“Wat het leven mij heeft geleerd?  Doe maar gewoon, dan kom je het verst.”

Opgetekend door: Pieter Verduin

Het levensverhaal van Arie

Arie is negentig jaar geleden geboren in Alkmaar. Hij is er opgegroeid en woont nog steeds in de kaasstad. We spreken elkaar in zijn huis aldaar. Ik zie een rustige, rechte man, heldere oogopslag, met aandacht bewegend tussen zijn meubels en spulletjes.  


Oudste zoon 

Arie is geboren als oudste zoon, na hem kwamen nog zeven broers en zussen. Vader was boer, verdiende de kost met koeien houden. Iedere dag melken en de melk vervolgens afleveren bij de melkfabriek. Arie was nog maar dertien jaar toen zijn vader plotseling overleed. Het was eind veertiger jaren, de tijd van opbouw na de Tweede Wereldoorlog. Moeder bleef achter met acht kinderen. Als oudste zoon werd Arie kostwinner. Hij zette vaders melkveebedrijf voort. Dat was heel wat voor een jonge jongen. Met hard werken lukte het.  

Mooie momenten 

In zijn jongensjaren was er in de zomer een leuke aangelegenheid. In Alkmaar was een vestiging van de Broeders van Saint-Louis, ook wel de Broeders van Oudenbosch genoemd. Die boden ’s zomers aan dat kinderen mochten komen logeren, een week lang. Daar heeft Arie goede herinneringen aan, dat was altijd een leuke week.  

Arie kon goed leren, maar omdat hij noodgedwongen kostwinner was, kon er geen sprake zijn van doorleren.  

Een ander heel goed moment: “Toen ik mijn vrouw T. leerde kennen. Ik ging eerst met haar zus uit, maar dat klikte niet. Toen zag ik haar maar ze had verkering…” Arie praatte met haar, zei dat hij met haar verkering wilde en met haar wilde trouwen. T. maakte haar verkering met de andere jongen uit en ging met Arie verder. Dat ging heel goed. Arie was ook erg gelukkig met zijn schoonfamilie, hij kon het goed met zijn schoonvader vinden. Eens gingen ze in de lente samen naar Purmerend, naar de veemarkt. Schoonvader kocht een jonge koe voor Arie en zei: “Dan moet je hem in de herfst weer verkopen…”  

Als opgroeiende jonge man heeft Arie een paar wijze lessen getrokken uit wat hij om zich heen zag. Arie lag best wel goed bij de meisjes, en hij leerde: “Een knappe meid heb je nooit alleen.” En ook het volgende. Je had in die tijd geen voorbehoedmiddelen en ‘moeten trouwen’ omdat je meisje in verwachting raakte, kwam veel voor. Arie wist hoe het was om op te groeien in een klein huisje met nog zeven broers en zussen. Arie besloot: “Dat zal mij niet gebeuren…”  

Arie was zevenentwintig toen hij met T. trouwde. Ze kregen drie kinderen, en dat zijn de volgende mooie gebeurtenissen in Arie’s leven: de geboorte en de levenswandel van de kinderen, een oudste zoon en nog twee dochters. Arie is 42 jaar getrouwd geweest. T. is twintig jaar geleden gestorven. 

Geluk  

“Eigenlijk heb ik veel geluk gehad”, vindt Arie. “Niet het geluk dat ik ooit een groot geldbedrag heb gewonnen, en ook niet met gezondheid, wat mensen vaak opnoemen als het om geluk gaat. Ik ben nog eens ruim een jaar ziek geweest… Maar ik heb altijd werk kunnen vinden, bij goede bazen, en ik verdiende goed mijn geld.”  

Een ingrijpende gebeurtenis 

Over zijn gezondheid vertelt Arie: “In mijn jeugd was ik te werk bij een boer, intern. Ik zorgde voor de koeien daar, en ik at en sliep daar dus ook. Die boer had tbc, die sliep in een kamertje apart. Heb ik toch op de een of andere manier iets opgelopen. Ik moest naar het ziekenhuis. Testen moest uitwijzen of het tbc was, maar dat is er nooit uitgekomen. We houden het op een pleuritis. Na het ziekenhuis moest ik eerst thuis verder kuren, vervolgens belandde ik in sanatorium Alkmaar en Bilthoven. Het is allemaal goedgekomen.” 

Na zijn agrarische start heeft Arie zijn hele werkzame leven in de groenvoorziening gewerkt, laatstelijk als hovenier bij de gemeente Alkmaar. “En ik had ook altijd een grote volkstuin erbij, met bloemkool, spruiten, boerenkool, prei en zo meer. Daar kwam veel van af voor eigen gebruik, en ik kon er ook altijd nog van verkopen, mooi toch?” 

Belangrijke mensen  

“Belangrijk waren de werkgevers die ik heb gehad. Ze waren blij met mij, ik had altijd werk, ook nog eens werk waar ik me goed bij voelde, als hovenier bij de gemeente. Ik kon met pensioen op mijn 59e, dat is toch prachtig geregeld, daar heb ik veel waardering voor. Een andere belangrijke persoon was een buurman van ons. Die had eenden, in mijn kindertijd kwam ik daar wel over huis en hij heeft me schaken geleerd. Dat pakte goed uit, en het is een belangrijke lijn in mijn leven geweest.” Arie gebaart naar de staande kast die een stuk van de zijwand van de woonkamer beslaat. Bovenop staan talloze grote en kleine bekers, medailles, beeldjes op een sokkel, vaantjes… Allemaal prijzen en aandenkens aan schaaktoernooien waaraan hij deelnam. Ook dammen en klaverjassen heeft Arie vaak gedaan. Deelnemen aan vergaderingen, helpen organiseren van toernooien en wedstrijden, zijn successen als actief wedstrijdschaker hebben hem gevormd en veel voldoening gegeven. Dat heeft die buurman goed gedaan, Arie inwijden in het schaakspel! 

Van huis uit is Arie rooms-katholiek opgevoed. Ook de lagere school was rooms-katholiek, met geloofsbelijdenis en al. Maar het geloof speelt geen belangrijke rol. In zijn leven had Arie veel steun aan zijn schoonfamilie, zijn agrarische afkomst, en zijn vermogen om een relatief sober leven te leiden. 

Denk je dat jij jezelf hebt begrepen? 

“Ja. Ik was de oudste zoon in ons gezin. Mijn vader nam mij overal mee naartoe toen ik jong was. Ik voelde dat hij mij voorbereidde om het bedrijf over te nemen. Ik heb altijd gevoeld dat ik het voorbeeld moest geven, dat ik iets waar moest maken. En toen mijn vader op jonge leeftijd overleed, toen ik nog maar dertien was, heb ik ook werkelijk het melkveebedrijf voortgezet en voor inkomsten voor ons gezin gezorgd.” 

“Juist mijn agrarische afkomst heeft mij ook veel geleerd. Ik merk dat wel als ik dat vergelijk met stadsmensen. Ik groeide op tussen de beesten, kreeg te maken met dood en geboorte. Als een koe moest kalven, vingen we het kalf op. Wat fijn als dat weer goed gegaan was! Een enkele keer ging het kalfje dood voor de geboorte, dan kwam de veearts en moesten we een dood kalfje uit die koe halen. Dat is voor iedere boer een tragische gebeurtenis. Zo midden in de natuur opgroeien leert een mens dus veel, je krijgt gevoel voor waar het om gaat in het leven. In mijn persoonlijke leven komt dat terug in zorgen voor mijn gezondheid. In de zin van goed eten, liefst van eigen volkstuin, biologisch. Vlees eten met mate.” 

Van autoped naar rollator 

“En nu word ik toch echt oud. Met die coronatijd was ik nog vitaal, nu wordt dat hard minder. Voor mijn negentigste verjaardag laatst, kreeg ik een rollator. Als je negen wordt krijg je een autoped, als je negentig wordt, een rollator. Daar kan ik nog mee uit de voeten. We hebben een kruidenier vlakbij, en ik heb een goede koelkast, ik hoef maar twee keer per week boodschappen te doen. En dat lukt. Maar ik zie op tegen de winter. Ik heb geen internet, alleen telefoon. Naar een avond van de schaakvereniging gaan, doe ik niet meer, dat duurt me te lang. Na het schaken willen schakers altijd nog heel lang doorpraten, daar heb ik geen zin meer in. Ik ging graag naar het inloophuis voor wat aanspraak, en soms een partij schaak. Maar de wandeling heen en terug is toch een beetje om tegenop te zien.”  

Als ik Arie vraag welk cijfer hij zijn leven zou geven, komt zijn analytische geest in werking. “Ja, hoe moet ik dat opvatten? Een cijfer voor mijn hele leven, of alleen voor vandaag de dag? Vind ik moeilijk… Ik heb een beetje bewogen jeugd gehad… wel is alles op zijn pootjes terechtgekomen. We hebben drie gezonde kinderen gekregen, dat is toch prachtig. Eigenlijk had ik een helder hoofd, ik kon op school goed leren, daar had ik wel meer mee willen doen. Ik had wel uitvinder kunnen worden, of leraar, of in de politiek iets bereiken. Maar door de omstandigheden is zoiets er niet van gekomen. Toch wel jammer. Maar zoals ik je verteld heb, kijk ik tevreden terug en ben ik dankbaar voor hoe het allemaal gegaan is. Ik geef liever geen cijfer.”  

Eigenlijk brengt Arie ook op dit punt zijn levensmotto in praktijk: Doe maar gewoon, dan kom je het verst. 

Alkmaar, november 2025 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *