Krassen op z’n ziel maar een groot hart.

Het levensverhaal van Ron

‘In ieders leven valt wel eens een regenbui. Maar in het mijne regent het wel heel erg vaak.’ Zo luidt de tekst van een populair Amerikaans liedje uit de jaren veertig van de vorige eeuw. Het is Ron op het lijf geschreven.  


Protestbord 

We kennen er allemaal wel één: zo iemand die door z’n veel te grote hart en warme empathie voor zijn medemens, uitgerekend zélf een magneet wordt voor allerhande narigheid. Zo’n man is Ron (67), niet weg te denken uit het Arnhemse straatbeeld. Nu en dan staat hij daar Bijbels uit te delen. Of houdt hij een solodemonstratie tegen het burkaverbod. En soms bevindt hij zich dan op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Zoals die keer toen een koranverbranding in hartje Arnhem door de anti-islambewe-ging Pegida landelijk nieuws werd. Ron kwam in het gewoel terecht met zijn protestbord: ‘Stop haat zaaien, stop Pegida’.  

Zundapp 

Het veelbewogen leven van Ron begint op het platteland in een dorpje ten oosten van Arnhem. Hij wordt geboren in een katholiek gezin van vijf kinderen – vier jongens en een meisje. Ron is nummer twee. “Bij de slager bij ons in de straat stond ik als kind te kijken hoe koeien en varkens werden geslacht. Wat ik daarvan vond? Niks. Dat was gewoon zo.” Zijn vader werkt in de blikfabriek van Thomassen & Drijver. Thuis zijn ze voor een groot deel zelfvoorzienend, zoals dat in de jaren vijftig en zestig op het platteland heel gewoon is. “We hadden een moestuin, een bongerd en kippen en konijnen.”  

Er is niks aan de hand totdat Ron zeventien is. Dan gebeurt er voor het eerst iets dat een diepe, emotionele wond bij hem nalaat. Zijn beste vriend wordt op z’n Zundapp doodgereden door een vrachtwagen. Zijn dood maakt grote indruk op de tiener die Ron dan is. En ook de nasleep hakt erin. “Kierewiet van verdriet is de moeder van mijn vriend opgenomen in de psychiatrische inrichting. Extra heftig is dat de betrokken vrachtwagenchauffeur vlakbij woont. Dat zorgde voor enorme spanningen.”  

Korenmarkt 

Ron is blij om het dorp uit zijn jeugd achter zich te laten. Hij gaat op kamers in Arnhem wonen en wordt supermarktmedewerker. Na enige tijd maakt hij de overstap naar de horeca en hij gaat werken in een hotel. Daar wordt hij opgeleid tot kelner. Na enige tijd raakt hij zwaar overspannen. “De nasleep van het ongeluk met mijn vriend speelde me parten.” Rond die tijd gebeurt er opnieuw iets heftigs. Een vriend heeft ‘een akkefietje’ op de Korenmarkt, het Arnhemse uitgaanscentrum. “Hij is daar doodgeslagen. Ik was op dat moment nog maar negentien jaar oud en had toen al zoveel ellende meegemaakt.”  

Een relatie 

Rond die leeftijd leert Ron een twaalf jaar oudere, gescheiden vrouw kennen, met vijf kinderen. “Het was een probleemgezin waar ik ondanks m’n jonge leeftijd de vaderrol kreeg. Ik moest de kleintjes tot de orde roepen.” Vijf jaar lang is hij huisvader naar zijn beste kunnen. En als hij uiteindelijk de deur achter zich dichttrekt, wacht hem alweer een volgend drama. “Ik moest na klachten uit de buurt een houtstapel in mijn tuin opruimen. Die heb ik in stukken gezaagd en in brand gestoken. Lekker makkelijk, dacht ik. Toen kwam ik op het politiebureau terecht en kreeg ik een aanklacht wegens brandstichting.”  

Bloedtransfusie 

Ook bij zijn ouders thuis is van alles loos. Vader en moeder zijn Jehova’s Getuigen geworden. “Stel je voor, in een katholiek dorp.” Op een dag komen zijn ouders terug uit de kerk met in de auto Rons jongere broer en een geloofsgenote. Ze krijgen een ernstig ongeluk. “Moeder en die vrouw waren op slag dood. Vader raakte ernstig gewond en mijn broer liep blijvend hersenletsel op.” Volgens de leer van de Jehova’s is bloedtransfusie uit den boze. Niettemin geeft Rons vader toch toestemming voor een bloedtransfusie voor zijn zwaargewonde broer. “Dat viel helemaal niet lekker bij de Jehova’s.” Rons zusje wordt na die vreselijke tragedie depressief en springt niet veel later voor de trein. “En ook vanwege die zelfmoord kregen we van de Jehova’s nog een trap na”, klinkt het verbitterd.  

Boodschappenkarretje 

Door al die woelige baren blijft Ron met pijn en moeite op de been en is hij geworden wie hij vandaag de dag is. Een man met talloze krassen op zijn ziel maar met een groot hart. Vaak loopt hij door de stad, een boodschappenkarretje achter zich aan slepend. Het is gevuld met voedsel en spulletjes voor deze of gene die zijn hulp nodig heeft. Zoals voor een vroegere huisgenote die door het leven is beschadigd. Ze is inmiddels opgenomen in een psychiatrische instelling. Ron kan het sowieso niet laten om onderdak te bieden aan daklozen met een rugzakje vol narigheid. “Ik heb er momenteel weer een in m’n schuurtje zitten.” Niet altijd loopt dat even prettig af en is het uiteindelijk Ron die met de gebakken peren zit.  

Maar er verlopen ook dingen voorspoedig. Zo heeft hij nog steeds goed contact met de broer die het auto-ongeluk overleefde. Ook heeft hij aan een liefdesrelatie een fijne dochter overgehouden van bijna dertig jaar oud. “Een superslimme meid die aan de universiteit heeft gestudeerd”, zegt Ron glunderend. “Ze woont in Duitsland, dus helaas zie ik haar niet vaak.” 

Arnhem, maart 2026 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *