Mijn jeugd in Algerije
“Mijn vader is overleden. Mijn moeder leeft nog in Algerije. Ik ben geboren op 12 februari 1966 in Mascara. Daar komt ook de naam mascara vandaan. Ik heb daar tot mijn achttiende gewoond. Ik had een mooie jeugd, maar wel een beetje apart. Ik ging lekker naar school, zat op sport, judo, basketbal, enzovoort. En ik zat op voetbal. Omdat ik niet zo lang ben, maar 1.78m, speelde ik spits want die mag klein zijn.”
“Mijn vader had een eigen winkel in groente en fruit. Later werkte hij op de ambulance als chauffeur. Hij was altijd bezig. We waren niet arm. Ons leven leek wel veel op het leven in Europa. Het was een goede tijd. Ik zat zes jaar op de middelbare school en deed elektrotechniek.”
Naar Frankrijk
“Ik ging naar Frankrijk voor het avontuur, niet voor het werk want dat was er in Algerije genoeg. Dat was het probleem niet. Als Algerijn kon je in Frankrijk in de horeca gaan werken als je een verblijfsvergunning had. Ik ben naar familie in een dorp in de Midden-Pyreneeën gegaan en liep stage voor elektricien. Ik mocht daar blijven maar ik wilde naar de stad, naar Toulouse. In dat dorp was geen avontuur.”
“In Toulouse werkte ik als schoonmaker en in groente en fruit. ’s Avonds maakte ik muziek om geld te verdienen. Ik had genoeg vrienden en vriendinnen daar. Ik spreek nog steeds een beetje Frans. Maar ik wilde geen lange relatie want ik wilde nog niet trouwen. Ik sportte en voetbalde veel.”
Liften naar Amsterdam
“In 1987 ben ik in drie dagen naar Nederland gelift. Een vriend van mij rookte hasj, dat kon in Amsterdam. In Frankrijk was dat duur. Dus ik ging naar Amsterdam met twintig franc, toen ongeveer drie gulden. Een colaatje, en het was op. Ik kon bij een stewardess wonen. Ik zat elke dag in het café. Daar kwam ook Dennis Bergkamp. Dat was een lieve man. Ik hoefde toen niet te werken en ging met vrienden naar de discotheek. Ik werd het huis uitgezet en woonde daarna in een flat van een Argentijnse kunstenaar die houten kunstwerken maakte. Ik had niet veel geld nodig en werkte op Schiphol als schoonmaker en in de afwas en de keuken van een brasserie, Ook nu had ik veel vrienden.”
Verschillende vriendinnen en banen
“Weer werd ik verliefd op een stewardess. Maar ik was moslim en zij was christen, dat ging uit. Toen kreeg ik een Nederlandse vriendin die in de mode werkte. Zo ben ik in 2000 kleding gaan verkopen, op de Albert Cuyp. Daarna zijn we naar Rotterdam gegaan, maar ik moest daar wel helemaal opnieuw beginnen. In Rotterdam verkocht ik nep-kleding uit Turkije bij mij thuis. Ik verkocht wel alles zwart, alles was zwart geld.”
“Maar ik kreeg problemen met de zus van mijn vriendin. Die zei dat Algerijnen slecht zijn. Mijn vriendin en ik waren gek op elkaar maar het was beter dat ik wegging. Toen kreeg ik een eigen kamer, vlakbij het ziekenhuis. Ik heb daarna weer van alles gedaan. In de dakisolatie maar dat was moeilijk omdat ik last kreeg van hoogtevrees. Op de markt in groente en fruit en later ook in vis. Hollanders kregen wel beter betaald dan Arabische mensen. Maar het was genoeg om van te leven. Ik kreeg ook wel eens gratis eten van mensen.”
“Ik wilde trouwen met mijn vriendin in Toulouse maar ik werd gewaarschuwd dat daar elke week een agent kwam voor controle. Daarna bleef ik in België en heb ik iemand geholpen die kanker had en een zuurstofapparaat gebruikte voor het ademen. Ik heb vier maanden bij hem gewoond om hem te helpen en voor hem te tolken. Nadat hij overleden was, zou ik met zijn vrouw gaan trouwen. Maar in een vakantie ging ze met een andere man.”
Ziek geworden
“Toen ontmoette ik een nieuwe vrouw die ook in de mode zat en we gingen naar Dordrecht. Daar werd ik ziek omdat ik veel te veel gewerkt had en te veel had gestaan. Altijd werken. Ik kreeg vocht in mijn voeten omdat de bloedcirculatie geblokkeerd raakte.
Mijn benen deden het niet meer. Toen ben ik naar de Pauluskerk gekomen omdat ze zeiden dat ze hier mensen helpen om papieren te krijgen. Daarvoor had ik ook een Digid nodig. Vroeger kon ik alles. Ik moest ervan huilen dat ik nu alleen met een rollator kan lopen. Ik heb hard gewerkt om mijn conditie terug te krijgen, maar ik kan nog niet goed lopen. Gelukkig helpt de dokter bij hier.”
“Ik heb nog contact met mijn moeder maar ik heb geen vrienden meer in Algerije. Ik zou wel terug willen maar dat kan niet meer. Hoewel het leven daar niet duur is, kan ik toch niet aan geld komen omdat ik niet meer kan werken. Hier krijg ik elke week een uitkering van zestig euro van de kerk.”
Terugkijken op het leven
“Als ik terugkijk op mijn leven dan ben ik altijd een beetje naïef geweest. Ik vertrouw mensen te snel en dan gebruiken zij mij soms. Het leven is mooi, maar mensen zijn slecht. Ik zie dat jaloezie veel kapot maakt. Maar ik ben trots, mensen mogen mij. Ik krijg gewoon honing of olijfolie of soms een appel en op een andere dag krijg ik er drie. Ook al werk ik niet, ik heb altijd te eten. Ik dank God daarvoor. En ik ben altijd welkom bij mensen. Ik deel mijn eten ook met mensen die ziek zijn. Als je een plek in het hart van mensen hebt, dan ben je altijd goed bezig.”
Rotterdam, februari 2026
