“Ik wil nog eens de camino lopen naar Santiago de Compostela.”

Opgetekend door: Dorine Steenbergen

Het levensverhaal van Ralph

Jeugdjaren 

“Ik ben Ralph, net zoals Ralph Inbar,” zegt hij met een brede grijns. “Ik ben doodgeboren.” En hij verduidelijkt: “De navelstreng zat strak rond mijn nek. Daardoor hebben mijn hersenen zuurstoftekort opgelopen. Dat heeft gezorgd voor een heel leven vol ellende.”  

Ralph is geboren in Rotterdam op 20 mei 1980 en later verhuisd naar Capelle aan de IJssel, “het Amstelveen van Rotterdam”. Tot diep in de jaren negentig heeft hij daar, ondanks zijn bijzondere problematiek, een fijne kindertijd gehad. In een welgesteld gezin met een vader die workaholic was, een moeder die huisvrouw was en een twee jaar jonger zusje. Financiële zorgen waren er niet. Al ontbrak het wel aan affectie.  

Ralph kijkt fris uit zijn ogen, is opgewekt en kan zijn leven uitstekend onder woorden brengen. Hij ziet er gladgeschoren en verzorgd uit. Later zal hij vertellen dat hij de nacht ervoor in een hotel heeft geslapen. Dat doet hij af en toe als zijn portemonnee dat toestaat.  

Penisnijd 

Omdat thuis de vaderfiguur ontbrak, ontstond er een sterke band met zijn moeder. Die kwam in de puberteit onder druk te staan toen zijn vader vreemdging en uiteindelijk na een hoop heisa het gezin definitief verliet. “Ik heb eigenlijk twee moeders gehad. Een goede moeder in de jaren tachtig. En een hele nare in de jaren negentig. Klinkt misschien gek maar ik kan het niet beter omschrijven. Na het vertrek van mijn vader ontwikkelde mijn moeder een vorm van penisnijd. Ze had dus een grote hekel aan mannen. Die werd ook op mij geprojecteerd. Terwijl ik al een probleemkind was.” 

Uit huis 

De situatie thuis begon dusdanig uit de hand te lopen dat de, volgens zijn moeder, onhandelbare Ralph op z’n vijftiende het huis uit moest. Wat volgde was een lange lijdensweg langs allerhande gezinsvervangende tehuizen. Daarop terugkijkend mag het een wonder heten, dat hij er nog zo redelijk ongeschonden uit is gekomen. “Hoe verzinnen ze het om probleemkinderen op te vangen in een straat in Rotterdam-Zuid met wel vijftien koffieshops…” Anderzijds: uitgerekend de beelden die hij daar zag van druggebruikers maakten zo’n diepe indruk dat hij voor de rest van zijn leven een gloeiende hekel heeft gekregen aan verslavende middelen en aan junks. “Die dans ben ik ontsprongen. Ik ben niet verslaafd, mankeer psychisch niks. Ik kom over als een volstrekt normaal mens. Maar de problemen die ik heb, zitten in mijn lichaam. Die zie je niet.” 

Drie meisjes 

Eenmaal volwassen kreeg hij via internet contact met een vrouw. Onbedoeld was zij binnen de kortste keren zwanger terwijl ze elkaar eigenlijk amper kenden. Later zou blijken dat ze veel te verschillend waren voor een degelijke relatie. Maar toen was het al te laat.  

“We kregen een tweeling, twee meisjes. Hartstikke blij mee. Ze zijn nu zeventien. Twee jaar later kwam er nog een meisje bij.” Trots laat Ralph een foto zien van de tweeling met hun babyzusje op schoot. Over dit drietal ontfermde hij zich als huisman omdat zijn vriendin als kostwinner een drukke baan had. Glunderend zegt hij: “Zeven jaar lang heb ik alles met en voor die meiden gedaan. Ik haalde ze van school, bracht ze naar zwemles. En als ik iets niet wist, bijvoorbeeld hoe je haar moet vlechten, dan zocht ik het op op YouTube.” Er wordt altijd gezegd dat je niet voor de kinderen bij elkaar moet blijven, maar Ralph huldigde het tegendeel. En daarom bleef hij. De meisjes, zegt hij met een glimlach, “lijken alle drie op mij. Vooral de jongste. Dat ben ik met een paardenstaart.” 

Op straat 

Totdat het uiteindelijk helemaal niet meer ging. “We leefden als twee vreemden onder één dak.” En hij kwam op straat te staan. Ook al heeft hij het voordeel van een kleine uitkering, doorgaans brengt hij de nachten door onder de blote hemel. Hij ligt liever buiten dan in een kamer boven de dagopvang samen met lotgenoten. “Met goeie spullen. Twee slaapzakken. Op een ideale plek die ik geheimhoud.” Afgewisseld met zo nu en dan een hotelkamer wanneer hij daar geld genoeg voor heeft.  

In de loop der jaren heeft hij het straatleven leren waarderen. Dat gevoel van intense vrijheid zoals bezongen door Janis Joplin. ‘Freedom is just another word for nothing left to lose…’ Woorden die perfect aansluiten bij zijn droom. “Ik ben op geen enkele manier religieus. Maar ik geloof wel dat er iets of iemand is die meekijkt in mijn leven en mij behulpzaam is. Daarom wil ik ooit de camino lopen naar Santiago de Compostela. Ik ben al aan het oefenen op trajecten van het Pieterpad.” 

Contacten 

Zijn vader leeft nog en Ralph heeft sporadisch contact met hem. Met één van de tweeling heeft hij heel behoedzaam e-mailcontact. Haar moeder wil het niet. Ralph hoopt dat als de meiden meerderjarig zijn, en dat is al snel, ze hun eigen keus gaan maken en hem af en toe willen zien. In de tussentijd blijft hij toch zo’n beetje in de buurt, dus in en rond Arnhem. De Randstad en in het bijzonder Rotterdam trekken hem niet meer. “Weet je, als ze daar drie bomen en een lantaarnpaal naast elkaar zetten, noemen ze het een park. En vijf bomen heten een bos. Nee, dank je. Doe mij Arnhem maar.”  

Arnhem, januari 2026 

One comment on “Ralph”

  • Een mooi verhaal !
    En wat zou het mooi zijn als er met de kinderen weer goed kontakt tot stand komt … met blik naar de toekomst en zonder wrok naar het verleden. Dat gun je ze allemaal ! En die Camino hè … zeker gaan doen !

    Reply

Laat een antwoord achter aan nori Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *