“Je moet anderen geen kwaad doen en eerlijk zijn tegen elkaar.”

Opgetekend door: Maria Lanting-Verweij

Het levensverhaal van Leo

Leo woont in een verpleeghuis in Beekbergen. Hoewel hij in bed ligt, is hij vol goede moed om zijn levensverhaal te vertellen. Leo maakt direct duidelijk dat hij erg veel heeft meegemaakt en dat iedereen dat mag weten.  


Jeugd 

Leo werd op 1 april 1952 geboren in het buurtschap Kievitsdel bij Doorwerth en heeft een zus die één jaar jonger is. Zijn vader had een goede baan bij de gemeente. Hij liet een ruim huis bouwen in Doorwerth met centrale verwarming en een open haard. Er werd gestookt op kolen die door kolenmannen werden gebracht en in de schuur werden bewaard. 

Op zondag ging Leo naar de zondagsschool. Daar leerde hij van alles over het geloof. Maar door alle ellende in de wereld is hij zijn geloof kwijtgeraakt. 

Vanaf de kleuterschool tot en met de MULO speelde Leo met dezelfde jongens uit de buurt. Hij zou best willen weten hoe het nu met ze gaat en of ze nog leven. Deze onbezorgde jeugd eindigt abrupt met een drama als zijn vader op 54-jarige leeftijd na een kort ziekbed overlijdt aan kanker. 

Door het verlies van zijn vader is Leo totaal van slag en vanaf die tijd gaat het niet goed met hem. Hij is ervan overtuigd dat als zijn vader langer geleefd had, zijn leven er anders uit zou zien. Het komt zover dat Leo in een jeugdinstelling bij Nijmegen moet wonen. Van daaruit gaat hij op de fiets naar de MULO in Nijmegen. 

Leo komt weer terug naar Doorwerth. Zijn moeder trouwt opnieuw, maar Leo mag er niet bij zijn. Met zijn stiefvader kan hij totaal niet overweg. Zijn moeder verkoopt het huis dat zijn vader had laten bouwen en geeft wat van de opbrengst aan Leo. Hij vraagt zich nog steeds af waar al dat geld dat het huis opbracht gebleven is. 

Werkzame leven 

In zijn werkzame leven heeft Leo allerlei banen tegelijk: bij de gemeente, bij verschillende bedrijven en via uitzendbureaus. Maar de beste herinneringen heeft hij aan zijn baan als badmeester bij het plaatselijke zwembad, waar hij al op jonge leeftijd kwam werken. In die tijd is er een meisje die heel vaak bij hem in de buurt is. Zij vindt Leo leuk, maar hij heeft geen idee hoe je met meisjes moet omgaan en hoe het zou zijn als je verliefd bent. Dat gevoel kent Leo niet en hij zoekt een manier om dat te leren. 

Door zijn meerdere banen verdient hij best veel geld en kan het zich veroorloven om in een Jaguar te rijden. In die tijd werd er nog niet moeilijk gedaan over snelheden en reed hij vol gas naar Amsterdam. Daar ging hij naar de Wallen om vrouwen te bezoeken die hem zouden leren hoe het is om verliefd of opgewonden te raken. Hij raakt seksverslaafd en gaat ook in andere steden naar de hoeren. Het kost hem heel veel geld. Maar het gevoel hoe het is om verliefd te zijn of om van een vrouw te houden ontwikkelt zich tot zijn spijt niet. 

Leo werkte lange tijd bij een hotel in Wageningen. Hij mocht er zelfs in een kamer van het hotel wonen. Met de eigenaresse had hij een goed contact.  

De grootouders van Leo woonden in Vrouwenpolder, op het Zeeuwse eiland Walcheren. Hij logeerde daar wel eens met zijn ouders en kan zich hun kleine huisje nog goed herinneren. Het leek Leo wel leuk om een boot te hebben en hij kocht een kajuitjacht dat in Walcheren lag. Nostalgische herinneringen ophalen en op het Veerse Meer varen, dat leek hem wel wat. Maar het viel erg tegen: wat moet je alleen op zo’n boot? Leo heeft hem toen snel weer verkocht. 

Mariniers 

Al op school had Leo een sterke behoefte om zwakkeren te beschermen en op te treden als deze aangevallen werden. Hij had een groot rechtvaardigheidsgevoel. Daarom wilde Leo graag in dienst, maar hij werd uitgeloot. Dan neemt hij vrijwillig dienst bij de Mariniers en krijgt een functie bij de Groep Bijzondere Opdrachten. Hij verhuist voor zijn werk naar Den Haag en komt te wonen in een voormalige pastorie. Nu moet Leo zijn eigen leven onder controle hebben vanwege zijn werk en zijn seksverslaving raakt op de achtergrond. Ook zijn drankgebruik moet hij beteugelen. Hij maakt veel spannende situaties mee en die stress heeft blijvende invloed op zijn leven. 

Lymfeklierkanker 

 Op 40-jarige leeftijd krijgt Leo lymfeklierkanker. Hij wordt intensief behandeld in het Antonie van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam. Een langdurige operatie aan zijn lies volgt en hij moet revalideren. Zijn werk kan hij niet meer doen en hij wordt volledig afgekeurd. 

Leo verbleef in verschillende instellingen in Renkum, Veenendaal en Nunspeet. Hij heeft er geen goede herinneringen aan. Hij trok altijd graag zijn eigen plan en dat gaf nogal eens wrijving met de leiding. 

Huidige woonplek 

Nu woont Leo in een verpleeghuis en heeft het daar heel goed naar zijn zin. ”Alles is van mij,” zegt hij en wijst met een armzwaai naar zijn kast en stoel. En hij mag hier ook wijn drinken: Merlot of Chardonnay. 

Er komt regelmatig een vrijwilliger die nog niet zo lang geleden samen met Leo op bezoek is geweest bij de eigenaresse van het hotel waar hij werkte. Dat was een mooi weerzien, want zij was als een moeder voor hem. Ze is inmiddels 94 jaar en nog altijd de eigenaresse van het hotel. Ze was altijd heel tevreden over Leo’s werk. Leo heeft haar een brief geschreven en kortgeleden heeft ze hem gebeld en uitgenodigd om nog eens langs te komen. Leo beseft dat het een afscheidsbezoek zal zijn. Vanuit het verpleeghuis helpen ze hem graag om dit bezoek te kunnen realiseren. 

Boodschap 

Op het moment van het interview is Leo bedlegerig en erg afhankelijk geworden. Hij heeft een katheter in zijn lies, want de kanker is weer terug. Hij krijgt morfine tegen de pijn en wil graag dood. Maar ja, dat gaat zomaar niet, dat beseft hij wel. Leo geeft aan dat hij niet meer overal in zijn geheugen kan komen en vooral dat niet meer weet. 

Leo wil graag een boodschap achterlaten: “Je moet anderen geen kwaad doen en eerlijk zijn tegen elkaar.” 

Beekbergen, 27 juli 2026 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *