Anita kijkt als vrouw van 53 terug op wat zij zelf ‘een heel bewogen leven’ noemt. Zonder bitterheid vertelt ze hoe als zestienjarige alleen op straat belandde. Tot ze 43 was, overleefde ze in de harde straatwereld van Rotterdam, af en aan verslaafd. Ze voedde ondertussen haar drie kinderen op. In deze fase van haar leven leeft ze weer op straat, nu in Nijmegen.
Een rotjeugd!
Anita vat haar jeugd kort samen: een rotjeugd! Ze groeide op met veel geweld. Haar vader sloeg zijn vrouw en zoon, die op zijn beurt zijn zusje mishandelde. Haar moeder greep niet in. Het gezin had een boxer-kennel, bij de boxers kon ze nog wat liefde vandaan halen. Anita: ”Ik deed mijn middagdutje bij onze boxers in de hondenmand. Die honden, dat was mijn familie.” Juist ook in haar dierenliefde wist haar vader Anita te raken: hij verdronk puppy’s expres voor haar ogen en hij strafte haar hondje Boemie door haar dood te trappen.
Regelmatig vluchtte moeder met de twee kinderen naar Blijf-van-mijn-Lijf-huizen. Maar ze ging steeds weer terug. Ook na de scheiding bleef het stalken en het verhuizen doorgaan, na vijftig keer stopte Anita met tellen. Ook zonder vader in de buurt is ze niet veilig. “Mijn moeder praatte het gedrag van mijn broer goed. Terwijl ze zelf zo vaak lamgeslagen was, stond ze toe dat hij hetzelfde bij haar dochter deed! En dan moest ìk naar mijn kamer, dan was ìk fout.” Als dat op haar dertiende weer eens zo gaat, knapt er iets bij Anita. Ze scheldt haar moeder uit, die verkoopt haar een mep, Anita slaat terug. “Toen was ik binnen twee weken uit huis, naar het internaat. Ik was blij. Ik hoefde niet meer continu bang te zijn.” Er volgen meerdere gastgezinnen en internaten, ze wordt Onder Toezicht van de Staat gesteld (O.T.S.). Anita zakt door al het gedoe af van havo naar mavo. Ze gaat nog twee dagen per week naar school, ze werkt in een dierenwinkel.
Helemaal alleen
Anita is zestien jaar als haar moeder een zelfmoordpoging doet door zichzelf in brand te steken. Ze ligt nog twee maanden in coma bij een brandwondencentrum, alleen nog herkenbaar aan haar tenen. In die tijd krijgt Anita paniekaanvallen, ze begint met blowen. Haar gezinsvoogd eist dat ze daarmee stopt. Anita kan dat op dat moment niet, de voogd zet de financiële ondersteuning stop. Haar huur kan ze niet langer betalen, de Sociale Dienst verwijst haar naar Rotterdam voor opvang.
Anita komt op straat terecht. Ze leeft tussen hardcore junkies zonder zelf te gebruiken. Maar na een paar jaar begint ze daar zelf toch aan, willens en wetens. “Ik was helemaal alleen, mijn leven was elke dag een hel, ik wilde me ook wel eens een keer lekker voelen.” Daarna ging het hard, van spuiten tot een overdosis. Ze blijft misselijk en het blijkt dat ze zwanger is. Dat geeft haar de kracht om af te kicken. Haar vriend kan en wil dat niet, Anita respecteert zijn eerlijkheid. Zij blijft clean en haar dochtertje wordt gezond geboren. In een soort jongerencentrum ontmoet ze een hulpverlener: “Die zag wat mijn baby’tje voor mij deed, die zag mijn kracht. Ik spuide al mijn ellende bij haar. De politie stond dagelijks aan mijn deur, ik had nog zoveel oude boetes openstaan! Zij heeft al die boetes betaald uit haar eigen zak! Om mij en mijn kind rust te gunnen… Elke maand ging ik met mijn geld eerst naar haar voor de afbetaling. Toen dat klaar was, heb ik haar bedankt met een fles whisky, daar hield ze van. Ik was vanaf mijn geboorte al afgeschreven, nooit iemand die om me gaf. Zij nam het risico en stelde vertrouwen in me. Ik vond het zo mooi dat iemand me zag!”
Moederschap
Als alleenstaande moeder wil ze meer familie voor haar kindje. Als haar vriend overlijdt aan een overdosis gaat Anita weer gebruiken. Op haar dertigste raakt ze van een nieuwe vriend opnieuw zwanger. Ze krijgt een dochtertje. Anita gunt haar een vader: “Ook als het tussen ons niet werkt hoor je er voor je kind te zijn! Maar hij wilde alleen seks. Dan maar niet! Ik ben geen hoer, ik ben niet te koop. Mijn lichaam niet en mijn ziel niet. Ik had drie baantjes, stelen deed ik niet. Helemaal alleen heb ik mijn drie kinderen mét mijn verslaving toch goed weten op te voeden. Ik gebruikte zo min mogelijk, zorgde altijd dat ik ‘s avonds wat over had voor de volgende ochtend. Het was een soort dubbelleven. Géén leven eigenlijk, meer óverleven. Allemaal strijd, met alles tegen… Je kúnt gewoon niet alles goed doen. Toch zijn ze alle drie goed terechtgekomen: met een baan, een huis, een partner. Ze zijn goed afgeleverd! En dat heb ík gedaan, ík heb ze die moraal en die kracht meegegeven.”
