“Mijn vrouw en ik, het was wederzijdse liefde op het eerste gezicht.”

Opgetekend door: Roely Smit

Het levensverhaal van Jan

Ik ontmoet Jan (geboren 13 april 1952) op zijn zit-slaapkamer in de beschermde woonvorm waar hij al een paar jaar woont, sinds zijn vrouw is overleden. Jan heeft moeite gehad om dit te verwerken. “Ik zat een paar jaar in zak en as; we waren een twee-eenheid.” Hij verdoofde zich met drank en kon dan wegdromen en denken aan de goede tijd met zijn vrouw. Er kwam niemand meer langs; zijn drankprobleem werd erger en hij belandde op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis. Pas toen zag hij zijn oudste zoon terug en is het contact met hem en zijn gezin hersteld.  

Kindertijd en jeugd 

Jan vindt het fijn om uitgebreid over zijn leven te vertellen. Hij heeft de eerste vijf jaren van z’n leven in Beverwijk gewoond en daarna in Wijk aan Zee. Dat is goed te horen is aan zijn accent. Hij heeft een vijf jaar jongere zus, ‘een lieverd; elk jaar komt ze op mijn verjaardag en neemt dan gekookte metworst en leverworst voor me mee.’ Jan was als kind een druk en ondernemend baasje. Tijdens schooltijd ging hij met de schoolmelkwagen, de bakker of de schillenboer mee. Hij had geen vriendjes op school totdat er een jongetje uit Amsterdam kwam, waarvan de ouders een snackbar hadden. Hij ging hier ook helpen en als beloning kreeg hij dan een patatje. 

Jan had een goede relatie met zijn moeder en met zijn oma. Allebei zulke lieve vrouwen. Met zijn vader was de relatie minder; hij was hard en Jan heeft vaak een pak slaag van hem gekregen. Hij had hoge verwachtingen van zijn zoon. “Ik heb hem veel teleurgesteld. Later begreep ik pas dat hij zo hard voor me was toen ik hoorde dat hij als dwangarbeider in Duitsland heeft gewerkt. Niet goed te praten, maar dat was zijn achtergrond. Mijn vader was locodrijver. Hij bediende een locomotief bij de Hoogovens, die cokes vervoerde. Mijn moeder was huisvrouw.” 

Het werkzame leven 

Na de lagere school ging Jan naar de grafische school in Haarlem om leerling-drukker te worden. Ook ging hij naar de bedrijfsschool van Johan Enschede en Zonen, waar het papieren geld gedrukt werd. “Ik wist niet wat ik zag: grote rollen met vellen waar allemaal briefjes van 25 gulden op gedrukt werden. Jonge, jonge wat vond ik dat prachtig.” Jan heeft er niet lang gewerkt, omdat hij er niet tegen kon om tussen vier muren te werken. Zo ging dat ook met zijn volgende banen: groente wassen en inpakken bij een grote supermarkt, matroos bij de Marine, vrachtwagenchauffeur, het opbouwen van een strandpaviljoen, totdat hij buschauffeur werd bij de Veluwse Autobus Maatschappij in Apeldoorn. Dat heeft hij 32 jaar met plezier gedaan.  

Matroos bij de Marine is wel een hele belevenis geweest. Jan raakt er niet over uitgepraat. Van de 150 sollicitanten bleven er vijf over, waaronder Jan. “Die ouweheer van me kon dat wel waarderen. ‘Dan is het toch nog goedgekomen met die jongen’, zei hij.” Hij kreeg een opleiding bij de navigatie-gevechtsinformatiedienst en kwam te werken als matroos tweede klasse op de mooie boot de Zeven Provinciën. Tijdens de opleiding in Den Helder kwam Prins Bernhard, toen nog in vol ornaat, op bezoek. “Jeetje, poeh, daar keek je van op.” Zijn werk op het schip bestond eruit dat hij communiceerde met andere schepen in het Engels. Ook bepaalde hij met radar de koers van andere schepen. 

Jan was toen nog maar 16/17 jaar en meteen al drieënhalve maand van huis. Met de boot naar marinebasis in de staat Virginia in de VS. Daar werden geleidewapens geladen die tussen de VS en Puerto Rico als oefening werden afgeschoten. “Vervolgens voeren we door naar Curaçao en Aruba en plotseling naar Sint-Maarten. Er was een opstand op een eiland waar de Nederlandse mariniers aan boord de boel moesten veiligstellen. Dat was interessant, maar ook spannend.” Terug in Nederland werd Jan overgeplaatst op een mijnenjager, die tussen Noord-Holland en Zuid-Holland voer. Dat vond Jan niks en hij werd vrachtwagenchauffeur. 

Trouwen en kinderen  

Op een zonnige dag in maart 1972 zag hij een mooie jonge vrouw op het strand lopen met een aantal kinderen. Jan sprak haar aan. Ze bleek kinderverzorgster te zijn. “Wederzijdse liefde op het eerste gezicht. We zijn in december van datzelfde jaar getrouwd.” Ze verhuisden naar een nieuwbouwwijk in Apeldoorn waar zijn vrouw vandaan kwam. Jan werd buschauffeur bij de VAD. “In het begin in het buitengebied, maar ik kon het Gelderse dialect niet verstaan en daarom werd ik overgeplaatst op de stadsbus. Daar ben ik niet meer weggegaan.” 

Ze kregen twee zonen. De geboorte van zijn oudste zoon was het mooiste moment uit zijn leven. Zijn vrouw heeft eerst vooral voor de kinderen gezorgd en later als schoonmaakster gewerkt en in een bakkerijfabriek. Na een meningsverschil heeft Jan al sinds 2000 geen contact meer met zijn jongste zoon.  Deze was wel op de uitvaart van zijn vrouw.  

Verlies en tevreden 

Vlak voor Jans pensioen overleed zijn vrouw. Hij is niet meer teruggegaan op de bus. Ook was er geen afscheidsreceptie. Wel kwam zijn baas met een fles jenever bij hem thuis. “We hebben koffie gedronken en een borrel. Zo was het goed.” 

Jan geeft zijn leven een acht. Waar hij nu woont, bevalt hem wel. Hij heeft een scootmobiel en loopt met een rollator omdat zijn zenuwen in zijn benen beschadigd zijn. ’s Avonds loopt hij vaak een rondje over het terrein en rookt hij een sigaretje. Af en toe gaat hij naar het winkelcentrum in Apeldoorn, waar hij vroeger ook zijn boodschappen deed. Dat kan hij net bereiken op zijn scootmobiel. Hij koopt een Hemaworst, een mokkataartje of een gegrild kippetje, waar hij van geniet. Af en toe komt hij nog wel eens iemand tegen van zijn werk en dat vindt hij leuk. Ook geniet hij van uitjes met medebewoners en begeleiders. Bijvoorbeeld met een boot over de IJssel en dan al varend genieten van een warm en koud buffet.                             

Jan gaat viereneenhalve dag per week naar de dagbesteding op het terrein en dan stekt hij plantjes. Dat vindt hij hartstikke leuk. Daar krijgt hij € 21,- voor in de week en drie tientjes van zijn bewindvoerder, waar hij ook nog van kan sparen. “Als ik € 200,- heb, ga ik het weer uitdelen aan het gezin van mijn zoon. Voor mezelf heb ik het niet nodig. Het drinken kan ik nu laten, maar dat doe ik niet. Voor het slapengaan drink ik één biertje. Ik noem dat gecontroleerd drinken.” In het weekend ligt Jan vaak op bed een filmpje te kijken. Hij heeft niet zo’n behoefte aan contacten met andere bewoners. 

Apeldoorn, april 2026 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *