Zaquir is een vrolijke energieke jongen van 47 jaar (geboren, 15 november 1978). Een echte Amsterdammer en Ajaxied. Hij spijbelde veel en begon te drinken en drugs te gebruiken. Maar je moet genieten van elke dag.
Ouders en gezin
Zaquir’s ouders zijn geboren in Marokko, in een vissersdorpje dat uit z’n klauwen groeide. Ze gingen er elk jaar met vakantie naar toe. Ze waren thuis met zeven kinderen, zussen en broers. Zaquir heeft niet veel contact met ze, behalve bij bruiloften en geboortes en als hij geld nodig heeft. Er woont niemand meer in Marokko. Ze zijn allemaal zijn getrouwd. Een tante is zelfs naar Nederland gesmokkeld in een koffer.
Zijn vader komt naar Nederland voor werk en werkt met plezier in een papierwinkel. Zijn moeder gaat in Nederland ‘achter het aanrecht’. Zij doet veel in het buurthuis en volgt Nederlandse lessen. Zij leeft nog wel maar Zaquir spreekt haar nu even niet. Dat neemt hij zichzelf wel kwalijk. Hij mag altijd langskomen, zijn moeder kookt dan voor hem. Maar hij wil niet langs gaan als hij onder invloed is.
School en spijbelen
Zaquir vertelt: “School was een ver van m’n bed show. In het begin werd ik gepest met ‘brillenjood’. Die bril had ik vanaf m’n twaalfde toen ik steeds dichter bij de tv ging zitten, haha… Ik spijbelde vaak. Vlakbij mijn eerste school zat een pleintje. Daar ging ik dan in m’n eentje op het doel schieten en steeds zelf de bal uit het doel halen. Later ging ik naar het Magna Plaza, cd ’s luisteren. Marco Borsato bijvoorbeeld, ‘Waarom nou jij?’ Een echte tranentrekker.” Zijn moeder komt erachter dat hij spijbelt en zegt: “Je gaat later spijt krijgen.” Ik zei: “What ever.” Maar ze kon niks doen.”
“Ik haatte wiskunde. Ik had sadistische leraren, dan ben je heel snel klaar. Over die wortel dit, die wortel dat. Hij moet er nog van vloeken. Biologie en geschiedenis vond ik wel leuk. En muziek, met een triangeltje, ding dong ding dong. Ik was slim, ik kon goed leren, ik had vrienden. Alleen de concentratie en interesse, die had ik niet. Alsof ik een vooruitziende blik had en wist, alles gaat naar AI vriend, haha.”
Zaquir wil ook geen kantoorslaaf zijn, van negen tot vijf in het klaslokaal. Hij zit veel te dromen en uit het raam te kijken, moet veel nablijven. Hij wordt steeds brutaler. De superverlegen jongen is veranderd in een rebel. Op een andere school gaat het niet veel beter. “Ik deed maar wat. En toen was het eigenlijk ook snel afgelopen. Ik kon via Maatwerk een uitkering krijgen. Ik ging de straat op en ging wel wat met boefjes om, kwajongensstreken, zoals een ruit ingooien. Als ik daar nu aan denk, je moet er toch niet aandenken dat er een steen door m’n ramen gaat.”
Alcohol en drugs
Zaquir begint in die tijd Apfelkorn te drinken, dat was te koop bij Albert Heijn. Hij heeft vaak geprobeerd te stoppen met drinken. “Ik heb in heel veel afkickklinieken gezeten. Iedereen krijgt diazepam de eerste weken en zit te lachen. Totdat je afbouwt. Dan komt frustratie, boosheid, schaamte, of je bent afgeleid. Dan begint het echte gevecht. Thuis. Zonder medicatie. Dan doe ik niets. Wat tv kijken. Een wietje. Dat vind ik heerlijk.”
