Een geschiedenis van moed, verlies en stille veerkracht.

Opgetekend door: Paul Berkers

Het levensverhaal van Mohammed

Van Sabra en Shatila naar Neerbosch-Oost 

In de winterkou wanneer de wind snijdend door de straten van Nijmegen trekt, ontmoet ik Mohammed. Het is -10 graden en hij vertelt dat hij dagenlang nauwelijks buiten is geweest. Zijn werk ligt nu stil, wat betekent dat hij geen inkomen heeft maar ook geen gezelschap. Hij is blij met de afspraak zodat hij weer even onder de mensen is. Dit is het begin van een levensverhaal dat zich uitstrekt van de vluchtelingenkampen Sabra en Shantila in Libanon tot een bescheiden bestaan in Nederland. Een verhaal van verlies, oorlog, overleven en opmerkelijke veerkracht. 

Palestijnse wortels 

Mohammed wordt geboren op 15 februari 1967 in het vluchtelingenkamp Shatila, grenzend aan Beiroet. Zijn ouders zijn Palestijnen die tijdens de Nakba – de massale verdrijving van Palestijnen in 1948 – hun geboortegrond moesten ontvluchten. Zijn moeder komt uit Jaffa, zijn vader uit Jeruzalem. Zoals ongeveer 750.000 andere Palestijnen raken zij ontheemd en komen terecht in Libanon, waar zij in een vluchtelingenkamp een nieuw, maar uiterst onzeker bestaan opbouwen. 
Mohammed is het oudste kind in een gezin dat uiteindelijk uit zeven kinderen bestaat. De verantwoordelijkheid voor zijn broers en zussen rust al vroeg op zijn schouders.  

Zijn ouders zijn inmiddels overleden. Zijn broers en zussen hebben hun eigen gezinnen; hij heeft nauwelijks contact met hen. Alleen met zijn jongste zus onderhoudt hij dagelijks telefonisch contact. Zij woont nog altijd in Libanon, in het ouderlijk huis, en is zwaar gehandicapt geraakt door oorlogsgeweld. Mohammed ondersteunt haar financieel, ondanks zijn eigen beperkte middelen. 

Jeugd in oorlogstijd 

Zijn jeugd in Shatila is getekend door armoede en geweld. Tot zijn achtste gaat Mohammed naar school. Hij leert lezen, maar schrijven blijft moeilijk. Hij stopt met school om te werken en bij te dragen aan het gezinsinkomen. Hij leert lassen en maakt zelfstandig ramen en watertanks waar in het kamp veel vraag naar is. Later leert hij ook met hout werken. 

Wanneer hij op zijn dertiende terug naar school wil, wordt hij geweigerd. Hij is te oud geworden voor zijn klas en heeft al te veel meegemaakt. De oorlog heeft hem sneller volwassen gemaakt dan zijn leeftijdsgenoten buiten het kamp. 

De Libanese burgeroorlog (1975–1990) vormt het decor van zijn jeugd. In 1982 valt het Israëlische leger Libanon binnen en er vinden in Sabra en Shatila gruwelijke bloedbaden plaats. Tussen de 1300 en 3500 burgers worden vermoord door milities tijdens de chaos van de oorlog. Zijn zus raakt ernstig gewond bij een bombardement en verliest gedeeltelijk haar gezichtsvermogen.  

Kiezen tussen vechten en helpen 

Op zijn vijftiende staat Mohammed, net als veel jonge mannen, voor de keuze: het leger in en vechten, of hulpverlener worden. Hij kiest voor het laatste en gaat werken bij het Palestijnse Rode Kruis (Hilal Palestina). Hij rijdt in een eenvoudige Peugeot-stationwagen of een Volkswagenbusje, die dienstdoen als ambulance. Met zijn ervaring als lasser helpt hij ook bij het onderhouden van de ambulances. 
Hij haalt gewonden en doden op, vaak onder gevaarlijke omstandigheden. De beelden die hij ziet, achtervolgen hem nog steeds in zijn nachtmerries. Toch was zijn uitgangspunt helder: “Je moet mensen helpen in zo’n situatie.”  

Op zijn achttiende gaat hij bij de brandweer werken. Twee collega’s komen om het leven, hijzelf raakt meerdere keren gewond. Schotwonden, verwondingen aan zijn benen, heup en armen – zijn lichaam draagt blijvende sporen van de oorlog. In zijn onderbenen zitten platen en schroeven. Lopen gaat moeizaam, zijn schoenen slijten snel. Zijn hoofd weet nog steeds precies wat er in crisissituaties moet gebeuren: eerst mensen waarschuwen, redden, evacueren. Dat instinct zal hem later in Nederland opnieuw van pas komen. 

Vlucht naar Europa 

Na een zware verwonding wordt Mohammed via het Internationale Rode Kruis geëvacueerd. Eerst naar Cyprus voor een operatie, daarna naar Duitsland voor verdere medische behandeling. Na herstel komt hij in Frankrijk terecht, maar daar mag hij niet blijven. In 1994 arriveert hij in Nederland. Hij is dan 27 jaar oud. De jaren daarna staan in het teken van wachten op procedures, op beslissingen, op een verblijfsvergunning. Hij verblijft in verschillende asielzoekerscentra en woningen van het COA in Nijmegen. Ruzies en spanningen zijn aan de orde van de dag. Hij heeft een leefgeld van iets meer dan vijftig euro per week en staat een tijdlang onder bewindvoering. Het kost hem drie rechtszaken om weer financiële autonomie te krijgen. 

