“Ik ben meer dan alleen een dakloze; ik heb een rugzak vol verleden.”

Opgetekend door: Mila Meijer Swantee & Truus Oldenburg

Het levensverhaal van Arif

Ontmoeting in Amsterdam 

Als we Arif ontmoeten in Amsterdam, verontschuldigt hij zich omdat wij even op hem moesten wachten. We zeggen dat dat niet hoeft en stellen hem gerust. Dan begint hij te vertellen. “Wij daklozen zijn vaak in de steek gelaten en gekwetst in het verleden. Daardoor voel ik me soms snel geraakt. Maar het doet me goed om te merken dat er nog mensen zijn die écht willen luisteren. Dan hoor je er toch bij. Mensen zien ons vaak niet als volwaardige burgers. Dat is best kwetsend. Je gaat je minderwaardig voelen en voelt je niet serieus genomen. Ik heb gemerkt dat ik bij instanties vaak pas serieus genomen word als ik iemand van de hulpverlening naast me heb.” 

Arif blijkt goed georganiseerd te zijn. Hij heeft een uitkering, een identiteitsbewijs, een zorgverzekering, een DigiD en een aflosplan voor zijn schulden. Maar in Amsterdam-Oost is hij niet meer welkom nadat de politie hem drugs heeft zien gebruiken. Hij mag er alleen nog komen als hij een afspraak heeft bij een hulpverlenende instantie. Waar hij verder leeft? “Waar het nog open is in de stad… of ik ga naar de kerk, voor warm eten.” Hij klinkt berustend, duidelijk en weloverwogen. Dankbaar voor de plekken die er wél voor hem zijn. Maar er is ook argwaan voelbaar en Arif moet erover nadenken of hij wil tekenen voor het publiceren van zijn levensverhaal door Walk of Life. Over de Regenboog Groep is hij uitgesproken positief. “Het geeft ons daklozen een veilige plek. Het zou een uitkomst zijn als er meer van dit soort gebruikersplekken komen. Dan zouden er ook minder mensen op straat gebruiken.”   

Jeugd zonder moeder 

Arif werd geboren op 6 november 1978, in Amsterdam-Oost. Hij groeide op in de Pijp, in een huis zonder moeder. Zijn vader voedde hem alleen op, en dat was niet altijd makkelijk. “Mijn jeugd was turbulent,” zegt hij daarover. Zijn moeder liet hem als kind in de steek en hij weet niet wat het betekent om een moeder te hebben. Al op jonge leeftijd, hij schat rond zijn achtste of negende, moest Arif zelfstandig worden en nam hij de rol van zijn afwezige moeder over. Koken, administratie, verantwoordelijkheid nemen: hij leerde het allemaal zelf. Het heeft hem gevormd maar leuk was het niet. Terwijl andere kinderen buiten speelden en gewoon kind mochten zijn, werd Arif belast met taken die niet op de schouders van een kind horen te liggen. “Ik heb het gevoel dat ik een groot deel van mijn jeugd heb moeten inleveren,” vertelt hij.  

Eerste liefde en zelfstandigheid 

Op zijn zeventiende ging Arif samenwonen met zijn eerste liefde. Haar moeder ontdekte dat ze met hem naar bed was geweest, iets wat in hun Turkse gemeenschap absoluut niet werd geaccepteerd. Ze werd het huis uitgezet en stond midden in de nacht voor zijn deur. Ze huurden een etage bij zijn vader, werkten allebei, volgden een opleiding en waren volledig zelfstandig. Arif behaalde zijn mbo-4-diploma ’Openbaar bestuur en sociaaljuridische dienstverlening’. “Ik wist precies hoe je moest leven,” zegt hij daar met een glimlach over. 

Hun leven samen kende mooie momenten. Ze gingen af en toe uit eten, bezochten de bioscoop, en zijn vrouw bleek goed in sparen, ze was slim, zelfstandig en intelligent. Maar de druk van buitenaf was groot. Familieleden bemoeiden zich met hun relatie, en de verschillen tussen hun achtergronden, zij Turks, hij opgegroeid bij Surinaamse mensen, zorgden voor spanningen. “We kregen eigenlijk geen eerlijke kans. We deden het allebei hartstikke goed, maar het leek alsof het nooit genoeg was.” Na verloop van tijd ging de relatie stuk. Ruzies, stress, familie-invloed, het begon op te tellen. Arif geeft eerlijk toe dat hij fouten heeft gemaakt.  