Als ze 43 is, besluit Anita te vertrekken naar de andere kant van het land, afkicken lukt niet in haar oude omgeving. De twee oudsten zijn uit huis, haar jongste dochter wil niet mee. Anita regelt dat haar twee dochters goed voor elkaar kunnen blijven zorgen. De school grijpt helaas in wegens vermeende verwaarlozing, de jongste komt terecht in een gastgezin. Anita is moegestreden, deze strijd gaat ze niet aan. Het contact met haar kinderen is later verbroken, dat doet pijn. “Mijn moeder deed nog niet half wat ik voor mijn kinderen gedaan heb. Ik ben altijd voor ze opgekomen! Ook voor mijn zoon die dingen deed waar ik niet achter stond. Dat zien ze allemaal niet, wel dat we soms een dag alleen maar brood aten… Mijn moeder gaf me elke dag een maaltijd, ik had liever die knuffel gehad. Ik dacht het beter te doen dan mijn moeder, maar in hun ogen blijkbaar niet.”
Gekker en gekker
Anita gaat wel de strijd aan met haar verslaving, ze blijft bijna tien jaar clean. Ze werkt zes dagen in de week twaalf uur per dag voor uitzendbureaus. Ze krijgt een kick van haar groeiende saldo, ze kan ineens alles kopen, van shag tot een elektrische fiets. Na vele jaren eist dat harde werken zijn tol, ze slaapt niet meer en probeert dat met drank op te lossen. Dat werkt niet, op een ochtend wordt ze wakker met een lichaam dat helemaal niks meer kan. Ze zoekt hulp en wordt opgenomen in de psychiatrie. De opname duurt langer dan gedacht. Als de opvang voor haar hond spaak loopt, pakt Anita haar spullen en gaat ze naar huis. Haar paniekaanvallen komen terug, ze drinkt steeds meer, eet niet, slaapt niet, wordt gekker en gekker. Ze wil hulp en krijgt die niet. Ze raakt zwaar suïcidaal en draait volkomen door.
Als de politie komt, overgiet ze een agent met brandbare middelen, ze is te dronken om hem daadwerkelijk in brand te steken. Het leidt tot een veroordeling met een proeftijd met speciale voorwaarden wat betreft gedwongen opname en medicatie. Voor Anita voelt dat of haar leven voorbij is. Ze laat haar dieren ophalen en vertrekt van huis met alleen een rugzak, nog steeds suïcidaal. Na een periode in hotels woont ze in België in een nomadentent en verzorgt ze de ezeltjes en het terrein. “In die tijd gebeurde er iets bij me: ik kwam tot rust. Ik was niet langer suïcidaal, maar al mijn geld was wél op. De ironie hè? Want wat dan?”
Blijf lekker lachen!
Anita komt in de maatschappelijke opvang terecht en is in no time weer verslaafd. Ze moet steeds weer op gesprek bij allemaal verschillende mensen en verplicht afkicken. Het helpt haar allemaal niet. Anita wil af van de reclassering. In de rechtszaak hierover pleit ze zelf en vertelt ze over haar verleden, heden (inclusief schone urinecontroles) en haar wensen voor de toekomst. Het oordeel van de rechter is: alle voorwaarden, de reclassering, de gedwongen medicatie en de opname worden opgeheven. De rechter oordeelt dat Anita niet thuishoort in de forensische psychiatrie maar in de zorg. “De rechter zei: “Ik geef jou een kans”. Ik zei: “Ik pak hem!” Voor het eerst in jaren zag en hoorde iemand me, op dat moment ging mijn vuurtje weer branden! Sinds die tijd gaat het goed met me.”
Anita leeft weer op straat, ze prikt afval voor een tientje per dagdeel en verzamelt blikjes. Zo kan ze haar wijntje en haar sigaartjes kopen en in een ritme blijven. Ze is stadsgids voor Vagebond en vertelt daarbij over haar leven op straat. Ze heeft een vriend, het maakt verschil om in het straatleven soms even op elkaar te kunnen leunen. Ze hebben samen vooral veel lol. Anita blijft een mensenmens én ze blijft voorzichtig.
Anita heeft een boodschap voor ons: “Blijf open voor een ander maar vertrouw vooral op jezelf. Wacht niet op een ander, je moet het zelf doen en dat kún je ook! Echt! Ga niet zielig lopen doen, blijf lekker lachen en gek doen. Ik hou best van mensen een beetje shockeren en provoceren. Als ze daar dan om kunnen lachen, ben ik zelf ook weer blij.”
Nijmegen, januari 2026

One comment on “Anita”
Beste anne mooi geschreven echt.
Wat een aangrijpend verhaal. Het gaat diep, echt diep. Geen mooi verhaal in de zin van licht of vrolijk, maar wel een indrukwekkend en rauw verhaal dat raakt.
Ik ken Anita al een tijdje. In het begin heb ik haar leren kennen als een stug iemand, maar inmiddels kan ik echt leuk en open met haar praten. Het is een leuke vrouw met wie ik fijne en oprechte gesprekken kan hebben. Juist daarom vind ik het ook zo sterk hoe zij haar verhaal vertelt: eerlijk, zonder opsmuk, maar met veel zeggingskracht.
Door dit verhaal zie je pas echt wat er allemaal achter iemand kan schuilgaan. Het laat maar weer zien dat je mensen niet kunt beoordelen op wat je aan de buitenkant ziet. Iedereen bewandelt zijn eigen weg en draagt zijn eigen verdriet. Dit plaatst veel in perspectief.
Dat zij hier nu staat zoals zij staat, ondanks alles wat zij heeft meegemaakt, getuigt van enorme kracht en veerkracht. Daar heb ik diep respect voor.
Petje af.
Hartelijke groet,
Miquel Roest