“Ik weet het nu ook niet meer. Ik leg me erbij neer. Nou ja, eigenlijk niet, maar het vreet je anders op.”

Opgetekend door: Irma Croese

Het levensverhaal van Aart

Aart woont in Rotterdam met mooi uitzicht op het water en voorbijvarende schepen. Hij maakt stoere grapjes (“Doe maar een glas whisky”, als hij water krijgt om zijn medicijnen door te slikken) maar hij heeft ook een groot verdriet omdat hij geen contact meer kan krijgen met zijn vrouw in Thailand. 


Opgroeien in Rotterdam 

“Ik ben niet geboren, ik ben gevonden achter een boom,” antwoordt Aart grijnzend op mijn vraag wanneer hij geboren is. “Dat zei mijn vader altijd tegen mij.” Daarna vertelt hij dat hij in 1947 is geboren in Rotterdam-Noord en is opgegroeid in Rotterdam-Zuid. Op zijn zesde verhuist hij van Kralingen naar Feijenoord, later naar Tuindorp-Vreewijk en op zijn zestiende naar Lombardijen. Zijn ouders hebben door gezinsuitbreiding steeds een groter huis nodig. Aart is de oudste, daarna komt er nog een jongen, dan een meisje en een tweeling (jongen en meisje). Hij weet niet zoveel over het gezin waarin hij opgroeit te vertellen. “Het was een heel normaal gezin.” 

In Rotterdam-Zuid woont hij bij een straat waar trams doorheen rijden en vlakbij de spoorlijn. Zo krijgt hij van kinds af aan een grote interesse in trams en treinen, een interesse die zijn hele leven zal aanhouden. Een mooie jeugdherinnering is ook het bezoek aan Madurodam waar hij “alles bijna omverliep om zo snel mogelijk naar de trams te komen”.  

Opleiding en werk 

Passend bij zijn liefde voor trams en treinen wil Aart graag treinmachinist worden. Na de lagere school doet hij de lagere technische school (LTS) en vervolgens de middelbare technische school (MTS). Hij krijgt echter epilepsieaanvallen en daardoor valt zijn droom om treinmachinist te worden in duigen. Hij maakt de MTS af en gaat werken in de elektrotechniek. Op zijn 24e gaat hij het ouderlijk huis uit om in Hoogvliet zelfstandig te gaan wonen. Aart werkt zo’n 33 jaar bij hetzelfde bedrijf. Het bedrijf wordt echter overgenomen door een Zweeds bedrijf en vervolgens gesloten. Aart wordt in 2007 ontslagen. 

De liefde vinden in Thailand 

Aart heeft in Nederland een aantal jaren een relatie. Hij verhuist eind jaren ’80 vanuit Rotterdam naar Papendrecht en woont daar samen met zijn vriendin. Zij lijdt aan manisch-depressiviteit en pleegt uiteindelijk zelfmoord. “Dat was tragisch, maar ik zit er niet zo mee.” 

Op zijn 47e maakt hij op aandringen van zijn moeder een reis naar Thailand. Op de tweede avond in het hotel ontmoet hij een Thaise vrouw met wie het klikt. Hij is verliefd. Zij komt na een half jaar naar Nederland en daar trouwen ze. Aart beschouwt zijn trouwdag als één van de mooiste momenten in zijn leven. Zijn vrouw leert Nederlands en gaat werken als kokkin in Thaise restaurants in Nederland. Ze kan goed koken.  

Aart omschrijft de relatie met zijn vrouw als goed. Communiceren doen ze in het Engels, hij spreekt geen Thais en zij geen Nederlands. Ze verschillen wel van elkaar, zo is zij erg gelovig (boeddhistisch) en hij helemaal niet. Maar dat is absoluut geen probleem. Zij valt hem niet met haar geloof lastig, en hij haar niet met zijn atheïsme. Dat is misschien ook waarom het goed ging tussen hen. Zijn vrouw is duidelijk de belangrijkste persoon in zijn leven. 

Niet lang na hun huwelijk komt de zoon van zijn vrouw die in Thailand was gebleven, door een ongeluk om het leven. Het verdriet van zijn vrouw is groot. “Ik zeg niet dat ik het allemaal goed heb aangepakt, maar ik denk wel dat ik in die periode iets voor haar heb kunnen betekenen.” 

Als het bedrijf waar Aart werkt dichtgaat en Aart ontslagen wordt, grijpen ze de mogelijkheid aan om samen in Thailand te gaan wonen. Het moment dat ze dit ook daadwerkelijk deden, was voor Aart ook één van de mooiste momenten in zijn leven. 

Alleen terug in Nederland… 

Omdat er een probleem is met het geld uit Nederland, besluit Aart in 2023 terug naar Nederland te gaan om zaken uit te zoeken. In Nederland krijgt hij meteen de eerste dag weer last van zijn oude ziekte epilepsie, hij krijgt een zware toeval en stort in. In het ziekenhuis wordt hij opgelapt, maar sindsdien heeft hij geen contact meer met zijn vrouw kunnen krijgen. Vanuit het Leger des Heils, waar hij nu woont, is geprobeerd om contact te krijgen met zijn vrouw, maar dat lukt niet. De lijn is dood. Hij weet niet of zijn vrouw dood is, of dat er wat anders aan de hand is. “Ik weet het nu ook niet meer. Ik leg me erbij neer. Nou ja, eigenlijk niet, maar het vreet je anders op.” 

Hij zou wel terug willen naar Thailand om zijn vrouw te zoeken, maar de artsen raden dat om medische redenen af. Hij is op leeftijd en niet in goede gezondheid. Aart begrijpt dat wel en legt zich erbij neer. “Ze kon zo lekker koken. Dat mis ik wel. Nou ja, ik mis haar natuurlijk.” 

… en doorgaan 

Op de vraag wat hij van het leven geleerd heeft, is het karakteristieke antwoord: “Geen reet.” Hij omschrijft zichzelf als een eigenwijs mannetje, iemand die zijn eigen weg gaat. Als motto, of leidraad voor zijn leven, geeft hij aan niet van ‘Pluk de dag’ te zijn, maar eerder van ‘Niet opgeven. Knokken. Doorgaan.’ Dat is ook wat Aart nu probeert: doorgaan. Ook al is het soms moeilijk met alle tegenslag. 

Aarts ouders zijn al geruime tijd overleden, net als zijn oudste broer. Hij heeft geen contact meer met zijn andere broer en zussen. “Ze vinden dat ik ze in de steek heb gelaten door naar Thailand te gaan. Ik laat het zo, ga daar geen moeite in steken.” Ook in Thailand had hij niet echt contact met mensen naast zijn vrouw. Daarvoor was de taal een probleem. 

Hij brengt zijn dagen nu vooral in zijn kamer door. Hij is lang niet meer buiten geweest, daar voelt hij zich niet meer toe in staat. “Ik doe niet zo veel meer. Ik lees de krant die hier is en het tijdschrift Rails, want ik hou nog steeds van trams en treinen. Ik zit hier goed.” 

Rotterdam, september 2025 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *