Giovanni wil graag zijn verhaal delen. We spreken af waar hij nu woont. Toch wil hij me ook meenemen naar de plek waar hij is geboren. Hij beweegt rustig door de wijk, luistert aandachtig en neemt de tijd om na te denken voordat hij antwoord geeft. Hij spreekt zacht en glimlacht vaak.
Voor hem is het allerbelangrijkste dat mensen begrijpen dat hij een goede kerel is. Alles wat hij heeft gedaan, deed hij uit liefde — uit liefde voor zijn moeder.

Ik ben geboren in Utrecht, in Lunetten op de Apennijnen, en opgegroeid in Lelystad. School in, school uit… Steeds wisselende klassen en veel veranderingen. Ik was druk en kreeg medicatie, zoals Ritalin. School ging op zich prima: ik haalde goede cijfers en had vrienden.
Thuis was mijn vader vooral met zichzelf bezig en wilde altijd meer. Mijn moeder werkte totdat ze werd afgekeurd. Als ik uit school kwam, was zij thuis. Mijn vader kwam laat binnen en ging dan zijn eigen gang. Ik was enig kind en daardoor vaak alleen. Mijn vader toonde weinig belangstelling; hij vroeg nooit of ik met hem mee wilde. Met mijn moeder deed ik wél dingen. Op een gegeven moment begon ik zelf buiten te zoeken wat ik thuis miste.
Ik zag dat andere kinderen in gezinnen woonden waar men wél naar hen omkeek en interesse toonde
Ik ging naar school en woonde een periode in Friesland toen mijn ouders uit elkaar gingen. Het werd een vechtscheiding en dat was zwaar. Ik wilde altijd bij mijn vader wonen, maar hij duwde mij juist weg. Mijn moeder trouwde opnieuw en we verhuisden naar Friesland, waar ik tot mijn 23ste heb gewoond. Ik ontmoette daar verschillende mensen. Ik was nog onschuldig en helemaal niet bezig met drugs. Ik rookte vanaf mijn veertiende, maar verder was het vooral kattenkwaad: kijken op plekken waar we niet mochten komen en altijd buiten zijn. Het was best een leuke tijd, tot er spanning en ruzies ontstonden door drugs — binnen de groep en zelfs binnen families.
Ik besloot mijn eigen weg te gaan, omdat mensen steeds achterbaks deden. Mijn moeder begon ook te gebruiken. Ze wilde geen medicatie, ze zei dat speed haar beter hielp. Ik zei:
“Als jij het wilt, haal ik het wel, dan weet ik tenminste waar het vandaan komt”
Ik kende de wereld wel, maar deed er zelf niet aan mee. Ik wilde gewoon goed voor mijn moeder zorgen, ik deed het echt uit liefde voor haar. Sommige mensen uit die tijd spreek ik nog weleens; ze vragen hoe het met me gaat.
Ik voelde wel dat het thuis totaal niet pedagogisch verantwoord was. Mijn moeder had altijd al wel wat gebruikt, bijvoorbeeld alcohol op feestjes. De rollen tussen ons draaiden om. Zelf kreeg ik vanaf mijn zesde al veel te hoge doses Ritalin, dus ik herkende dat patroon maar al te goed.
Op mijn zeventiende ging ik begeleid wonen en stopte ik met school. Ik wilde bij Defensie werken, maar ze zeiden dat studeren lastig zou worden omdat de klassen te groot voor mij waren. Toen ben ik gestopt. Wel kreeg ik een opleiding aangeboden bij een beveiligingsbedrijf. Met mijn achttiende, negentiende begon ik daaraan.
Corona
Toen kwam corona. Ik had net een dienst gedraaid toen de lockdown begon. Mijn moeder ging in die periode enorm achteruit. Ik woonde weer bij haar en elke dag waren er kleine beetjes speed en alcohol in het spel. Haar man kon ik niet uitstaan; er was geen vertrouwen meer. De sfeer thuis was slecht, maar ik deed wat ik kon. Ik bracht die tijd vooral door achter mijn scherm. We woonden met vijf mensen in huis, terwijl je eigenlijk maar met drie bij elkaar mocht zijn. Stiekem kwamen er toch af en toe maatjes langs.
Op mijn 21ste slaagde ik voor mijn opleiding, maar ik kwam nergens aan de bak. Ik ben eigenlijk nooit echt begonnen in de beveiliging. Er ging iets mis: ik werd aangesproken op iets waar ik het niet mee eens was en kreeg de keuze om te blijven of naar huis te gaan. Ik deed mijn shirt uit en zei: “Ik ga.” Niet de slimste beslissing — daarna kwam ik nooit meer terug. Zonde van de opleiding.
GHB
Rond mijn 21ste werd het thuis steeds gekker. Ik probeerde normale dingen te doen en sprak haar man erop aan. Hij deed GHB in haar drinken. Ik betrapte hem. Later zelfs ook in míjn drinken. Hij heeft mij nooit echt iets kunnen aandoen, maar mijn moeder wel. Ik werd woedend. Ik begon alles in huis in de gaten te houden. Hij gedroeg zich vreselijk. Op een gegeven moment bleef ik bijna niet meer thuis. Ik zei tegen mijn vrienden: “De bom gaat barsten…” en dat gebeurde. Ik ben vertrokken. Vanaf toen moest ik het alleen doen en zoeken waar ik hulp kon krijgen. Ik vond het verschrikkelijk voor mijn moeder, maar ik kon niets meer voor haar betekenen.
Drie jaar geleden is mijn moeder overleden. Ze was pas 48. Ik kreeg een telefoontje: “We moeten praten.” Ze bleek op vijf plekken kanker te hebben. De chemo sloeg niet aan. Ze kreeg te horen dat ze nog drie maanden had, maar dat haalde ze niet. Ik was zo vaak mogelijk bij haar. Toch kreeg ik nog ruzie met haar man — om iets kleins als een beschimmeld broodje in de kast. Ik zei er iets van, er ontstond grote ruzie. Ik vertrok, en díe dag overleed ze.
Ik geloof dat er leven na de dood is
Niet dat ze letterlijk naast me staat, maar ik voel dat ze er nog ergens is. Na haar overlijden ben ik verder gegaan. Ik ben nooit meer thuis geweest. Van die man hoefde ik niets meer — hij zou zijn fouten toch nooit toegeven. Ik probeerde opnieuw in de beveiliging te komen. Ik heb in een hotel gewerkt waar ik mocht blijven slapen. Dat vond ik fijn; dat zou ik zo weer doen. Het was een hotel op Ameland en ik zat daar goed.
Utrecht
Via de gemeente kwam ik uiteindelijk terug naar Utrecht. Leeuwarden was niet mijn stad. Nu woon ik al twee jaar aan de Bolksbeek. Ik zou graag een eigen plek willen. Mijn droom is simpel: een normaal leven, huisje-boompje-beestje, een vrouw, een kindje. Daten? Dat laat ik op me afkomen; ik ben niet actief op zoek.
Ik ben meerdere keren verliefd geweest. Eén keer was een meisje zwanger van mij, maar ze kreeg een miskraam. Volgens mij deed ze het zelf bewust, de miskraam veroorzaken — veel drank, veel drugs. Ik had een vermoeden en een maatje bevestigde dat. Ik ben verder gegaan en heb haar nooit meer gesproken.
Een keer heb ik vijf uur vastgezeten
Ik was een winkel binnengegaan waar ik eerder een winkelverbod had gekregen. Niet omdat ik iets had gestolen — dat had ik echt niet — maar door een misverstand, ik werd onterecht beschuldigd en werd boos, kreeg een winkelverbod. Toen ik samen met een maatje weer in die winkel liep een jaar later, kwam de beveiliger aangesneld. Buiten stonden vijf agenten mij op te wachten. Huisvredebreuk, winkeldiefstal… en hup, vijf uur in een cel.
Ik heb hulp gehad. Ze zeggen dat ik ADHD heb, LVB4 — dat is mijn etiket. Zelf zeg ik steeds dat het niet klopt. Ook PDD-NOS, een beetje van alles dus. Nu zit ik in de ziektewet vanwege een kleine operatie aan mijn voet. Iets dat altijd terugkeert.
Desondanks kan ik nog steeds werken, bijvoorbeeld zittend op een kruk, kaartjes scannen — zoiets.
Ik wil gewoon een normaal leven. Een baan in de beveiliging. Een eigen woning. Een vriendin. Wat iedereen heeft. Mijn dromen zijn simpel, maar ik geloof echt dat het kan, dat ik ze kan halen.
Utrecht, maart 2026
