Dit verhaal gaat over drugs, gevangenis en trauma’s. Over geweld, misbruik en mishandeling. Maar ook over hoop en vriendschap. En over instanties die een stapje verder gaan voor een heel bijzondere man. Het gesprek vindt plaats op een terras bij de Dom in Utrecht.
Ton verscheen in 2007 in de nachtopvang, en had moeite zich daar staande te houden. Er waren te veel instanties die hij op maandag en woensdag tussen 13.00 en 14.30 uur moest terugbellen, wachtlijsten en bankafschriften van de afgelopen drie maanden die hij niet kon verzamelen. Als je op straat leefde, waren dit onoverkomelijke obstakels.
Hij was te kwetsbaar en voelde zich niet veilig in de nachtopvang. Uiteindelijk is Ton met spoed naar een andere opvang overgedragen. Daar heeft het team hem liefdevol ontvangen, en dat was nieuw voor hem.
Huiseigenaar die niet naar huis durfde
Want Ton was een huiseigenaar die niet terug naar huis durfde, en niemand wist er raad mee. Thuisloos kenden ze. Dakloos kenden ze. Maar een huisbezitter die niet naar huis kon, dat was nieuw. In 2025 zouden ze hem naar Veilig Thuis hebben gebracht. Maar wat wisten we van mannenmishandeling in 2007? Dat het bestond, dat het erg was, en dat er maatschappelijk gezien niks was om dit probleem op te vangen.
Ga naar buiten!
Ton vertelt: “Ik kom uit Zeist, uit een groot gezin met vijf broers en twee zussen. Veel liefde was er niet thuis. We leefden langs elkaar heen en werden continu naar buiten gestuurd. Dat vond ik niet erg, graag zelfs! Er werd nooit gevraagd naar huiswerk of naar hoe ik me voelde als er iets was gebeurd. Er werd alleen geschreeuwd: ‘Ga naar buiten!’ Ik ging mijn eigen gang. Mensen helpen en soms kattenkwaad uithalen. Ik hielp bijvoorbeeld de bakker en kreeg dan een krentenbol, of ik hielp buren met sjouwen. Op een keer stond er iemand aan de deur die zei: ‘Jij hebt Jezus nodig in je leven!’ Die hebben we weggepest. Nee, we zijn niet gelovig opgevoed.
“Mijn moeder hield van kletsen, dat kon ze met iedereen. Met buren, met mensen die langskwamen. Eigenlijk met iedereen behalve haar eigen kinderen. Mijn vader werkte altijd. Mijn moeder zei vaak tegen hem: ‘Zeg jij ook maar wat tegen de kinderen.’ Maar dat deed hij niet. Ja, natuurlijk kreeg ik regelmatig tikken, maar die waren welverdiend. Maar liefde geven, dat kon ze niet.”
Werken op vijftienjarige leeftijd
“Ik werd van school gestuurd en heb verschillende opleidingen geprobeerd. Uiteindelijk ging ik op mijn vijftiende werken als stratenmaker. Ik dacht dat als ik geld inbracht, er thuis iets zou veranderen. Maar nee, dat hielp niet. Ik ontdekte het leven in de kroeg. Dat was leuk, er waren mensen die naar mij luisterden, en met wie je kon lachen. Daar heb ik mijn beste maatje ontmoet. Wij zijn na 45 jaar nog steeds bevriend.
“Ik werkte zes jaar als stratenmaker en ben overgestapt naar een busmaatschappij. Daar heb ik 25 jaar gewerkt. Ik deed klein onderhoud, schoonmaak en diverse andere werkzaamheden.
“Ik had een huisje gekocht in Zeist, dat hoorde zo. Je werkt en je koopt een huis. Ik dacht dat mijn familie misschien respect voor me zou krijgen, maar er veranderde niks. Ze zouden komen helpen met verbouwen, maar er kwam niemand. Ik heb er jaren alleen gewoond. Door de weeks werkte ik en in het weekend zat ik in de kroeg.”
Geterroriseerd en mishandeld
“Toen kwam L. in beeld. Hij was coke verslaafd, maar dat wist ik niet. Ik wist alleen dat hij op straat leefde en dat hij geen plek had. Ik geloof oprecht dat als je iemand kunt helpen, je dat moet doen. En ik was eenzaam, ik dacht: ‘gezellig met zijn tweeën…’ L. heeft zeven of acht jaar bij mij gewoond. Hij nam alles over en bepaalde alles. En hij was eng. Ik was zo bang voor hem. Ik moest hem geld brengen. Dat moest!
“Ik werd eerst psychisch geterroriseerd en mishandeld, daarna werd het ook fysiek. Ik nam een tweede hypotheek op mijn huis voor een verbouwing, maar dat geld ging allemaal op aan de coke. Hij sloeg me wekelijks een paar keer in elkaar. Ik kon me niet altijd ziekmelden. Blauwe plekken, gezwollen armen en benen, niemand merkte het, en ik vertelde het ook niet. Ik werkte door en moest geld op tafel leggen. Hij kende mijn zwakke punten. Ik kon het niemand vertellen, zo bang was ik dat hij achter hen aan zou gaan. Ook later in de opvang was ik heel bang dat hij achter de begeleiders aan zou gaan. Zo werkt het nu eenmaal. Hij had zo vaak gezegd dat hij ze af zou maken als ik hulp zou zoeken. Hij meende het en ik geloofde het.”