Drugs gebruiken 

Na de scheiding kwam Arif vast te zitten. In de gevangenis begon hij met cocaïne te roken. Nieuwsgierigheid, stress, verdriet, alles kwam samen. Hij gebruikte het als zelfmedicatie, om zijn hoofd stil te krijgen. Er was ook een heel systeem van leveranciers, afspraken en betalingen. Toen hij vrijkwam, ging hij weer bij zijn vader wonen en vond werk. Hij wist te stoppen met gebruiken maar door onbalans tussen zijn zware werk als wegwerker en zijn privéleven begon het gebruik opnieuw. Uiteindelijk rookte hij weer dagelijks en het gebruik nam steeds ernstigere vormen aan. Hij kreeg een nieuwe vriendin met wie hij drie jaar samenwoonde. Maar door het drugsgebruik hield ook deze relatie geen stand.  

Vaderschap 

Daarna ontmoette Arif zijn derde vrouw met wie hij een dochter kreeg. Ze is nu zestien jaar. Maar er ontstonden spanningen en de relatie ging uit. Met zijn nieuwe relatie kreeg hij een tweede dochter, nu vijftien jaar. Beide relaties liepen stuk door drugs- en drankgebruik. Arif kijkt er met pijn op terug hoe weinig hij voor zijn dochters heeft kunnen betekenen en hoe groot de rol van geldgebrek daarin was. “Ik heb zoveel geprobeerd om er voor mijn dochters te zijn,” zegt hij, “maar ik mocht ze niet zien, en ik had het geld niet om daar iets tegen te beginnen. Met een dakloze-uitkering kom je nergens.” Toen zijn eerste dochter uit huis werd geplaatst, probeerde hij haar terug te krijgen. Maar hij belandde opnieuw in de gevangenis. Toch hoopt hij het contact te herstellen als hij een eigen huis heeft. Zijn tweede dochter mag hij gelukkig wel blijven zien.  

Arif spreekt met waardering over zijn vader. “Die heeft enorm zijn best gedaan en ik ben hem ook heel dankbaar dat hij er voor mij was.” Toch besluit Arif dat hij niet meer bij zijn vader wil wonen en sindsdien woont hij op straat. Dat is zwaar en oncomfortabel, maar op dit moment de enige optie. “Maar ik probeer vol te houden tot ik mijn eigen stekkie heb.” 

De komst van zijn dochters zorgde ervoor dat Arif anders naar het leven ging kijken. Hij wilde verantwoordelijkheid nemen, maar merkte dat het gebrek aan stabiliteit hem tegenwerkte. “Ik wil ze niet opzoeken als ik zelf niks op orde heb,” zegt hij. “Ik wil hun leven niet moeilijker maken.” Hij schaamt zich soms voor de situatie waarin hij zit. Hij weet hoe het is om in de steek gelaten te worden en misschien ervaren zijn dochters dat ook zo. Hij hoopt dat ze, als ze ouder zijn, misschien meer begrijpen, als ze hun eigen leven gaan leiden. “Maar het allerbelangrijkste is dat het goed met ze gaat.” 

“Ik word soms neergezet als de boeman, terwijl dat niet klopt. Ik zag de relaties niet meer zitten. De liefde was er niet meer en er was constant ruzie. Dat wilde ik ook niet meer voor de kinderen.” Ook voelde Arif zich tekortgedaan, zoals bij een erfenis waar hij zijn deel niet van kreeg, met als reden zijn verslaving. Het zorgde ervoor dat hij het contact met een groot deel van zijn familie verbrak. 

Dromen 

Toch houdt hij dromen. Als het ooit zou kunnen, dan wil hij met zijn dochters in Suriname gaan wonen. In een rustige omgeving met ruimte voor het gezinsleven zoals hij dat voor zich ziet. “Als ik geld had gehad, had ik ze het leven kunnen geven dat ik voor ogen had. Dan had ik echt een vader kunnen zijn zoals ik dat wilde.” 

Of dat ooit gaat lukken weet hij niet, maar de wens blijft. 

Amsterdam, juni 2025 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *