Na jaren van allerlei omzwervingen woont Tonny inmiddels al 17 jaar in een goede opvangplek in de omgeving van Nijmegen. Sinds het overlijden van zijn vriendin P. afgelopen winter woont hij in de kamer die eerder van haar was. Tonny is nog maar net terug van twee weken in de kliniek, waar hij probeerde rust te vinden en zijn gebruik onder controle te krijgen. Eenmaal weer thuis lukt dat maar moeizaam.
Gezin
Tonny werd in 1959 geboren als oudste van vier kinderen: drie jongens en één meisje. Als kind wilde hij van alles doen en weten. Hij was wel wat op de achtergrond. Tonny vertelt: “Ik kreeg helemaal geen zelfvertrouwen mee van mijn vader. Hij was er nooit voor me. Ik kan de keren dat hij iets met mij deed op de vingers van één hand tellen. Als hij terugkwam uit de kroeg, was het schelden en ruzie met mijn moeder. Zo ging dat bij ons.”
Het is Tonny tot ver in zijn volwassen leven hoog blijven zitten. Waarom was zijn vader zo? “Ik heb hem opgebeld en gezegd: we moeten toch een keer praten… Zo gezegd, zo gedaan. Een hele avond en nacht. Hij had vroeger zelf ook die vader-zoon dingen niet op een goeie manier meegekregen. Ik kon een beetje gaan begrijpen waarom hij vroeger zo tegen me geweest was. Het is later nog wel redelijk goed gekomen.”
Tonny’s moeder is niet oud geworden. Ze overleed toen hij 21 jaar was. Als oudste probeerde hij het gezin bij elkaar te houden. Alles kwam op hém neer. Zijn vader zat vooral in de kroeg. Tonny zelf was inmiddels sinds zijn zeventiende aan de harddrugs. Hij kwam bij mensen die wel eens wat gebruikten, was nieuwsgierig en ja: hij vond het wel lekker… Die eerste tijd kon hij zijn gebruik nog in de hand houden. Ondertussen werkte Tonny als lasser in een machinefabriek.
Nijmegen
Tonny hield het één jaar vol om de boel thuis een beetje gaande te houden. Toen hij het niet meer aankon, vertrok hij naar Nijmegen. Hij woonde in bij bekenden uit de scene en werkte voor koppelbazen. Later had hij een tijd een eigen huisje. Ondertussen ging het leven in de stad steeds meer draaien om gebruiken. “Ik ben helemaal in het criminele circuit terechtgekomen, heb overvallen gedaan enzo. Een paar keer ging ik de bak in. De laatste keer was in 2008. Toen zat ik een paar maanden vast voor openstaande bekeuringen van vroeger. Sindsdien heb ik helemaal niente, niks meer aan criminele activiteiten gepleegd.”
Uit de hand gelopen
In de periode daarvoor was het stevig uit de hand gelopen. Hij reisde naar Suriname om bolletjes te gaan slikken. Dat werd, buiten zijn schuld, een soort rip-partij. Tonny werd erop aangekeken. Terug in Nijmegen werd hij een nacht gemarteld met stroomstoten, maar uiteindelijk geloofd. Er werd wel een plan bedacht om het verloren geld te compenseren. Tonny stak dat uiteindelijk in zijn eigen zak, kocht een auto en vluchtte het land uit. Hij was al snel terug. “Ik had in het buitenland verder niks. Een ton is wel een hoop geld, maar het gaat ook heel snel op.”
Hij leefde daarna acht maanden in zijn auto. “Het was winter en koud. Ik had zo’n campingbrandertje en toen ik weer eens wakker werd van de kou dacht ik, hup, dat ding aan! Het werd lekker warm. In mijn slaap schopte ik dat brandertje per ongeluk om. Mijn sokken in de fik! Vlug die auto uitgerold, de natte struiken in. Die auto heb ik niet zo heel lang gehad.”
Relaties
Tonny heeft, behalve veel ellende, gelukkig ook veel fijne dingen meegemaakt. Vooral in zijn twee lange relaties. Die met vriendin N. duurde van zijn 29ste tot zijn 44ste. “N. woonde op een camping vlakbij en reed altijd op skeelers. Ze had echt een gave voor goed contact met kinderen. Daar was ze altijd mee bezig, zó mooi! Ze overleed plotseling, door een stom ongeluk. Dat was een hele bittere pil.”
Tonny bleef drie jaar alleen en vond onderdak bij de NuNN: de Nachtopvang uit Noodzaak Nijmegen, waar de bewoners zelf verantwoordelijk zijn voor het dagelijks functioneren van de opvang. Hij werd daar taakvrijwilliger en kon doorstromen naar een NuNN-beheerderswoning, waar hij na een overtreding ook weer uit moest. Eenmaal gewend aan wat meer vrijheid, viel het niet mee om weer met anderen op een kamertje te slapen. Begin 2008 kwam de NuNN-locatie waar hij nu woont in beeld. Het beviel hem meteen en sindsdien woont hij daar.
Hij was zestien jaar samen met huisgenote P., tot zij in oktober 2024 overleed. “Ze had kanker en veel pijn. Toen het ongeneeslijk was geworden, was het voor haar einde oefening. Ze wilde niet onnodig veel pijn lijden en in het ziekenhuis wegkwijnen en koos voor euthanasie.”
Tonny kan het wel snappen: er was eigenlijk geen andere optie. Hij neemt zijn petje af voor P. en voor hoe ze haar lot aanvaarde. Ze hebben samen nog een soort van afscheidsetentje kunnen houden, met een mooi gedekte tafel, kaarsjes en heel lekker eten. Een foto daarvan staat nu bij Tonny op de schouw. Het is moeilijk voor hem, zonder haar. “Alsof er een stuk van mezelf weg is. Het hoort er allemaal bij natuurlijk, de dood ook. Maar ermee om kunnen gaan is een tweede. Als je niks meer hebt, kan het knap moeilijk worden. Heel veel mensen van vroeger zijn al weg. Want hoe ouder je wordt, hoe minder er overblijven.”
Steun
“Van mijn familie zie ik eigenlijk alleen de broer die gelijk onder mij komt. Een vaste begeleidster van de NuNN is ook belangrijk voor me. Ze doet mijn papierwerk. Ze is er ook als ik ergens mee zit. Aan een vriend die hier ook gewoond heeft, heb ik ook veel steun. Hij is altijd blijven komen.”
Steun kan Tonny nu goed gebruiken. Tijdens de weken in de kliniek had hij eindelijk wat rust gevonden. Deze rust was al snel ver te zoeken toen hij weer thuiskwam. Hij merkt dat er een boel moet veranderen als hij zijn verslaving onder controle wil blijven houden. Zijn kamer kan geen zoete inval blijven. Hij heeft meer structuur en invulling nodig. “Ik zoek dingen waar ik een beetje vreugde in kan vinden. Ik heb vroeger veel gevist met mijn broers. Dat zou een behoorlijke invulling kunnen zijn. Als ik eenmaal een hengel heb en wat spullen… Mijn leven nu is een zesje. Ik probeer wel te stijgen. Maar ik weet nog niet helemaal hoe.”
Nijmegen, augustus 2025

3 comments on “Tonny”
Prachtig mooi verhaal, Wianne. Ja, ik ken Tonny. Veel dingen wist ik al, we zaten toen samen op straat. Dat hij zo mishandeld is toen hij terugkwam uit Suriname, dat was wel bekend in de scene. Maar dat van die ton? Nooit geweten.
Ik herken alles. Tonny komt bij mij uit de buurt, ik ken z’n broers en heb met z’n zusje op school gezeten. Mooi dat hij toch goed terecht is gekomen, net als ik. Dat gun ik hem echt.
Laatst nog gezien. Klasse man, Tonny.
Groet,
Miquel Roest
Correctie:
“Ik had in mijn vorige reactie een foutje gemaakt. Natuurlijk is dat niet een prachtig verhaal van Wianne, maar dat mooi geschreven verhaal komt uit de pen van Anne Oude Egberink. Dat moest ik even aanpassen,0 weer zo mooi en met gevoel geschreven!”
DANK JE MIQUEL, voor je fijne reaction, en je begrip! ik heb respect voor je, op de manier hoe jij je eruit hebt gewerkt, petje af hoor!! ik kom binnenkort langs groetjes tonny!