Verkeerde keuzes om aan geld te komen
“Dit heeft zeven jaar geduurd. Ik gebruikte zelf ook wiet en soms coke, maar ik kon niet weg. Ik wist echt niet hoe. Zelf ging ik ook slechte dingen doen, want ik moest hem geld brengen. Ik kan niet van me afzetten wat ik anderen heb aangedaan voor geld. Ik schaam me en voel me schuldig. Eén keer heb ik op mijn werk bij de busmaatschappij geld uit de kassa gepakt. Dat is op camerabeelden gezien en ik ben op staande voet ontslagen. Na 25 jaar!
“Toen kon ik nergens heen. Ik kon ook niet meer naar huis en kwam via het Leger des Heils in de nachtopvang terecht. Ik was alles kwijtgeraakt. Ik ging thuis mijn post niet meer ophalen en had overal schulden. Een maatschappelijk werker vroeg me een keer om mijn post op te halen in Zeist. Omdat ik zo bang was vroeg ik een maatje, zo’n gespierde hufter, om mee te gaan. Ik kon niet naar binnen. Ik zag dat L. er niet meer woonde, maar je weet het nooit.”
Huis kwijt
“Ik kwam terug met drie grote vuilniszakken vol post. Bij Stadsgeldbeheer hebben ze alles uitgezocht. Ze zeiden dat ze nog nooit zoiets hadden meegemaakt. Maar het was al te laat: schuldeisers, belastingschulden… en toen had ik geen huis meer. Dat vond ik niet erg. Ik wilde er niet meer heen, ik wilde er niet voor vechten. Het had zo lang geduurd, en ik had hele slechte herinneringen daar.”
Veilig in de gevangenis
“Ik kwam in de opvang, maar voelde me er niet veilig, dus ben ik op zoek gegaan naar sterke maatjes. Van die gespierde hufters, daar voelde ik me goed bij. Ik was zo vaak mogelijk bij ze. En dat ging ook mis. We gingen naar een foute kroeg, en waren daar een keer tijdens een vechtpartij. Ik sloeg iemand het ziekenhuis in. Dat was me nog nooit overkomen. Ik heb tweeënhalve maand vastgezeten en de begeleiders hebben ervoor gezorgd dat ik mijn plek bij de opvang kon behouden. Dat mocht eigenlijk niet want we wisten niet hoe lang ik moest zitten, maar het is gelukt! En daar in de gevangenis voelde ik me eindelijk veilig. De deur dicht, en niemand die naar binnen kon. Pas toen kon ik nadenken en tot rust komen.
“In de gevangenis kwamen de begeleiders mij opzoeken en gaven aan dat ze het goed zouden vinden als ik vaker bij de opvang zou blijven. Dat heb ik gedaan. Ik kreeg vrienden en ik organiseerde van alles, zoals koken en klaverjassen. En ik kreeg zelfvertrouwen. Ik vroeg of ik een jaar langer mocht blijven. Iedereen wilde weg, maar ik had er niet alles uitgehaald wat ik kon. En ja, ik mocht een jaar langer blijven.”
Lunetten
Tot slot vertelt Ton: “En nu heb ik mijn woning in Lunetten. In het begin was het moeilijk. Ik was alleen, en het duurde een paar jaar voordat de buurt mij accepteerde. Maar nu is het veel beter. Ik hou het erf schoon en heb er bloemen, planten en een tafeltje neergezet. Ik groet iedereen die langsloopt. Nu kennen ze mij en soms komen ze bij me zitten met bier. Een buurman heeft mij geholpen de stenen op het erf te reinigen. Ja, dat zijn leuke momenten als je samen werkt.
“Ik werk af en toe met zo’n groep jongens die niet zo slim zijn, en dat vind ik echt leuk. Ik heb mijn beste maatje, en ik zie nog een paar begeleiders van de opvang. Af en toe zie ik mijn zus en een broer. Ze hebben zo veel lelijks over mij gehoord. Ze vergeten het niet, en we zien elkaar niet vaak. Ik zou willen dat iemand ze vertelt dat ik zo’n kwaaie peer niet ben. Dat ik ook goeie kanten heb.
“Ik zou graag iemand ontmoeten, om samen vriendschap en liefde mee te ervaren. Maar ik denk altijd zo slecht over mezelf. ’s Avonds met een jointje en luisterend naar Arrow Classic Rock, denk ik veel na over het verleden.
“De zoon van L. stuurde me een tijd geleden een WhatsApp-bericht dat zijn vader dood was. Ik geloofde het niet. Ik weet niet of het waar is, hij haalde vaker dat soort streken uit. Ik voel me nog steeds niet altijd veilig. Ja, nu op dit moment wel. Maar soms komt het allemaal terug: de gedachten, de angst en de schaamte. Ik wil hier in Lunetten blijven, maar ik zou graag een groep mensen om mij heen willen hebben om leuke dingen mee te doen. Dan heb ik alles.”
Utrecht, juli 2025
