“Het is me wel gelukt om de goede dingen te doen.”

Opgetekend door: Cor van 't Hoff

Het levensverhaal van August

August heeft bij zijn binnenkomst in de daklozenopvang een LP-hoes met een prachtige zwart-witfoto van Miles Davis op een kast neergezet. “Die heb ik voor iemand meegenomen“, zegt hij. August is een tengere man, grijs haar met kort ringbaardje. Hij draagt een bril, is netjes gekleed en heeft vintage sneakers aan zijn voeten. Hij drinkt thee. In twee gesprekken vertelt August zijn levensverhaal. 


Jeugdjaren 

August wordt in 1957 geboren in een dorpje in Overijssel. Hij heeft twee broers en een jongere zus. Het dorp heeft drie scholen en ook drie kerken. Zijn vader wil niet dat de kinderen buiten spreken over andere scholen of kerken in het dorp: “Daar komt alleen maar gedonder van”, meent hij. Thuis daarentegen mogen de kinderen wel alles zeggen, ze worden daarin op geen enkele manier door hun ouders belemmerd.  

August gaat naar de lagere school in zijn geboorteplaats. Hij brengt zijn jeugd door met activiteiten die veel kinderen doen in die tijd: hij zit op de voetbal en speelt tegen andere clubs in de buurt. Daar moet je op de fiets naartoe en vaak is hij al moe als de wedstrijd nog moet beginnen. Hij houdt van water, in een dag leert hij zwemmen. Ook zit hij op judo en houdt hij van muziek, vooral ‘Satie’ hoort hij graag. 

Op de lagere school constateert de directeur dat hij een goede leerling is en dat hij naar het vwo zou kunnen. Thuis zien ze dat niet zo zitten. Zijn moeder zegt: “Nee, dat kan altijd nog.” En August gaat naar de mavo. Hij doet er zes jaar over. “Het boeide me niet”, is zijn bondige verklaring.  

Na de middelbare school volgt hij op allerlei plekken opleidingen. Hij studeert in Enschede en aan de universiteiten van Amsterdam en Utrecht. Hij gaat naar het buitenland en studeert in Berlijn, Brussel en Birmingham; toevallig drie steden die met een ‘B’ beginnen. Hij vertelt niet welke opleidingen hij heeft gedaan, dat lijkt voor hem niet relevant. 

Aan het werk 

August verlaat Overijssel voor zijn eerste echte baan, ongeveer 100 kilometer verderop. Hij werkt in de zeventiger jaren in een grote landelijke instelling voor speciale doelgroepen. Hij combineert het werken met verschillende opleidingen. In de instelling wonen mensen met ‘geestelijke tekortkomingen’. Ze komen uit het hele land, van Zeeland tot Drenthe. Hij heeft veel collega’s, ongeveer vijftig vrouwen en twee mannen. Ze trekken buiten het werk regelmatig met elkaar op. Vooral de dames willen wel graag een afspraakje met hem. “Dikke lul, drie bier”, zegt August. Van dergelijke afspraakjes moet hij niet veel hebben. Hij geeft aan dat hij niet op zoek was naar vrouwen, maar vrouwen wel op zoek waren naar hem. 

Misbruik op het werk 

Op het werk is lang niet alles koek en ei. Bij de instelling werken twee directeuren. Er blijkt sprake te zijn van seksueel misbruik van cliënten. August meldt een en ander bij de hoofddirectie. Dat leidt tot het ontslag van beide directeuren. Een van hen pleegt een half jaar later zelfmoord. “Ik had dus wel lef om dit aan de kaak te stellen”, zegt August. Vanwege de slechte financiële situatie vertrekt August bij de instelling. Hij heeft in die tijd ook een relatie. Maar na zeven jaar gaan ze uit elkaar en verhuist August op zijn 29ste naar Arnhem.  

Meer werkervaringen 

August vertelt wat meer anekdotisch over de periode die dan volgt. Hij verblijft in het buitenland, onder andere in zes Afrikaanse landen. Hij wil erachter komen wat er speelt in die landen en ook tussen de verschillende landen. Daarna gaat hij naar Frankrijk en Griekenland waar hij onder meer deejay is. Terug in Nederland heeft hij ergens een hoge functie, zonder dat duidelijk wordt waar en wat dat is. In deze periode is hij ook deejay bij een nachtprogramma van de VPRO, ‘Satie’ ligt regelmatig op zijn draaitafel. Ook werkt hij bij Luxor Live in Arnhem. 

Trouwen 

Op 38-jarige leeftijd ontmoet hij zijn tweede vrouw. Ze komt uit een groot gezin met tien zussen en drie broers en is met haar familie ten tijde van de onafhankelijkheid van Suriname naar Nederland gekomen. August heeft haar les gegeven toen ze in Zwolle woonde. Anders dan tegenwoordig lukt het hem niet tot rust te komen en hij ontloopt in deze periode ook mensen.  

Als zijn vrouw in verwachting is, trouwen ze en gaan ze wonen in Arnhem. August maakt werkweken van soms wel 65 of 75 uur met als doel hun situatie te verbeteren. Zijn vrouw werkt ook. Het huwelijk verloopt niet rimpelloos. Soms mag August na zijn werk het huis niet in en zijn vrouw zou ook meerdere keren hebben geprobeerd hem te vermoorden. Het gaat niet goed met de gezondheid van zijn vrouw en ze wordt twee keer in het ziekenhuis opgenomen. Bij de tweede opname raakt ze in coma en wordt ze niet meer wakker. Ze zijn meer dan 30 jaar getrouwd geweest: “Het is, zo het is”.  

August heeft een getrouwde zoon die in Amsterdam woont. Ze hebben contact met elkaar en hebben een goede link wat muziek betreft.  

Ten slotte 

De ouders van August zijn inmiddels overleden, vader is 88 jaar geworden en moeder 76. Hij heeft altijd een goede band met hen gehad.   

August vindt het zonde van zijn tijd om met vreemden te spreken. Wel spreekt hij allerlei bekenden zoals mensen van de rechtbank, het provinciehuis en het gemeentehuis waar hij vaak komt. Hij haalt uit zijn binnenzak een klein kistje sigaren tevoorschijn en steekt er buiten eentje op. “Elke dag rook ik een sigaar”, zegt hij tevreden en vervolgt: “Het is me wel degelijk gelukt om de goede dingen te doen”. 

Arnhem, maart 2026 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *