Haar kamer ademt Ajax. Aan de muur hangen plastic bordjes met het logo van de club, en in het midden prijkt prominent de Ajax-vlag. Nel of Nelly, is net 74 geworden en woont sinds zes jaar bij een locatie van het Leger des Heils in Amsterdam. Ze is moeilijk te verstaan. Later in het gesprek blijkt dat ze een TIA heeft gehad en dat ze aan één oor doof is.
Nel is geboren op 24 september 1951. “In het ziekenhuis hierachter”, zoals ze zelf zegt. Een echte Amsterdamse. Ze groeide op in Tuindorp Oostzaan, in een gezin met vijf kinderen: drie jongens en twee meisjes. Nel is de jongste van het stel. Eén van haar broers is helaas overleden. Ze had een goede band met hem, net als met zijn vrouw.
Vakantie
De vader van Nel werkte op de scheepswerf. Haar moeder zorgde thuis voor de kinderen. “Dat was met een gezin van zeven een baan op zich.” Ze kijkt met bijzonder veel plezier terug op haar jeugd. “Mijn ouders waren een gouden paar, ze konden het goed samen vinden. Het was een mooie, onbezorgde tijd. In de zomer gingen we kamperen in Sassenheim of Nunspeet. Dat waren fijne vakanties met z’n allen, echt genieten. En ik was gek op turnen.” Dat ze nog steeds heel lenig is, bewijst ze door met gemak haar been bijna in haar nek te leggen.
Toen haar moeder besefte dat ze ging dementeren, is ze uit het leven gestapt. Haar vader was eerder overleden. Nel woonde toen al niet meer thuis. Ze trouwde op de jonge leeftijd van net negentien, en werkte als coupeuse bij twee verschillende naaiateliers, waar ze overhemden en toilettassen naaide. Eén van haar toenmalige collega’s woont nu heel toevallig ook bij het Leger des Heils.
Verwachting
Op haar 21ste kreeg Nel haar eerste kind, een dochter. Na tien jaar volgde er nog een zoon. Haar huwelijk was allesbehalve makkelijk. “Mijn man controleerde me. Hij belde mij op mijn werk om te checken waar ik was. Hij verschoonde ook nooit een luier, poep vond hij vies. Alles kwam op mij neer.” Uiteindelijk bepaalde haar man, die schilder was, dat ze moest stoppen met werken. Inmiddels hadden ze een leuk huis gekocht in Almere. Het was Nel’s taak om het gezin draaiende te houden. Daarnaast werkte ze als oppasmoeder. Soms paste ze wel op dertien kinderen tegelijkertijd, van baby’s tot tieners.
Verslaving
Nu heeft ze met haar eigen kinderen nauwelijks nog contact. “Met mijn verjaardag zijn ze geweest. Verder zie ik ze bijna nooit. En ook mijn kleinkinderen ken ik eigenlijk niet. Terwijl ik vroeger toch vaak op mijn kleinzoon heb gepast. Hij was heel belangrijk in mijn leven. Als mijn dochter ging werken, bracht ze haar zoon bij mij. Het was altijd gezellig als hij op bezoek kwam. We deden leuke dingen samen of gewoon even een boodschapje.”
In die tijd begon ook het alcoholgebruik. Het sloop er langzaam in. “Je zegt niet ineens: ik word alcoholist.” Nel bezocht meerdere keren een kliniek, maar volledig afkicken lukte niet. “Pas sinds een paar jaar drink ik echt niet meer.” Wel rookt ze nog af en toe een jointje. “Geen drank meer, dat is al knap genoeg.”
Verliefd
Uiteindelijk kwam het tot een scheiding. Haar zoon bleef bij zijn vader wonen, haar dochter woonde al op zichzelf. In een kroeg in Almere vond ze opnieuw de liefde. Hij heette Hans en was een lieve, zachtaardige man. Hij had epilepsie, slechts aan één oog zicht, was invalide en had veel pijn. Ze hadden het fijn samen, hij was een goede en zorgzame man. “Hij maakte pompoensoep voor mij.” Nel toont de tatoeage op haar onderarm, het logo van Ajax met daaronder ‘Hans’.
Helaas is het huwelijk van korte duur, want na vijf jaar werd Hans vermoord. Hij dealde wat en had schulden die hem uiteindelijk fataal zijn geworden. “Ze hebben hem verdronken, hij heeft tien uur in het water gelegen.” Het is alweer zo’n vijftien jaar geleden, maar zijn dood is nog altijd een groot verdriet voor Nel. Als ze eerlijk is, heeft ze best wel eens aan euthanasie gedacht. Maar inmiddels niet meer, ze beleeft toch wel weer voldoende plezier in haar leven.
Vogel
Haar dagen brengt ze graag door op haar kamer. Daar voelt ze zich veilig. Ze kan naar buiten kijken en ziet de bootjes langsvaren. Soms trekt ze eropuit met haar scootmobiel. Dan gaat ze naar haar vriend, een tamme reiger die ze wat brood voert. “Hij eet uit mijn hand.”
Verder kijkt ze graag televisie en natuurlijk speelt Ajax een grote rol in haar leven. Alhoewel ze het niet eens is met het beleid van de club. Te veel goede spelers zijn verkocht. En er moet ook een nieuwe trainer komen. Ze verliezen momenteel te vaak. Vroeger ging ze nog wel eens naar een wedstrijd in De Meer, maar in de Arena is ze nog nooit geweest.
Vandaag
Ze wil niet te veel terugkijken op haar leven, maar als ze het opnieuw mocht doen? “Dan had ik geen alcohol aangeraakt. Geen sigaretten, geen wiet. Gewoon niks van dat alles.” Ze geeft haar leven een vier. “Door de drank. Die heeft mijn leven bepaald en veel kapotgemaakt.”
Toch probeert ze in het moment te leven. “Niet terugkijken. Niet vooruitkijken. Gewoon: vandaag.” Ze denkt weinig aan de dood. “Mijn stoel staat klaar daarboven, maar ik wil nog wel 75 worden, dat zou mooi zijn. Maar verder? Leven met de dag.”
Haar wensen ten aanzien van het einde zijn wel duidelijk: “Geen uitvaart, geen muziek. Alhoewel, misschien één liedje dan: dat nummer van Herman Brood en André Hazes.” Na een zoektocht op internet komt al snel het liedje ‘De fles’ naar boven. Zodra ze de eerste klanken hoort, zingt ze mee:
De fles speelde een grote rol in heel mijn droef bestaan
Omdat ik nooit geen liefde kreeg, ben ik aan de fles gegaan
M’n trouwe vriend jij schonk sindsdien mij menig levensles
Ik heb gelachen en geweend bij de ouwe trouwe fles
Mocht ik door de drank bezwijken
Mocht ik naar de donder gaan
Laat dan op m’n grafsteen prijken
Hij kon niet meer op z’n benen staan
Buiten, in het najaarszonnetje, wordt ze op de foto gezet. Ze poseert alsof ze nooit anders heeft gedaan. En dan is het genoeg. Tijd voor een rokertje. Op haar scootmobiel gaat ze ervandoor, richting het Waterlooplein. Even een pakje halen.
Amsterdam, oktober 2025