Zaquir raakt ook aan de drugs. ”Ik nam mijn eerste snuif toen ik zestien was. In de trappenhal van een portiek, een van de jongens was een dealer. Iedereen daar is nu weg. Getrouwd, geliquideerd of zit vast. Ik geef niemand de schuld van m’n gebruik. Ik moet gewoon ‘nee’ kunnen zeggen. Het komt ook soms echt zomaar aangewaaid. Het beste is eigenlijk die ambulante hulp. Maar ze doen een beetje moeilijk over de diazepam die ik nodig heb. Of ze zeggen, kom maar een week later. En dan heb ik weer een terugval. Dat gaat niet via de alcohol maar via de coke. Coke is my worst enemy. Ik ben boos op mijzelf als ik het opzoek.”
Op het moment van ons gesprek heeft Zaquir even een ‘klote periode’. Hij drinkt veel bier, een krat per dag. Nu het mooi weer wordt, wordt het steeds moeilijker. “Alcoholisten houden vreemd genoeg niet van de zon.”
Wonen bij zijn vader
Als Zaquir twintig is, zit hij negen maanden in de gevangenis. Daarna vangt zijn vader hem op en blijft hij bij hem wonen. Zijn ouders zijn inmiddels gescheiden. Zijn vader zorgt voor eten, houdt het huis schoon, staat deurwaarders te woord, maakt zijn post open. “Mijn vaders’ motto was: Als je geen euro op zak hebt, ben je geen man. Ik vind het wel jammer dat ik in die periode zo weinig aandacht voor hem had. Hij is gestorven aan longkanker. Ik was veel bij hem in het ziekenhuis maar hij zei: ‘Ga naar huis, anders raak je je baan kwijt.’ Ik werkte toen bij de thuiszorg. Een week later is hij overleden. Bij de begrafenis reed zelfs de koning langs.”
Terugkijken op het leven
Zaquir geeft zijn leven een zes-min. Hij ziet zijn leven als vol met mijlpalen. Misschien had hij wel een gratis computercursus moeten doen in het buurthuis, om verder te groeien in zakendoen. “Maar ja, ik hield daar sowieso eigenlijk niet van. Ik was goed in voetbal. Heb ook in Buitenveldert op een club gezeten toen ik veertien was. Ik heb het geld laten rollen en nu pas valt het kwartje. Ik heb mijn huis kunnen behouden, met een lening van mijn familie. Ik onderhoud mijzelf met tachtig euro per week. En bij de dagbesteding kan ik negen euro extra per dag verdienen.”
“De mooiste tijd van mijn leven was wel met vakantie in Marokko. Als ik dan weer terug moest naar dat regenachtige Nederland, dan moest ik echt huilen. Nog een keer kijken naar het strand en de zee vanuit het vliegtuig. En ook gewoon de tijd van je leven, dat je verliefd werd, meisjes… Dan voel je ‘dit is leven’. De zee, het eten, de zon. Maar het is daar wel het recht van de sterkste. Je moet een beetje geld hebben om te kunnen leven. Maar er is een vangnet, iedereen heeft familie daar.” Maar Zaquir vindt Amsterdam ook oké. “Het is a beautifull city. Alhoewel mensen niet meer zo graag naar Nederland willen komen. Het is niet meer zo mooi als in de jaren ’90 weet je. Kabinet Paars. Nu heb je te maken met Wilders en Verdonk. Al die opstokers. Ach ja.”
Levensles
Wat hij ons wil meegeven? “Geniet van elke dag, wees dankbaar voor elke dag. Dat je gezond bent. En ook al is dat niet zo, dat je dan nog steeds dankbaar bent. En dat je altijd hoop moet houden. Want het leven is een rollercoaster. Je hebt je ups and downs. Als je down bent, dan moet je sterk zijn. En als je up bent moet je ook scherp blijven en niet naast je schoenen lopen. Want anders is de duivel niet ver weg. Die is er altijd, in iedereen, in elke vorm. Zoek de balans. Wees gelukkig met jezelf. En zelfs zonder huis heb je een daklozenuitkering. Loop niet de hele dag te klagen.”
Amsterdam, juli 2026
