Ik ontmoet Robert in een zaaltje van zijn kerk in Utrecht. Robert, een grote man, met mooi ingevlochten haren, een beetje grijs al door het zwart, heeft een vriendelijke, vrolijke blik en komt hier bijna elke zondag. Eén keer in de maand kookt hij hier voor de bijbelgroep.
Van Paramaribo naar Nederland
Robert wordt op 5 december 1967 geboren in Paramaribo, als tweede kind van vijf. Hij heeft vier zussen. Hij groeit op in een huis met moeder, ooms, tantes, opa en oma, zussen, neefjes en nichtjes. Altijd mensen om je heen en altijd iemand om mee te spelen. Bruintje, zijn hond, is z’n grote vriend. Vader woont de eerste jaren in de buurt en gaat later naar Nederland.
Als Robert bijna zeven jaar is, besluiten vader en opa dat het beter is voor zijn toekomst om naar Nederland te gaan. Zijn oudere zus Maureen heeft al eerder deze oversteek gemaakt. Zij ging bij een tante wonen, een zus van zijn moeder. Robert gaat in Alkmaar wonen, bij zijn vader en zijn nieuwe vrouw en hun twee dochters.
Hij mist zijn moeder. “Op school, als er iemand langs de ramen liep, dacht ik steeds: ah, daar komt mijn moeder!” Ook wordt er anders omgegaan met eten. Zijn stiefmoeder heeft een eetprobleem, waardoor ook Robert opeens niet meer zomaar fruit mag pakken zoals hij in Suriname gewend was. Maar hij moet wachten, bijvoorbeeld tot na het boodschappen doen.
Op school is het fijn, maar Robert moet weer verhuizen als hij negen jaar is. Zijn vader en stiefmoeder hebben veel ruzie, het gaat niet langer en Robert gaat naar zijn tante in Maarssenbroek, waar ook zijn zus Maureen woont. Dat geeft hoop. Robert dacht: nu komt het goed.
Naar een kindertehuis
Roberts tante twijfelt erg waar ze thuishoort, in Nederland of Suriname. Ze gaat regelmatig voor langere tijd naar Suriname, wat lastig te combineren is met de zorg voor Robert en Maureen. Uiteindelijk blijft Maureen bij tante en gaat Robert op tienjarige leeftijd naar een kindertehuis in Maarssen. Materieel heeft Robert het hier goed. Vader komt soms langs, maar vaker zegt-ie toch af, op het laatste moment.
In deze tijd heeft Robert besloten dat als hij zelf ooit kinderen krijgt, hij het anders gaat doen dan zijn vader. Want als je kinderen hebt, dan moet je ervoor zorgen. Iets wat zijn vader niet deed.
Drieënhalf jaar woont Robert in het kindertehuis. De begeleiding had afgesproken dat ze hem, als hij huilde, eten zouden geven als troost. “Je ziet het wel, hè.” Robert klopt op zijn buik. “Het is moeilijk om daarvan los te komen, van het idee dat eten troost biedt.”
In pleeggezinnen wonen
Als Robert 13,5 jaar is, komt hij terecht in een pleeggezin in Noord-Holland. Daar is het prima, alleen gaan zijn pleegouders uit elkaar als hij vijftien is en komt hij in een ander pleeggezin terecht. Deze mensen hebben een bijzondere manier van omgaan met affectie en intimiteit. De eerste avond dat Robert daar is en de kleinere kinderen naar bed zijn gebracht, zet de vader des huizes een seksfilm op, om samen met Robert te kijken. Heel ongemakkelijk en raar voelt dit. Er wordt niet geknuffeld, alles wordt met woorden opgelost. En het is heel belangrijk je nuttig te maken: “Als je op de bank ging zitten, was het: ga d’r af, ga wat nuttigs doen!” Robert kijkt op deze periode terug als stressvol.
Zijn vader komt niet langs, die denkt: ‘Robert zit daar wel goed’. Terwijl Robert er wel behoefte aan heeft om zijn vader te zien.
Opleiding en psychische kwetsbaar zijn
Als hij 16,5 is, gaat hij naar een kamertrainingscentrum. Hij leert daar zelfstandig te wonen en gaat naar school. Hij volgt een aanvulling van theoretische vakken op zijn technische vooropleiding, zodat hij kan instromen op het mbo. Daarna begint Robert een opleiding in Utrecht, de INTAS, een opleiding voor maatschappelijk werk. Hij kan bij een oom in Nieuwegein op kamers gaan wonen. Maar deze oom is niet goed voor hem, die belazert hem financieel.
Tijdens deze opleiding gaat het mis met Robert. Het begint ermee dat de dramaleraar vertelt over een jongen die de wereld wilde verbeteren. Maar hij werd ziek en stopte toen met zijn missie. Robert zegt erover: “Ik dacht: ik word niet ziek en ik ga de hele wereld verbeteren! Ik absorbeerde alle slechte energie en daar werd ik helemaal niet goed van.”
Een dieptepunt is een groot feest op school. Die dag is Robert ook jarig. “Op een gegeven moment dacht ik: ze gaan niet eens voor me zingen, ze geven niet om me. Ik draaide helemaal door.” Wat hem op de been houdt, is dat hij de wereld wil redden. Maar, aldus Robert: “Je kunt niet geven, als je niet kunt ontvangen.” Later bleek dat ze wel voor hem hadden gezongen op het feest.
Robert stopt met de opleiding en werkt via uitzendbureaus, dan hier, dan daar. Maar het gaat niet goed met hem. Hij is bijna twintig als hij voor het eerst zo psychotisch wordt, dat hij wordt opgenomen.
In een betere periode trouwt Robert met een vrouw uit Suriname. Zij woonde dicht bij zijn moeder. Het is weinig liefdevol en loopt mis na anderhalf jaar. Achteraf denkt Robert dat het haar te doen was om een verblijfsvergunning.
Daarna begint hij een verpleegopleiding. Deze maakt hij niet af, want psychisch blijft het schommelen: het gaat een tijd goed, en dan gaat het weer mis. Hij wordt afgekeurd en krijgt een uitkering.
Uit je bubbel komen
Eigenlijk schommelt het nog steeds. Vorig jaar is hij nog opgenomen. Maar nu gaat het goed. “Ik heb mezelf gevonden,” zegt Robert. Een voorbeeld: een tijdlang kocht en verzamelde hij heel veel spullen. Hij dacht: als ik iets koop, word ik gelukkig. Hij heeft nu door dat dat niet werkt. “Je kunt je blijdschap niet kopen.” Hij heeft nu al van veel spullen afscheid genomen.
Als ik vraag wat Robert mee wil geven aan lezers van dit verhaal, is het even stil. Dan zegt hij: “Mensen moeten meer uit hun bubbel komen, de ander toelaten. Mensen zorgen alleen maar voor hun eigen familie, hun eigen kringetje. Maar er zijn zoveel meer mensen die zorg nodig hebben.”
Utrecht, 23 september 2025

One comment on “Robert”
In de Silokerk in Utrecht zijn we enorm blij met Robert. Hij stroomt over van liefde voor ieder die met hem echt contact zoekt. En wat een geestelijke kracht om zo de psychiatrie achter zich te laten.
Dank aan Walk of Life voor dit levens document!