Suriname
Hilmano is opgegroeid in Brokopondo in de bush van Suriname. Hij noemt zichzelf bosneger, of Marron. Zijn Afrikaanse voorvaderen zijn als slaaf naar Suriname gehaald, maar hebben zichzelf bevrijd en in het binnenland gevestigd.
Omdat Suriname onafhankelijk zou worden wilde de familie zich in Nederland vestigen. Eerst vertrok vader, daarna moeder met drie zusjes. Hilmano bleef achter met zijn jongere zusje. Oma en haar moeder zorgden voor hen.
Hilmano was acht jaar oud, maar gedroeg zich als een man. Hij liep rond met een kapmes, want hij moest zijn zusje beschermen. Hilmano vertelt dat hij dit heel normaal vond. “In Suriname ben je heel snel volwassen.” Als ze naar het veld gingen liep hij voorop met zijn kapmes om eventuele slangen weg te jagen. Volgens de winti-religie is hij die de slang verjaagt degene door wie de voorouders spreken.
Naar Nederland
Na een jaar of twee vertelde zijn oma hem dat hij samen met zijn zusje een oom ging bezoeken. Dat bleek een smoesje. De kinderen belandden, voor ze goed en wel wisten wat er gebeurde, in een vliegtuig en landden op Schiphol. Daar werden ze opgewacht door hun vader en moeder om hen vervolgens mee te nemen naar de opvang in Soest, waar zij voorlopig zouden wonen.
Hilmano vond het vreselijk in Nederland. Het was er koud en naar. Op school werd hij gepest, maar hij begreep het helemaal niet. Hij wist niet wat ze allemaal bedoelden. ‘Ga maar terug naar Paramaribo’, zeiden zijn klasgenoten, maar hij wist helemaal niet waar Paramaribo lag. Daar was hij nog nooit geweest. Hij voelde zich niet veilig op school en op een dag nam hij zijn kapmes mee. Ook om zijn zusje te beschermen. Zijn vader moest op school komen en hij legde zijn zoon uit dat we in dit land niet met kapmessen mogen lopen. Als er problemen zijn moet je met elkaar praten. Daar had Hilmano nou net helemaal geen zin in. Hij weigerde Nederlands te leren en sprak alleen Saramaccaans, de taal waarmee hij was opgegroeid. Pas toen zijn ouders op school moesten komen om te horen dat hun zoon ‘te dom was’ om Nederlands te leren ging hij overstag.
Het was een hard leven. Vader en moeder werkten allebei en vaak werd er pas ’s avonds laat gegeten. Gelukkig woonden ze vlak bij de Soesterduinen. Daar in de natuur voelde hij zich een klein beetje thuis.
Vals beschuldigd
Toen hij een jaar of twaalf was vond Hilmano een baantje bij de manege. Heerlijk vond hij het om voor de paarden te zorgen. Voor het eerst had hij een plek waar hij zich veilig voelde. Daar kwam echter abrupt een einde aan toen op een dag de politie voor de deur stond. Hilmano werd beschuldigd van diefstal. Er was geld ontvreemd en de vrouw die de leiding had bij de manege wist zeker dat Hilmano het had gedaan. Dat was een breekpunt voor hem. Hij had het niet gedaan. “Toen ben ik gaan rennen.” Hij liep weg van huis en ging naar Hilversum, de dichtstbijzijnde grotere stad.
Van het pad
In Hilversum raakte de dertien jaar jonge Hilmano helemaal van het pad. Hij ging naar coffeeshops, stal om aan geld te komen en raakte steeds verder verwikkeld in het criminele circuit. Hij heeft, met tussenpozen, ongeveer acht jaar doorgebracht in jeugdgevangenissen. “Daar heb ik mijn criminele opvoeding gekregen, ik ben keihard.” Hij werkte voor verschillende Nederlandse topcriminelen.
Zijn eerste Amsterdamse vriendin nam hem mee naar Amsterdam, waar hij een tijdje in het huis van haar vader woonde.
Hilmano heeft verschillende reizen ‘for business’ gemaakt. Naar Israël en ook naar Londen, waar hij onder andere een beroemde reggae-muzikant van de nodige middelen voorzag.
Later kwam hij via een vriend in contact met een bekende Nederlandse mensenrechtenactivist. Gefinancierd door de Nederlandse overheid reisde hij naar Rwanda. Hier had hij de opdracht om gevangen genomen Hutu’s te helpen om in hun eigen voedsel te voorzien, omdat er in de gevangenis niets te eten was.
Poëzie
Terug in Amsterdam woont hij soms in het huis van een vriend, maar vaak ook op straat. Na de wilde jaren heeft Hilmano de poëzie ontdekt. Dit heeft zijn leven een andere wending gegeven. Hij noemt zichzelf nu de Daklozendichter. Samen met zijn maatje, met wie hij al acht jaar op en af samen is, heeft hij zijn gedichten gebundeld voor de verkoop. Hij laat zich ook inhuren voor optredens. De meeste gedichten kent hij uit zijn hoofd en hij is een goede performer. Hieronder volgt één van zijn gedichten.
DENK NATUUR
Denk natuur
En zeg natuurlijk groen,
dier en geur, hun geluid.
De lucht zo lekker ontspannen als in vrijheid,
Zonder een enkele gedachte
die de geest alleen maar afleidt.
Denk natuur
En zie de ochtendmist van dauw
die langzaam verdampt naarmate
de zon zich hoger tilt
Denk natuur
En fluister vogels, bomen,
in een heldere blauwe
Hollandse lucht.
Amsterdam, juli 2026
