Heaven on earth

Opgetekend door: Marga de Waard

Het levensverhaal van Noach

Noach is een Surinaamse Rotterdammer van vierendertig. Een mooie, vriendelijke jongen, met gouden oorbellen, een fancy trainingsjack, zijn haar en baardje tot in de puntjes gestyled.  

Heaven on earth, zo wil ik mijn toekomstige barbershop noemen, nou ja, zoiets,” vertelt Noach. “Het ligt er natuurlijk aan met wie ik ga samenwerken. Ik hou van het vak, vind het fijn om iemand blij te maken. Ik ben zelf ook ijdel en verzorg mezelf goed, ook hier op de dagopvang.” 


Jeugd 

“Ik ben geboren in het Erasmusziekenhuis in Rotterdam. Ik was de jongste, een nakomertje. Mijn zus is zestien jaar ouder, mijn broer zeventien jaar. Zij hebben een andere vader dan ik. Mijn vader overleed zo’n twee, drie jaar geleden. Ik wist wel wie hij was, maar had nauwelijks contact met hem. Af en toe wel eens een gesprekje, meer niet. Hij had heel veel kinderen: zesentwintig in totaal.” 

“Mijn moeder was alleenstaande moeder. Het was geen warme of zachte vrouw. Ze voedde mij op naar Surinaams model: streng, en een pak slaag was normaal. Ze kon heel boos worden om kleine dingen. Als je ongevraagd een glas sap uit de koelkast had genomen, werd ze kwaad. Ze controleerde of je iets had gepakt door het pak te ‘wegen’ in haar hand. Als het lichter was dan voorheen, sloeg ze je met haar slipper, een bezemstok of haar hand. Ze was onredelijk en ik vond het extreem wat ze deed. Elke keer als ze mijn naam riep, was ik bang. Wat had ik nu weer verkeerd gedaan? Als ik geluk had, moest ik alleen boodschappen doen.” 

“Veel later begreep ik beter waarom ze zo deed. Haar eigen moeder had haar op precies dezelfde manier grootgebracht; ze heeft dat voorbeeld gewoon overgenomen. Haar vader had haar in de steek gelaten, dat hielp ook niet. Hij ging het leger in, maar na jaren van wachten op zijn thuiskomst bleek hij ergens een nieuw gezin te zijn begonnen.” 

Schooltijd 

“Ik was een rustig, speels kind, maar ik miste de focus op de lagere school. Ik haalde slechte cijfers tot de meester zich met mij ging bemoeien. Hij wist me te motiveren en opeens haalde ik wél hoge cijfers. In eerste instantie dachten ze dat ik alleen geschikt was voor praktijkonderwijs, maar testen wezen uit dat ik naar basis kon, en later werd dat zelfs kader. Ik haalde mijn vmbo-diploma en ging verder leren voor sportinstructeur. 

Ik was sportief, hield enorm van basketbal en kon het ook echt goed. Mijn droom was om profspeler te worden. De mooiste momenten uit mijn leven beleefde ik in de periode dat ik speelde. Eén keer was toen we een toernooi wonnen terwijl alle clubs die mee hadden gedaan op de tribune zaten. Dat was echt fantastisch. Een ander moment was tijdens een dunk contest. Ik won, want ik had het mooiste schot volgens de jury. 

Maar profspeler werd ik niet. Rond mijn achttiende voelde ik me slechter en ongelukkig, maar ik begreep toen nog niet welke invloed mijn jeugd op me had. Ik raakte mijn focus kwijt en zakte ook voor mijn examen sportinstructeur.” 

Middelengebruik 

“Tot dat moment had ik weleens sigaretten gerookt of wat gedronken, maar nooit buitensporig, want ja, ik wilde profspeler worden. Maar ik begon na te denken over mijn toekomst, over mijn jeugd en zo, en dat deed pijn. Die ging ik verdoven door te blowen en te drinken. Eerst een paar biertjes per dag of één blowtje, maar dat werd meer. 

Rond mijn tweeëntwintigste werd het echt extreem. Ik was wel weer begonnen aan het laatste jaar van de sportopleiding, maar na school ging ik meteen drinken. Steeds meer, steeds vaker sterke drank en ik blowde ook steeds meer.” 

“Ik maakte slechte dingen mee. Ik was eens dronken toen ik met een paar jongens meeging. We gingen naar een speelhal, althans dat zeiden ze, maar we gingen naar het bos waar ze me beroofden met een mes. Ondanks mijn gebruik werkte ik wel, in de horeca, dus ik had geld. Dat stalen ze van me, samen met mijn ketting, mijn horloge en mijn pinpas, maar de pincode gaf ik ze achterstevoren. Ik vond dat het mijn eigen schuld was, ik was tenslotte dronken.” 

Relaties 

“Vanaf mijn achttiende woonde ik op mezelf, en al snel samen met mijn toenmalige vriendin. De relatie was niet goed. Hoewel we van elkaar hielden, vertrouwden we elkaar niet. Ik had er eerst nog andere meisjes bij, zij ging een keer terug naar haar ex. Dat heeft ons geschaad, we konden niet goed praten. Ik sloeg haar niet, maar was wel verbaal heel agressief en dreigend. En al het drinken en blowen hielp ook niet.” 

Opnames 

“Op mijn achtentwintigste werd ik voor het eerst opgenomen. Na vier weken mocht ik weer naar huis. Drie weken later maakte mijn vriendin het uit. Ik vond dat moeilijk, we waren ondanks alles negen jaar samen geweest. Ik probeerde wel clean te blijven, maar na acht maanden sloop het gebruik er toch weer in. Dat ging zo door tot mijn eenendertigste.” 

“Ik werd voor de tweede keer opgenomen toen ik een psychose kreeg. Ik hoorde stemmen, was echt de weg kwijt. Maar toen kon ik wel de knop omzetten. Ik stopte met alles, verbrak het contact met mensen die gebruikten, want dat werkt niet. Het was niet makkelijk, soms nog niet, maar aan het eind van de dag kan ik wel zeggen: ‘Weer niet gebruikt.’ ” 

“Na de tweede opname ging ik naar een safe house voor één jaar. Ik ging nadenken over wat ik wilde doen. Tot mijn opname werkte ik in de logistiek, maar dat deed ik omdat mijn vriendin een huis wilde kopen en ik daar meer mee verdiende. Dat kwam niet van binnenuit.” 

“Mijn haar was lang niet gedaan en ik ging in Den Haag op zoek naar een barbershop. Ik koos degene met mijn naam erop. Toen ik net binnen was, kwam een van de eigenaren ook binnen. Het bleek een vriend uit de basketbaltijd. We praatten wat en hij zei: ‘Kom bij ons werken.’ Hij had ook een huis voor me. Ik vond dat echt een teken. Zo ben ik gaan barberen en dat vond ik echt leuk. Maar al met al heeft het maar vier maanden geduurd. Er ontstond ruzie, eigenlijk door de hoofdbarbier die het slecht deed en de zaak kapotmaakte. Uiteindelijk ging de zaak failliet. Ik moest weg uit het huis en toen stond ik op straat.” 

Heden 

“Nu zit ik in de dagopvang, al zo’n zes maanden. Ik slaap in de nachtopvang. Ik sport zo goed als elke dag, vooral fitness. En ik doe twee dagen vrijwilligerswerk bij een organisatie die broodmaaltijden maakt en bezorgt op scholen. Een paar jaar geleden ben ik moslim geworden. Van huis uit zijn we christelijk, maar ik ging met vrienden mee en vond dat er in de moskee zo respectvol werd gedaan over het leven. Er was zoveel dankbaarheid voor wat er was. Dat vond ik mooi en ik heb me toen bekeerd. Ik probeer daar nu meer vorm aan te geven, al is dat hier wel lastig.” 

“Mijn moeder spreek ik bijna dagelijks. Ze is trots op me. Ze vindt het knap hoe ik mezelf heb ontwikkeld. Toen ik in de kliniek zat, was er een dag voor familie. Mijn moeder heeft toen een brief voorgelezen waarin ze dat ook allemaal zei. Toen heb ik gehuild, en dat doe ik nooit. Voor het eerst kon ik weer echt voelen.” 

Toekomst 

“Ik ben nog niet helemaal klaar om zelfstandig te functioneren. Er wordt nu bijstand voor me aangevraagd. Als ik dat heb, krijg ik ook een jaartje budgetcoaching om mijn financiën goed te leren beheren, om ook mijn schulden af te lossen. Ook wil ik een EMDR-traject doen. Er zijn nog dingen die me belemmeren in het vertrouwen in andere mensen, om me open te stellen. Ik heb mijn jeugd en het verbreken van mijn relatie nog niet goed verwerkt. Daar schaam ik me niet voor, dat ben ik wel voorbij. Ik schaam me niet voor wie ik was en niet voor wie ik ben.” 

‘If you measure the length of your ego, it will equal the distance between you and your freedom.’ 

“Maar over vijf jaar wil ik mijn eigen barbershop hebben. En een vrouw, en kinderen, het hele pakket. Daar werk ik aan, dat is mijn nieuwe focus.” 

Rotterdam, november 2025 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *