De twee belangrijkste pijlers in het leven van Aad zijn voetbal en muziek, meer specifiek Feyenoord en kapelmuziek. Hij volgt ze allebei op de voet, letterlijk.
Aad is 77, heeft nog een flinke bos wit haar en een vrolijke lach. Zijn bijnaam is ‘de snor’ wat meteen duidelijk wordt als hij in de deur van zijn flat op me staat te wachten. “Ik heb al jaren een snor, iemand op Facebook noemde me zo, en dat is zo gebleven. Ja, leuk hè?” Dat Aad vaak ‘Ja, leuk hè?’ laat vallen en veel lacht, zegt iets over zijn positieve inborst maar vooral ook over waar hij blij van wordt. Want niet alles in zijn leven is even leuk of leuk geweest. Maar Aad maakt het voor zichzelf zo leuk mogelijk.
Een Leienaar
Een ras-Leienaar is Aad. Hij werd hier op 11 mei 1949 geboren als broertje van een drie jaar oudere zus. Zijn vader runt een winkel in naaimachines, met reparatieatelier. Duurzaamheid was in die tijd heel gewoon. Het gezin woont boven de winkel, Moeder zorgt voor de kinderen en het huishouden. Aad heeft niet alleen maar goede herinneringen aan die tijd: “Ik heb een goede jeugd gehad hoor, en er waren veel mooie momenten, maar mijn vader was niet makkelijk. Niet voor mij en ook niet voor mijn moeder.” Aad leek meer op zijn moeder, die zacht en liefdevol was. “Mijn moeder is 91 geworden. Ze is in 2008 overleden maar ik mis haar en de gezelligheid met haar nog elke dag. Ik zou zo graag nog eens met haar kletsen.” En zijn vader? “Hij vond niks goed genoeg aan mij. Ik was dom, ik kon niet rekenen en volgens hem later ook niet autorijden. Nou, dat ging prima, ik heb mijn gewone en groot rijbewijs in een keer gehaald.” Na de lagere school gaat Aad naar het Voortgezet Lager Onderwijs. Aad wordt veel gepest. Blijkbaar past hij niet bij de meerderheid. Het is de reden waarom hij op zijn vijftiende school verlaat en gaat werken.
“Ik heb vijftig jaar bij TNO gewerkt in de facilitaire dienst, tot mijn pensioen. Met hele fijne collega’s.” Aad reed met de bestelbus pakketten van TNO Leiden naar TNO Delft. Ook werkte hij dagelijks in de spoelkeuken van de kantine.
Ik had nooit moeten trouwen
De relaties in zijn privéleven met vrouwen zijn minder standvastig. Zijn eerste vrouw ontmoet hij tijdens dansles. Ze trouwen maar het huwelijk strandt na vier jaar als zijn vrouw er met een ander vandoor gaat. Als hij rond de dertig is, trouwt hij opnieuw. “Dat had ik nooit moeten doen. We hebben een tijdje in haar flat gewoond. In die periode overleed mijn vader en kreeg ik steeds angstaanvallen. Dan ging ik hyperventileren, had het benauwd en was ik bang dat het aan mijn hart lag. We hebben meerdere keren de ambulance gebeld, die kwam op een gegeven moment niet meer als ik belde.” Zijn vrouw kon er niet tegen en ze vertrok, na vier jaar huwelijk.
En dan is er nog zijn zus. “Met mijn zus is het altijd haat en nijd. Ze lijkt in karakter op onze vader. Als ze weer eens ruzie met mij maakt denk ik wel eens: Nou zoek je het maar uit. Maar ze doet mijn was nog. Mijn zus heeft al het geld van de verkoop van ons ouderlijk huis erdoorheen gejaagd. Ze zit net als ik in de schuldhulpverlening.” Hier kwam Aad in terecht nadat hij twee leningen op zijn auto had afgesloten. “Ik krijg nu elke maand leefgeld. Dat beheer hoeft misschien nu niet meer, maar het is wel makkelijk.”
Hooglandse kerk
Met de kerk heeft Aad al een levenslange relatie. “Ik ben hervormd opgevoed en ga bijna elke zondag ga ik naar de Hooglandse kerk. Zo’n mooie kerk. Met een goede predikant en een prachtig koor, de Leidse Cantorij. Hier heb ik ook mijn beste vriend ontmoet. We gaan wel eens samen wandelen met zijn kleindochter van twee.” Ook kijken ze allebei graag naar korfbalwedstrijden.
