhamdulillah 

“Soms vergeet ik de mooie momenten uit mijn leven,” zegt hij en kijkt even weg. “Dat komt door wat ik heb meegemaakt.” Hij noemt het alsof het iets vanzelfsprekends is. “Ana alhamdulillah andi qawi billah,” zegt hij in het Arabisch en glimlacht; zijn geloof geeft hem kracht. Geloof is voor hem geen losse troost, maar het fundament van alles. “Ik help niet voor een beloning of lof, maar omdat mensen helpen menselijk is. Wie anderen helpt, wordt door de Heer geholpen.” Hikmat heeft veel voor anderen gedaan en weet wat hij hier zal achterlaten. Als het over de dood gaat, zegt hij kalm: “Als mijn tijd komt, is het nodig geweest.” 

Het is een zonnige middag in Rotterdam. “Zullen we een wandeling gaan maken?”, vraag ik. De extra lepel blijft achter op tafel. 

Rotterdam, juli 2026 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *