Jan ligt in bed als ik hem ontmoet. Hij heeft doorligwonden van het zitten in een rolstoel. Sinds negen jaar is hij vanaf zijn borst verlamd.
Het gezin
Jan werd geboren op 3 september 1977. Zijn jeugd gaf hem geen goede basis voor een stabiel en gelukkig leven. Hij was de jongste van zes kinderen. “Mijn moeder had kinderen van vier verschillende mannen, die haar allemaal bedrogen hebben.” Vader was zwaar alcoholist en maakte zijn moeder het leven zuur. Hij was drie toen zijn ouders gingen scheiden. Zijn moeder was zwaar overspannen en werd opgenomen in een psychiatrische inrichting. “Ik kom uit een familie van zwakzinnigen.” Zijn vader kon ook niet voor zijn kinderen zorgen.
Opa en oma
Bij de scheiding bepaalde de rechter dat Jan en zijn zus bij hun grootouders gingen wonen, in het woonwagenkamp in Haarlem. Zijn zus werd seksueel belaagd door de oppas toen zijn opa en oma in het clubhuis aan het kienen waren. Toen Jan het aan zijn vader vertelde, heeft die hem in elkaar geslagen. Toch was dit misschien wel de meest stabiele periode in Jans leven. Oma was lief, al was zij zelf behoorlijk ziek. Zij stopte hun snoepjes toe, soms speelgoed. Af en toe kregen ze een knuffel. Opa was iets strenger. Maar hij sloeg niet, afgezien van een enkele draai om zijn oren. Dat was met zijn vader wel anders.
Jan ging naar school waar hij zich goed kon redden en hij had het er naar zijn zin. Zijn zus ‘kon niet mee draven’ en ging naar een school waar allemaal kinderen met het syndroom van Down zaten. Daar was zij weer de slimste. Jan voetbalde veel en toen hij na groep acht van school ging, noemden ze hem de kleine Johan Cruijf. “Ik werd altijd als eerste gekozen als we gingen voetballen.” Hij voetbalde bij een voetbalclub “maar ik heb het verpest, stelen uit de kleedkamers.” Hij mocht niet meer terugkomen en heeft het ook niet meer bij andere clubs geprobeerd.
Toen Jan dertien was, stierf zijn oma stierf aan een hersenbloeding. Jan moest naar een pleeggezin en zijn zus ging naar een kindertehuis. Maar Jan liep al snel weg, terug naar zijn familie in het woonwagenkamp. Hetzelfde gebeurde bij andere pleeggezinnen en in een tehuis in Rekken. “Ze mogen me niet opsluiten. Ik stapte gewoon op de trein naar Haarlem, zwartrijden.” In die tijd ging het mis, hij ging stelen, eerst kleine dingen in winkels, zoals baseballpetjes, en dat werd steeds meer. Op zijn vijftiende begon hij met blowen.
Vader en moeder
Jan ging op zijn veertiende bij zijn vader wonen in Haarlem die eindelijk was afgekickt na vijfentwintig jaar veel te veel drinken. Hij was getrouwd met een vrouw die hij in de kliniek had ontmoet. Met zijn stiefmoeder had Jan een moeizame band. Ze was hardhandig, maar ze kwam ook voor hem op, bijvoorbeeld als hij op school problemen had.
Jans moeder kreeg een seniorenwoning. Er werd een omgangsregeling afgesproken en elke week ontmoette Jan zijn moeder in een ruimte op school. “Elke week kwam ze, met een zak chips en twee marsen.” Ook ging hij met zijn zusje regelmatig bij haar op bezoek en bleven ze ook wel logeren. Maar dat vond de buurman, moeders nieuwe relatie, niet zo leuk want dan kreeg hij niet genoeg aandacht.
Verkeerde afslag
Het ging niet goed met Jan. “Ik werd van elke school afgetrapt.” Jan spijbelde veel, gaf de leraren een grote mond en zat in de kantine te eten en drinken. Hij dronk geen alcohol, dat heeft hij zijn hele leven nauwelijks gedaan. Regelmatig vocht hij met andere leerlingen en ook bij de spijbelgroep van de Lagere Technische School en de ZMOK-school (zeer moeilijk opvoedbare kinderen) werd hij weggestuurd.
Daarna was hij vooral bezig met stelen en drugs. Hij is een paar keer gepakt maar hij hoefde niet naar de gevangenis omdat hij nog zo jong was. Toen hij zestien was, werd hij een paar keer voor drie maanden naar een jeugdgevangenis gestuurd. De creatieve therapie vond hij wel leuk. Toen begon hij met cocaïne snuiven, dat veel geld kostte, dus moest hij meer stelen. Elke keer moest hij weer een paar maanden zitten, altijd voor inbraken, heling en oplichting. Hij is boos op zichzelf dat hij zo heeft geleefd. “Ik heb van veel mensen gestolen. Da’s niet leuk.”
De zwaarste boevenjaren
Jan was een goede insluiper en stal veel in winkels. Hij kreeg een clubje van ‘criminele vrienden’ om zich heen. Als ze hem belazerden, ging hij op de vuist en kregen ze de volle mep, Verder was hij wel aardig tegen mensen maar hij voelde zich niet gelukkig. Hij leefde van base naar base. “Eigenlijk heb ik geluk dat ik zeven jaar in de bajes heb gezeten. Anders was ik al eerder dood geweest. Als je zo mager als een paallat bent… en eetlust had ik niet.” In de gevangenis gebruikte hij alleen hasj, voor het slapen gaan. De bewakers lieten dat toe. “Werden we lekker rustig van. Ik knapte gewoon op in de gevangenis.”
Jan was begin twintig toen hij werd opgenomen in de evangelische afkickkliniek ‘De Hoop’ in Dordrecht. Daar heeft hij vijf jaar gewoond. Ze gingen elke zondag naar de kerk en hij kent er nu nog Opwekkingsliederen van. “Ik heb ze in mijn hart en ik luister ze graag.” Jan gelooft al zijn hele leven in God. “Maar ik ben wel een zondaar. Jezus Christus is gestorven voor onze zonden, ook voor mijn zonden. Hij heeft alles op zich genomen, alle pijn, alle verdriet, alle leed. Ik weet wel wat God van me verlangt en wat ik soms niet doe. Hoe meer je van Gods paden afwijkt, hoe slechter het je vergaat. Daar komt karma bij kijken. Als je goede dingen in je leven doet, krijg je goede dingen terug. Ik praat met God en vraag vergiffenis en die krijg ik dan ook.”
Vriendinnen
Af en toe had Jan een vriendin. Eén vrouw werd zwanger van hem. Maar zij pleegde abortus in de dertiende week, wat Jan vreselijk vond. Hij heeft een tiental relaties gehad. De eerste maanden was het altijd leuk, waren ze verliefd, maar daarna kwamen de problemen. De langste relatie duurde een jaar. “Ik ben heel wat vriendinnen kwijtgeraakt door de drugs.”
Zeer actieve veelpleger
Rond 2010 kwam Jan bij een verslavingskliniek waar ze aan werk, wonen en verslaving werkten. Na dertien maanden ging hij naar de afdeling begeleid wonen om te re-integreren. Hij werkte als vrijwilliger in het personeelsrestaurant van de zorginstelling maar als hij had gebruikt, ging hij de volgende dag niet. Hij kreeg via de kliniek een woning in Duindorp. “Je kan geen verantwoordelijkheden dragen door die drugs. Na vijf jaar werd ik ontruimd wegens huurachterstand. Als ik mijn uitkering kreeg, was het eerste waar ik aan dacht een base trekken.”
Opnieuw begon Jan te stelen en hij werd weer gepakt. Hij had ‘voorwaardelijke ISD’ (Inrichting voor Stelselmatige Daders), voor mensen die steeds weer in de fout gaan en een last voor de samenleving vormen. Als je dan weer naar de rechter moet, dan beslist deze wat er moet gebeuren. En weer kwam Jan in een kliniek terecht. “Ik heb zoveel kansen gekregen van justitie en de reclassering. Als ze me al die keren wel hadden opgesloten, had ik wel meer dan twintig jaar gezeten.” Jan stond geregistreerd als ‘zeer actieve veelpleger’. Hij heeft ook een keer een gevangenisstraf aangevochten. Na tien maanden procederen werd hij integraal vrijgesproken en kreeg hij € 25.000, – schadevergoeding.
Alles bij elkaar opgeteld zat Jan zeven jaar vast. Tussendoor woonde hij nog bij zijn moeder en was hij opgenomen in een forensische kliniek. “De meeste goede dingen die ik in me heb, heb ik van mijn moeder geërfd. Van mijn vader heb ik de verbale agressie, maar dat heb ik nu al jaren niet meer omdat ik een agressieregulatie-therapie moest volgen. Dat heeft geholpen.”
Psychose
Jan verliet de kliniek tegen het advies van zijn hulpverleners in. Hij ging logeren bij zijn halfbroer in Zandvoort. Daar is hij in psychotische toestand over de reling van het balkon geklommen en van driehoog naar beneden gestort. Hij was wanhopig, wist dat hij weer terug de gevangenis in moest en had een vreselijke angstwaan dat mensen hem wilden dood schieten omdat hij zoveel had gestolen. Met die val brak Jan zijn rug en lag hij vier maanden in het ziekenhuis. Hij bleef vanaf zijn borst verlamd. Na de revalidatie ging hij in zijn rolstoel terug naar de kliniek waar hij zeven jaar woonde. Al die tijd heeft hij niets gestolen en heel weinig drugs gebruikt. Een paar keer per jaar had hij een terugval en verloor hij zijn vrijheden. Als hij zich weer goed gedroeg, kreeg hij die terug en mocht hij weer bij familie op bezoek. Maar na een tijdje begon de cirkel opnieuw.
Rust
In 2022 verhuisde Jan naar een woonvoorziening van Querido. Hij kreeg een longontsteking en vanwege zijn zwakke longen door het roken en basen, was hij bijna dood. Nu gaat het beter en gebruikt hij al vier maanden geen drugs meer. “Clean zijn is wel fijn. Want van drugs krijg je psychotische wanen. Dat je afdwaalt en je controle verliest.” Toch kan Jan niet beloven dat hij niet meer zal terugvallen. “Hier wordt ook binnenshuis verkocht, tachtig procent van de mensen die hier woont is verslaafd.”
Jan is tot rust gekomen en heeft veel nagedacht over zijn leven. “Als je een hoop slechte dingen doet, krijg je slechte dingen op je weg, karma. Dat is echt waar hoor. Je kan je geweten niet uitwissen, het blijft je achtervolgen. Je kan beter goede dingen doen, dan heb je een zuiver en schoon geweten. Ik heb mijn geweten wel een beetje weten te zuiveren maar dat heeft jaren geduurd, dat ik mezelf kon vergeven en dat mensen mij vergeven hebben.”
Gevraagd naar iets waar hij trots op is zegt Jan: “Dat ik nooit een vrouw geslagen heb. Wel uitgescholden maar daar hadden ze het ook naar gemaakt. Je hebt een erecode in de criminaliteit. Je slaat geen vrouwen, doet geen gekke dingen met kinderen en je berooft geen oude vrouwtjes. Niet praten op het politiebureau, de anderen niet verraden, zelf niet bekennen.”
Levensles
We eindigen met wat Jan anderen graag wil meegeven. Jan wil graag voorlichting gaan geven op scholen over wat drugs met je doen. Maar daar moet hij nog wel over nadenken. “Ik kan niet aan kinderen vertellen dat ik een man dood wilde schieten. Maar wel dat drugs binnen een paar weken kapot kunnen maken waar je maanden aan hebt gewerkt. Als je bezig bent een nestje voor jezelf te bouwen, huisje-boompje-beestje, en je gaat zijweggetjes nemen, dan gaat gewoon kapot wat je hebt opgebouwd.”
Amsterdam, september 2025