Op een slof en een oude voetbalschoen
Maar de grootste liefdes in zijn leven zijn toch muziek en voetbal. Als Leidenaar ben je voor Ajax of voor Feyenoord. Rondkijkend in zijn kamer is meteen duidelijk dat Aad geen Ajacied is. De woonkamer staat vol Feyenoord parafernalia: een spelersbal met handtekeningen, het Feyenoordlogo prijkt op bekers en vlaggetjes, aan de muur hangt een ingelijste foto van Aad samen met Dirk Kuyt. “Feyenoord is mijn kluppie. Altijd al geweest. Met mijn vader samen ging ik al naar wedstrijden. Dat ben ik mijn hele leven blijven doen. Ik ben ook naar Europacupwedstrijden geweest, jaren geleden hoor, naar Lissabon en Porto. Voor volgend jaar heb ik weer een seizoenskaart voor Vak D.” Aad glundert.
Achter de muziek aan
Op stap gaan en onder mensen zijn maakt Aad blij. Zijn grijze Renault Modus uit 2006 brengt hem overal naartoe. Naar Doorn of Barneveld op de Veluwe bijvoorbeeld, waar hij als kind de vakanties doorbracht. “Voor mij is autorijden vrijheid. En daarom drink ik nooit, ja, af en toe een maltbiertje.” En vaak brengt zijn auto hem naar optredens van muziekkapellen. Want dat is zijn tweede grote liefde in zijn leven. Het heeft hem al op veel plekken gebracht. “Al een paar keer ben ik in Normandië geweest met de D-Day-herdenking.” Dit jaar gaat hij naar Kerkrade, naar het Wereld Muziek Concours (WMC) van muziekkapellen, internationale harmonieorkesten en showbands. “Ik ga naar de Band of Liberation. Leuk hè?” Ook gaat hij vaak naar de Marinierskapel der Koninklijke Marine, de Koninklijke Militaire kapel ‘Johan Willem Friso’ van de Landmacht en het Orkest Koninklijke Landmacht. Hij kent veel van de muzikanten en soms komt hij een beroemdheid tegen. “Kijk hier, een selfie met Koning Willem Alexander, tijdens de jaarlijkse veteranendag in Den Haag. En eentje met Margriet, die heb ik een bloemetje aangeboden toen ze in Katwijk was. Leuk hè?” Dichter bij huis is Aad fan van muziekvereniging Kunst & Genoegen of K&G. “Ik heb er nog piccolo gespeeld en les gehad van Herman Freijsen. Ik heb mijn piccolo nog wel, maar speel niet meer. Dan zou ik eerst weer moeten oefenen.”
Niemand om mee te praten
Sportwedstrijden, muziekoptredens en kerkbezoeken vullen zijn agenda aardig. Aad is graag onder de mensen, maar veel vrienden heeft hij niet. “Met buren heb ik ook niet zoveel contact. Via Present komen er wel eens studenten langs, dan maken ze pasta en eten we samen. Dat vind ik heel gezellig. En soms drink ik bij de bakker een kopje koffie of ga ik eten in het restaurant van het woonzorgcentrum hier vlakbij.” Elke week komt er iemand langs van de thuiszorg om te stofzuigen en dan is er nog regelmatig contact met zijn fysiotherapeut, zijn woonbegeleider en iemand die zijn financieel beheer doet. “Toch voel ik me wel vaak eenzaam, vooral ’s avonds als ik alleen ben, maar ook overdag als ik thuiskom en niemand heb om mee te praten. Een vriendin zou ik best willen, maar dan wel een latrelatie. Ik ga niet weg uit mijn flat, ik zit hier al vijfendertig jaar goed. Ik blijf hier tot ik mijn ogen sluit.”
Geven en nemen
Aad geeft zijn leven, na kort nadenken, een zeven. “Het is geven en nemen. Dat is moeilijk hoor en wordt steeds moeilijker. Mensen zijn fel en niet altijd even aardig. De coronaperiode heeft ook veel impact gehad, je mocht nergens heen toen. Dat was ook eenzaam. Ik mis mijn begeleidster uit die tijd, net als mijn goede vriend John die toen overleed. Hij was militair en bij zijn afscheid lag er een vlag op zijn kist. Dat was mooi hoor.” Aad is zelf niet bang voor de dood. “Ik hoop dat als mensen aan mij terugdenken ze me aardig hebben gevonden.” Dat lijkt haast niet anders te kunnen. Achter de vrolijke lach en snor schuilt een zachtaardig karakter.
Leiden, juni 2026
