Kaarsrecht en met de handen op schoot zit Yvonne op bed in haar kamer. In haar jonge jaren was ze ballerina. Met hart en ziel danste ze in vele moderne en klassieke balletten en werkte ze samen met Nederlandse en internationale topchoreografen en topdansers, waaronder Hans van Manen, Maurice Béjart en Rudolf Nureyev. Dans was en is alles. Yvonne verblijft in een zorgcentrum omdat herinneringen haar vaak in de steek laten. Haar man stierf vier weken geleden. “Ik mis hem heel erg.”
Jeugd
Yvonne is geboren en getogen in Amsterdam. Met haar vader, moeder en oudere halfzus brengt ze haar jeugd door aan het Sarphatipark waar ze vaak speelt. Haar vader is kleermaker en heeft zijn zaak aan huis. Haar moeder is naaister en ontwerpt jurken, rokken en allerlei andere kleding. Het gezin heeft het niet breed. “Mijn moeder had geen makkelijk karakter,” vertelt Yvonne. “Ze kon niet goed met geld omgaan en had regelmatig woedeaanvallen en zware depressies. Gelukkig nam mijn vader me mee naar het Vondelpark waar ik lekker kon spelen.” Het leidt vader en dochter af van de problemen met haar moeder.
Yvonne’s grote, vriendelijke, blauwe ogen kijken zoekend in het rond. Ze heeft een introverte blik en een expressief gezicht dat zorgvuldig is opgemaakt met mascara, oogschaduw en wijnrode lippenstift. Ze draagt haar korte haar strak achterovergekamd.
“Ik trok ook veel op met mijn halfzus,” gaat Yvonne verder. “We dachten over veel dingen hetzelfde en gingen vaak samen naar de bioscoop. We beleefden alles heel intens, we wilden geen films missen.” Op latere leeftijd wordt het moeilijk als haar halfzus te veel drinkt en hysterische aanvallen heeft, net als haar moeder. “Ze wou dingen die niet kunnen. Absurde en extreme dingen.” Yvonne maakt een hulpeloos gebaar met haar armen. “Ik denk dat ze te veel wilde van het leven.”
Vuurtje
Regelmatig nemen haar ouders haar mee naar dansvoorstellingen van het Ballet der Lage Landen in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Zo maakt ze kennis met klassieke en moderne dans en als vanzelf begint bij Yvonne een dansvuurtje te branden. Op zevenjarige leeftijd volgt ze haar eerste balletlessen bij Steffa Wine, in die tijd een bekende danspedagoge en flamencodanseres. “Ze kon heel goed met jonge meisjes omgaan. Vooral mijn vader stimuleerde mij om te gaan dansen. Mijn moeder bemoeide zich er niet zo mee maar ze gaven me allebei de ruimte om te dansen.” Yvonne blijkt zeer getalenteerd en Wine inspireert haar om een professionele dansopleiding te gaan volgen. Dat doet ze bij niemand minder dan de legendarische Sonia Gaskell, in de balletstudio waar later de wereldberoemde choreograaf Rudi van Dantzig balletlessen zou volgen. “Dankzij Gaskell begon het ballet in Nederland te bloeien. Er ging een nieuwe wereld voor me open. Ik voelde me open en vrij om te zijn wie ik was. Dans ontspande me en maakte me gelukkig. Het was een uitlaatklep. Het dansen ging vanzelf maar ik heb ook heel erg hard gewerkt. Elke dag deed ik in de lessen en de repetities opnieuw mijn best om een nog betere danseres te worden.” Yvonne stopt met praten. De deur van haar kamer staat op een kier. Het harde praten van andere bewoners op de gang haalt haar uit haar zoektocht naar herinneringen. Na een rustpauze vertelt ze verder.
Pioniers
Op zestienjarige leeftijd treedt ze in dienst bij het Nationaal Ballet. “De anderen waren al wat ouder.” Ze danst in vele klassieke balletten, zoals Het Zwanenmeer, de Notenkraker en Romeo en Juliette. Ze doorloopt de verschillende rangen van het klassieke ballet, van élève in het corps de ballet, coryphée en grand sujet en uiteindelijk wordt ze tweede solist.
Ook het moderne repertoire past bij haar. “Het was een vernieuwende tijd. Je leerde een mengeling van stijlen en je werd uitgedaagd om die allemaal te leren beheersen. Ik voelde me er helemaal thuis en probeerde er het beste van te maken. We waren danspioniers. Het Nationaal Ballet was een fijn gezelschap. Zonder onderlinge haat en nijd. Je gunde elkaar een mooie rol.” Ook danst ze in balletten van de Amerikaanse choreograaf George Balanchine.”Hij eiste een absolute beheersing van de danstechniek, een goed gevoel voor timing, en behendigheid. Die gedrevenheid, de heldere lijnen, het ritmische spel en de logica van de bewegingen in zijn balletten. Het lag me goed.” Zijn ballet ‘Serenade’ is een van haar lievelingsballetten. Ze denkt even na. “Het waren kunstwerken.” Ze groeit mee met het Nationaal Ballet dat zich in die tijd ontwikkelt tot een wereldberoemd dansgezelschap waar ze nog steeds enorm trots op is. “We toerden door Europa. Ik herinner me onze voorstellingen in Berlijn, Moskou, Barcelona en Parijs. In Parijs was alles veel vrijer dan in Amsterdam.”
Na jaren bij het Nationaal Ballet, maakt Yvonne een overstap naar het Scapino Ballet. Hier danst ze onder andere in jeugdvoorstellingen. Maar ze vindt er niet helemaal wat ze zoekt. Ze volgt lessen bij het Ballet van de XXste eeuw, een internationaal dansgezelschap in Brussel. Spoedig treedt ze toe tot dit gezelschap dat wordt geleid door Maurice Béjart, wederom een dansvernieuwer die bekend staat om zijn eigenzinnige choreografieën van de Boléro van Ravel en Le Sacre du printemps van Igor Stravinsky. “Dat vernieuwende, dat had ik blijkbaar nodig. Het was meeslepend.”
Relatie
In het theater leert ze J. kennen, de lichttechnicus en fysicus van de voorstellingen. Er hangt een zwart-witfoto van hem in haar kamer: een knappe, ernstige man. “Hij heeft verschrikkelijk veel voor me betekend, en nog,” vertelt Yvonne. Ze gaan samen vaak naar het theater en maken reizen door Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Italië. Ze heeft nog veel herinneringen aan hun lange wandelingen, aan oude pleinen en landschappen, en aan de Opéra de Paris waar ze samen waren. Yvonne laat een vakantiefoto zien waarop je een slanke, elegante vrouw ziet die introvert maar glimlachend in de camera kijkt. J. overleed vier weken geleden aan de gevolgen van buikkanker. “Hij had verschrikkelijk veel pijn. En toen ineens was het voorbij. Het is moeilijk te verdragen.” Het ging allemaal te snel en ze hebben geen afscheid van elkaar kunnen nemen.
Heimwee
Ze haalt een paar zwart-wit dansfoto’s tevoorschijn uit een doos op de vensterbank. Ze wijst. “Dat ben ik.” Op de foto’s zie je een krachtige, blonde Yvonne tijdens een hoge sprong. “Dat was in Romeo en Juliette. We durfden veel in die tijd. Er was geen tuttigheid, wel een open sfeer en we hadden heel veel plezier. Ik verlang ernaar terug. Er was respect voor dansers. Nu is het anders. Het is een keiharde wereld geworden.” Met zachte stem noemt ze enkele namen van de andere dansers die op de foto staan en vraagt zich af wat er van ze is geworden. “Maar mijn herinneringen lopen door elkaar.”
Stoppen met dansen
Als danser ga je zowel fysiek als mentaal tot het uiterste. “Het was normaal dat je op een gegeven moment stopte. Er werd geen poeha over gemaakt.” Yvonne gaat lesgeven in klassieke en moderne dans maar verbindt zich niet aan een professionele dansacademie. Nu, na het dansen, dringt het leven van vroeger zich weer aan haar op. “Dat voelde moeilijk vanwege het gedrag van mijn moeder. Soms dreigde ze dat ze uit het raam zou springen. Die zwaarte kwam weer op me af.”
Krishnamurti
“Het leven buiten de dans is zwaar en vol vergissingen. Mensen veroordelen je snel.” Dankzij de leer van Krishnamurti komt Yvonne weer tot zichzelf en ontstaat het gevoel dat ze goed genoeg is als mens. “Krishnamurti zegt dat iedereen innerlijk ongelukkig is. Je moet eerst de oorzaken daarvan zoeken en voor het eerst aan jezelf toegeven dat je ongelukkig bent. Daarna genees je van jezelf.” Het voelt als een opluchting. Ze bezoekt zijn lezingen en blijft hem volgen, ook nu nog. Ze wil de waarheid horen, zonder opsmuk.
Schoonheid en harmonie
Yvonne vraagt me vertwijfeld: “Hoe kom ik hier weg?” Ze wil een nieuwe start maken. In het zorgcentrum volgt ze schilderlessen. In de kamer hangen haar abstracte en kleurrijke schilderijen. Het schilderen helpt haar om zich te blijven concentreren op schoonheid. Terwijl ze praat, strekt en flext ze haar kleine, lenige voeten die in dikke sokken zijn gehuld.
Ze blijft zoeken naar harmonie in het leven. Dans is en blijft het mooiste in haar leven, het allerbelangrijkste. “Het was er altijd, het vangnet van dans en dansers. Het was mijn huis en mijn thuis.”


Amsterdam, augustus 2026
