Het leven van Martin kenmerkt zich door veel onverwachte verrassingen. Hij vergelijkt het zelf met een achtbaan waar hij steeds opnieuw weer instapt.
Geboren in Amsterdam
Martin is in 1985 geboren in Amsterdam. Hij groeit op met een broertje dat vijf en een zusje dat zes jaar jonger is. Armoede drukt al op jonge leeftijd een stempel op zijn leven. Vader was niet in beeld. Daardoor is moeder veel aan het werk, omdat er toch eten op tafel moet komen. Oma is er vaak als vervangende oppas. Martin vertelt: “Mijn oma was ook mijn steun en toeverlaat. Ze hield van me om wie ik ben!”
Schooltijd
Al van jongs af aan voelt Martin zich anders. Hij is heel erg op zichzelf en voelt zich niet gehoord en begrepen. Op de basisschool past hij nooit in een groepje en blijft vaak alleen.
Ondanks een hoge score voor de Cito-toets kiest hij er toch voor om naar de lagere technische school te gaan, omdat hij zichzelf niet op een kantoor ziet werken.
Omdat hij als één van de kleinsten binnenkomt wordt hij veel gepest. In het tweede leerjaar haalt hij hierdoor slechtere cijfers, waardoor hij niet de door hem gewenste koksopleiding kan gaan doen. In plaats daarvan volgt hij in het derde en vierde leerjaar de brood- en banket opleiding. In het vierde leerjaar blijft hij bijna het hele jaar weg.
Vanuit school komt de vraag of alles wel goed gaat met Martin. “Oma heeft met het maken van duidelijke afspraken met school het toch voor elkaar gekregen dat ik mijn laatste jaar over mocht doen. Toen ben ik toch geslaagd.”
Gelijk na zijn schooltijd gaat Martin aan het werk in de bakkerij waar hij stage heeft gelopen en verdient daar voor zijn leeftijd een leuk centje.
Vervelende situatie
Helaas komt Martin in een vervelende situatie terecht. Zijn zusje wordt namelijk mishandeld en bedreigd door haar ex-vriend. Die krijgt een straatverbod, maar blijft keer op keer terugkomen.
Martin grijpt in nadat zijn zusje voor zijn gezicht knock-out wordt geslagen. Hij geeft zichzelf aan en zit dezelfde avond nog in voorarrest op het politiebureau. De rechter veroordeelt hem tot een gevangenisstraf van zes maanden voor zware mishandeling.
Re-integratie
Een dag nadat Martin wordt vrijgelaten begint hij via het arbeidsbureau gelijk weer aan zijn re-integratie. Hij komt in een horecatraject terecht, waar hij kan kiezen of hij in de bediening of in de keuken wil werken. “Ik koos voor de bediening omdat ik daar tenminste de reactie van mensen kan zien of een praatje kan maken, maar was altijd overal tegelijk.”
In dit traject wordt Martin niet alleen voorbereid op werken in een restaurant, maar ook op het voeren van sollicitatiegesprekken. Martin doorloopt het traject zelfs twee keer, want voor sollicitatiegesprekken wordt hij wel gevraagd, maar steeds niet aangenomen. “Elke keer kwam weer die vraag: ben je in aanraking geweest met justitie? En wat is dan wijsheid, eerlijk zijn of later te horen krijgen dat je gelogen hebt?”
Uiteindelijk krijgt hij na een jaar een baan in een viersterrenhotel. “Ik heb hier zelfs Máxima en Willem-Alexander aan tafel gehad.”
Nadat hij een tijdje in de horeca heeft gewerkt komt Martin in aanraking met alcohol. Dat loopt al snel uit de hand. Hij drinkt elke dag, begint met het roken van joints en gaat van het ene feestje naar het andere om maar weg te kunnen vluchten van zijn problemen.
Alles kwijt
In deze turbulente tijd krijgt Martin een relatie die met veel ups-and-downs tien jaar duurt. Uit deze relatie wordt een zoon geboren. “Ik heb een prachtig kind gekregen, waar ik vandaag de dag nog voor vecht. Mijn kleine vlammetje van binnen.”
De relatie gaat uit maar Martin kan altijd bij zijn oma, die in het centrum van de stad woont, terecht. Als oma in 2019 overlijdt verliest hij niet alleen zijn steun en toeverlaat, maar ook zijn veilige plek, zijn dak boven zijn hoofd en de opvangplek voor zijn zoon. “Al mijn spullen moesten zo snel mogelijk naar een opslag, want het huis moest leeg.”
Martin wordt dakloos. Doordeweeks verblijft hij in een opvanglocatie in Amsterdam. In het weekend logeert hij bij zijn moeder, die buiten Amsterdam woont. Om triggers zoals alcohol, drugs en agressie te vermijden gaat hij niet naar inloophuizen.
Corona
Als in het voorjaar van 2020 de coronapandemie uitbreekt, brengt dit weer nieuwe uitdagingen voor Martin. De opvanglocatie waar hij doordeweeks verblijft wordt een sterfhuis voor mensen met corona en na een grote ruzie kan hij ook niet bij zijn moeder blijven wonen. “Op de avond dat ik bij mijn moeder weg ging, pakte ik de bus en trein naar Amsterdam. Het leek wel een western waarin de stad verlaten is en je alleen een droog plukje stro ziet waaien. De straten waren helemaal leeg. Dit had ik nog nooit meegemaakt in de grote stad.”
Bijna alle opvanglocaties waren gesloten waardoor Martin niet weet waar hij terecht kan. Na vier dagen krijgt hij het voor elkaar om een hotel te boeken. Helaas hangt er een papiertje op de deur dat dit hotel gesloten is, met een verwijzing naar een ander hotel. Uiteindelijk lukt het hem om daar voor een korte periode in te checken.
Dan ziet hij op het nieuws dat een ander hotel kamers aanbiedt voor thuislozen, met de optie om een hele maand te boeken. Dit regelt hij direct en Martin helpt graag mee in het hotel. “Door bezig te zijn gingen de dagen wat makkelijker en kon ik een broodje of een bakkie koffie extra krijgen. Later heb ik wel eens gekookt, ook met mijn medebewoners. Hierdoor leerden wij elkaar onderling wat beter kennen en begrijpen.
Een eigen huis
Uiteindelijk vindt Martin een baan en alle coronamaatregelen worden langzaam opgeheven. Bijna twee jaar later moet hij het hotel toch verlaten.
Gelukkig vindt hij op dat moment een kamer, maar dit is helaas van korte duur. Net als het plekje dat hij via een goede vriend krijgt. “Ook hier ben ik niet heel lang gebleven. Hoe lang precies, dat zou ik niet eens meer kunnen bedenken. Het was zo’n stroomversnelling na alles wat ik meemaakte.”
Na deze periode slaapt Martin een tijdje op straat en komt hierna eindelijk in een nachtopvang terecht. Binnen drie maanden krijgt hij het zelf voor elkaar om een woning te vinden via Woningnet.
Ondertussen merkt hij dat er een rare energie hangt op zijn werk. Martin geeft dit ook duidelijk aan bij zijn collega’s. “Er waren steeds minder diensten te krijgen, waardoor ik minder ging verdienen en toen vloog ik eruit. Ik ben een overlever, een doorzetter, dus stapte ik maar weer in de achtbaan.”
Achtbaan vol onverwachte verrassingen
Nog altijd vecht Martin ervoor om zijn inmiddels twaalfjarige zoon te kunnen zien. Hij probeert zijn leven op de rails te krijgen en doet veel vrijwilligerswerk. “Ik wil een vader zijn voor mijn kind en hoop dat hij niet hetzelfde hoeft mee te maken als ik. Hoe zou jij jezelf voelen als je in mijn achtbaan zou zitten vol onverwachte verrassingen?”
Laat me
Laat me
Laat me m’n eigen gang maar gaan
Laat me
Laat me
Ik heb het altijd zo gedaan
Ik ben gelukkig niet verankerd
Soms woon ik hier, soms leef ik daar
Ik heb m’n leven niet verkankerd
Ik heb geen bezit en geen bezwaar
Ik hou van water en van aarde
Ik hou van schamel en van duur
Er is geen stuiver die ik spaarde
Ik leef gewoon van uur tot uur
Amsterdam, juni 2026
