Herman en ik ontmoeten elkaar op een locatie van de nachtopvang. Hij wil graag zijn levensverhaal vertellen.“Ik heb eigenlijk niet het idee dat het zo bijzonder is”, zegt hij bescheiden. “Maar misschien herkennen andere mensen er iets van.”
Herman werd op 27 januari 1963 geboren in Nederhorst den Berg. Hij groeide op in een gezin met zijn ouders en drie zussen. “Misschien praat ik daarom makkelijker met vrouwen. Dat voelt voor mij heel vanzelfsprekend.” Enkele jaren geleden verloor hij plotseling een zus aan een longembolie.
Muziek als rode draad
Muziek loopt als een rode draad door zijn leven. Op zijn zevende kreeg Herman pianoles. Drie jaar later begon hij bij de plaatselijke muziekvereniging op een kleine cornet, stapte over op de flügelhorn en ontdekte uiteindelijk zijn liefde voor de bastrombone. Zijn talent werd al vroeg gezien. Tijdens een muziekexamen schreef een jurylid onder zijn beoordeling in potlood: ‘Kan een goede muzikant worden.’ Hij is die woorden nooit vergeten. “Het was een enorme stimulans.”
Zijn schooltijd verliep minder voorspoedig. In het eindexamenjaar van de mavo liep hij bij een val op het ijs een zware hersenschudding op. Negen weken lag hij plat. Daarvoor was hij al geopereerd aan een goedaardige tumor op zijn tong. Toch haalde hij zijn diploma. De havo werd geen succes. “Ik stond vaker buiten dan in de klas.” Uiteindelijk stopte hij. Een duidelijk toekomstplan had hij niet, maar zijn liefde voor muziek bracht hem op het conservatorium. Een pianoleraar en een tubadocent geloofden in hem en op zijn negentiende werd hij aangenomen. “Achteraf ben ik die leraren ontzettend dankbaar. Zij zagen blijkbaar iets in mij wat ik zelf nog niet helemaal zag.”
Na zijn afstuderen was er weinig werk, een loopbaan als beroepsmusicus kwam er niet. Via zijn vader kwam hij op de postkamer van het GAK, het huidige UWV. Rond zijn dertigste herkent hij achteraf de eerste tekenen van een depressie. “Soms kon ik op zaterdagochtend gewoon mijn bed niet uitkomen. Iedereen dacht dat ik lui was, maar ik voelde dat ik móést blijven liggen. Als iemand toen had gezien dat ik depressief was, had ik misschien eerder hulp gekregen. Maar niemand wist wat er werkelijk aan de hand was. Ik zelf ook niet.”
Een leven vol misverstanden
Herman trouwde en kreeg twee dochters en een zoon. Zijn gedrag veranderde, en de afstand met zijn vrouw werd groter. Uiteindelijk volgde een scheiding. Er volgde een zware periode waarin hij meerdere keren werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Hij kwam in de WAO terecht. Jaren later vond hij een woning in Weesp waar hij voorzichtig een nieuw bestaan opbouwde. De depressies verdwenen niet volledig, maar hij leerde zijn grenzen steeds beter herkennen. “Ik wist op een gegeven moment wanneer het niet goed ging. Dan belde ik mijn sociaalpsychiatrisch verpleegkundige.” Herman kon zich ook even laten opnemen om erger te voorkomen. “Het was eigenlijk een soort opladen. Even uit de eenzaamheid, weer onder de mensen zijn. Daarna kon ik meestal weer maanden vooruit.”
De weg terug naar zijn dochters
Financieel had Hermen het goed voor elkaar. Maar het contact met zijn kinderen was verdwenen. Tijdens zijn diepste depressie zag hij geen mogelijkheden om vader voor hen te zijn. “Alles voelde uitzichtloos.” Na zestien jaar vond zijn oudste dochter hem terug. Op zijn verjaardag lag er een brief van haar op de deurmat. Voorzichtig ontstond opnieuw contact. Eerst via brieven, later met wekelijkse telefoongesprekken. Uiteindelijk kwam zij bij hem op bezoek. “Dat was een heel bijzonder moment.”
Ook zijn jongste dochter zocht contact. Zij kende haar vader nauwelijks, ze werd pas na de scheiding geboren. Toch voelde het contact verrassend vertrouwd. “We waren als twee druppels water. In onze manier van denken, onze humor, onze interesses. Ongelooflijk.” Langzaam ontstond de vader-dochterrelatie die hij jarenlang had moeten missen.
Spiritualiteit
Het geluk bleek kwetsbaar. Via internet begon Herman berichten te delen over spiritualiteit, een onderwerp dat hem al jaren bezighield. Hij verdiepte zich onder meer in christelijke mystiek, non-dualisme en oosterse filosofie. Dit hielp hem om woorden te vinden voor ervaringen die hij zelf moeilijk kon plaatsen. Ook had hij ervaringen die anderen als paranormaal of psychotisch zouden kunnen omschrijven. Daarom is hij voorzichtig geworden met hoe hij hierover praat. Het gevaar bestaat dat spirituele ervaringen te snel worden geïnterpreteerd als psychiatrische symptomen. Zelf probeert hij onderscheid te maken tussen beide, al erkent hij dat dit ingewikkeld blijft.
Zijn dochters lazen de berichten op internet en dachten dat hij psychotisch was. Zijn oudste dochter stelde hem voor een harde keuze: als hij geen medicatie zou nemen, zou zij het contact verbreken. Herman voelde zich onbegrepen. “Het was haar angst. Ze was bang haar vader opnieuw kwijt te raken.” Toen hij bleef uitleggen dat het goed met hem ging, blokkeerde ze hem op alle kanalen. Zijn jongste dochter koos uiteindelijk de kant van haar zus. “En toen was ik ze allebei kwijt.” De breuk kwam hard aan. Herman bleef nog een tijd mails sturen omdat hij hoopte het misverstand te kunnen uitleggen. Nu ziet hij dat als een mogelijk kenmerk van zijn autisme: moeilijk het afgebroken contact kunnen loslaten, terwijl hij rationeel goed begrijpt wat er is gebeurd.
De diagnose
De gebeurtenissen leidden tot een opname in de forensische psychiatrie. Daar kreeg hij de diagnose paranoïde schizofrenie. Zelf heeft hij zich daar nooit in kunnen vinden. Ook zijn sociaalpsychiatrisch verpleegkundige zei: “Ik herken eigenlijk helemaal niets van schizofrenie bij jou.” Voor Herman was dat een belangrijk moment. Hij was zich inmiddels steeds verder gaan verdiepen in ADD en autisme. Hij werd hierop getest maar een officiële diagnose kwam er niet.
Thermokleding en een campingstoeltje
In 2020 besloot Herman om vrijwillig naar beschermd wonen te gaan. “Ik heb nooit spijt gehad van die beslissing. Als ik zo was doorgegaan, was ik misschien helemaal vastgelopen.” Herman kookte voor de groep, had corveedienst en deed mee aan creatieve activiteiten. Maar hij raakte vaak overprikkeld en de leiding begreep hem niet altijd. Hij diende twee officiële klachten in, waarop hij naar eigen zeggen nooit een reactie kreeg. “Toen heb ik de muren en de kasten volgeschreven met een permanente stift. Niet extreem grof, maar wel duidelijk. Later heb ik ook de meubels buitengezet. Ik dacht: als jullie niet reageren, dan ga ik op een andere manier aandacht vragen.” Er werd aangifte gedaan. En na meerdere time-outs, moest hij uiteindelijk vertrekken.
Herman had zich op het ergste voorbereid. “Ik had een warmtepak gekocht, thermokleding en een campingstoeltje, omdat ik dacht: het is winter en misschien moet ik buiten slapen.” Nu verblijft hij in de nachtopvang in Amsterdam. Hoe zijn toekomst eruitziet, weet hij nog niet.
Gedachteloos
Als Herman terugkijkt op zijn leven, klinkt er opvallend weinig bitterheid. “Eigenlijk heb ik altijd een makkelijk leven gehad. Dingen kwamen meestal vanzelf goed. Ik dacht altijd: het lost zich vanzelf wel op. Dat vertrouwen heb ik nog steeds.” Tegelijkertijd is er iets veranderd. “Ik voel nu ook dat ik zelf meer verantwoordelijkheid heb om richting te geven aan mijn leven. Als je beseft dat je uiteindelijk niets kunt verliezen, verandert je kijk op alles. Ik ben waar ik ben en dat is goed.” Leeft hij daardoor meer in het moment? “Dat wordt vaak zo gezegd, maar ik zie het iets anders. Zonder gedachten is gisteren verdwenen en morgen bestaat nog niet. Je bent altijd waar je bent. Voor mij vallen veel van die theoretische begrippen uiteindelijk weg.”
Herman kijkt nu anders naar het leven. “Ik kan mezelf niet als ‘verlicht’ ervaren en een ander ook niet als ‘niet-verlicht’. Dat onderscheid verdwijnt eigenlijk.” Toch weet hij dat wat hij als een spirituele ervaring ziet, anderen als een psychiatrisch probleem kunnen zien. “De hulpverlening ziet het als wij zijn gezond en jij bent ziek. In mijn dossier staat dat ik een psychotische stoornis had. Zo’n aantekening blijft je achtervolgen en dat papier weegt zwaarder dan wat ik zelf vertel.” Volgens Herman is het begrijpen van iemands persoonlijkheid niet hetzelfde als begrijpen wie iemand werkelijk is. “Ik herken veel in wat spirituele leraren daarover schrijven. Uiteindelijk hoef je geen andere staat van zijn te bereiken. Je hoeft alleen je gedachten los te laten.”
Belangrijkste levensles
Dan komt hij terug bij wat hij misschien wel als de belangrijkste les uit zijn leven beschouwt. Juist tussen mensen die door de maatschappij als kwetsbaar of ‘gek’ worden gezien, ervaart hij vaak veel begrip en gezond verstand. Daarom bedacht hij zijn eigen uitspraak: Gekke mensen zeggen de mooiste dingen. En de mooiste mensen zeggen de gekste dingen. “Dat zie ik hier ook. Mensen houden rekening met elkaar. Misschien zou de rest van de maatschappij daar nog iets van kunnen leren.”
Amsterdam, augustus 2026