Traumabehandeling en generaal pardon 

De oorlog laat diepe psychische sporen na. Hij volgt er behandelingen voor bij Centrum ’45 voor posttraumatische stressklachten. Herinneringen aan explosies, gewonden en doden blijven terugkomen. En de actualiteit – beelden uit Gaza – kan die herinneringen plotseling weer oproepen. 

In 2009 komt er een generaal pardon voor langdurig verblijvende asielzoekers. Uiteindelijk krijgt Mohammed in 2012, na achttien jaar onzekerheid, zijn verblijfsvergunning. Hij is dan 45 jaar. Pas vanaf dat moment mag hij officieel werken en een opleiding volgen – al blijkt dat laatste in de praktijk moeilijk. 

Werken met zijn handen 

Mohammed wil graag Nederlands leren schrijven en droomt van een koksopleiding. Maar het UWV stuurt hem richting werk. Hij werkt als vrijwilliger in het restaurant op de universiteit: pizza’s maken, broodjes bereiden, kroketten bakken. Hij voelt zich er prettig. Daarna wordt hij overgeplaatst naar schoonmaakwerk. Hij volgt een opleiding en werkt twaalf jaar met een contract als schoonmaker. Zijn handen – al zwaar belast door oorlog en fysiek werk – beginnen hem parten te spelen. Tijdens de coronapandemie in 2020 valt zijn werk stil. Hij komt in de ziektewet en moet beide handen laten opereren, met telkens drie maanden herstel. Hij wordt onder druk gezet om terug te keren maar de arbo-arts verbiedt dit uiteindelijk. Na een jaar ziektewet volgt ontslag. Hij ontvangt nu een WIA-uitkering wat zorgt voor een vaste, zij het bescheiden, basis van inkomen. 

Heldhaftig instinct 

In 2020 breekt brand uit in het winkelcentrum vlakbij zijn woning. Mohammed ziet als een van de eersten de rook, laat de buurvrouw de brandweer bellen en gaat langs de deuren van seniorenappartementen om mensen te waarschuwen. Zijn oude reflex uit Beiroet komt terug: eerst de mensen. Hij drukt op bellen, probeert bewoners wakker te krijgen. De brandweer arriveert elf minuten later. Enkele bewoners overlijden, maar zonder zijn ingrijpen was de schade mogelijk groter geweest. Voor Mohammed is het vanzelfsprekend. Hij vertelt het zonder trots, eerder als een logisch gevolg van wat hij heeft geleerd: je helpt. 

Een sober bestaan 

Vandaag is Mohammed zestig jaar. Zijn leven is sober. Hij heeft onderdak, kan douchen, warm en droog slapen – dat is voor hem voldoende. Hij spaart elke maand geld om naar zijn zus in Libanon te sturen voor haar medische behandelingen. Dat geeft zijn leven betekenis. 

Enkele dagen per week doet hij vrijwilligerswerk. Hij prikt zwerfvuil en smeert broodjes voor andere vrijwilligers. Hij staat weer in een keuken, een plek waar hij zich thuis voelt. Zijn sociale kring is klein maar waardevol. Een buurman klopt drie keer per dag aan voor een kop koffie. Soms rijden ze samen naar Duitsland om goedkoper boodschappen te doen. 

Veerkracht en berusting 

Mohammed heeft geen grote dromen of plannen voor de toekomst. “Gewoon rust,” zegt hij. Het leven leerde hem dat plannen vaak door omstandigheden worden ingehaald. Waar anderen zouden zoeken naar nieuwe mogelijkheden, lijkt Mohammed zich verzoend te hebben met zijn lot. “Het is wat het is.” Geen bitterheid, geen grootse woorden. Alleen de vaststelling dat hij heeft overleefd. 

In maart 2026 zijn er opnieuw bombardementen op Zuid-Libanon en Beiroet. Mohammed slaapt heel weinig en onrustig. Zijn zus en broers wonen in die gevarenzone. Uiteindelijk vluchten ze en zijn ze veilig. Maar zijn broers zitten zonder werk en inkomen. Ze vragen Mohammed wanhopig om hulp om hun gezin te onderhouden. Mohammed kan echter niet veel geven omdat hij dan zelf niet meer rondkomt. Met dat dilemma leeft hij verder en ook dit vertelt hij weer met enige berusting. Het is net Bevrijdingsdag geweest en hij koestert zijn vrijheid in Nederland. 

‘Van Sabra en Shatila naar Neerbosch-Oost’ is niet alleen een geografische reis, maar ook een innerlijke weg van overleven, aanpassen en doorgaan. Mohammed leeft eenvoudig, bijna onzichtbaar in de marge van de samenleving. Maar achter die voordeur schuilt een verhaal dat laat zien hoe veerkracht eruit kan zien: niet luid, niet heroïsch, maar volhardend en menselijk. 

Nijmegen, mei 2026 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *