De woonruimte van Robert op de begane grond in een Wonen met Zorg-complex is prettig en licht. Zijn fiets staat tegen de muur, aan de wand hangen foto’s. Op de tafel liggen nog ingepakte verjaardagscadeaus met kaarten. Zijn verjaardag is al bijna twee maanden geleden, maar hij laat het zo nog even liggen voor als zijn dochter nog komt.
Robert is geen man van veel woorden. Vriendelijk maar in korte zinnen geeft hij antwoord op de vragen over zijn leven.
Een fijne tijd in Haarlem
Robert is in 1955 in Haarlem geboren als jongste van een tweeling. Zijn tweelingbroer is tien minuten ouder dan hij. Vóór de tweeling zijn er al drie meisjes geboren. Zijn moeder was sinds haar 18e doof. Ze kon goed liplezen, dus communicatie met haar was geen probleem. Robert had een goede band met haar en met zijn vader die als vertegenwoordiger werkte. Zijn jeugd omschrijft hij als prettig. Wel is het verdrietig dat één van zijn zussen al op 21-jarige leeftijd is gestorven.
Robert doet een grafische opleiding. Hij heeft verschillende banen, onder andere bij een platenmaatschappij waar hij meewerkt aan het ontwerpen van platenhoezen. Hij heeft een tijdje een eigen bedrijf in drukwerk en autobelettering, hij werkt voor KPN en als verkeersregelaar.
Op zijn negentiende krijgt hij een relatie met een meisje dat hij al vanaf zijn veertiende kent. Ze trouwen, gaan in Heerhugowaard wonen en krijgen vier dochters. Volgens Robert is het een goed huwelijk.
Een moeilijk te verwerken scheiding
Na bijna dertig jaar komt er een einde aan het huwelijk. Zij heeft een ander. Robert stelt nog voor om in therapie te gaan, maar dat wil zij niet. De breuk is een grote klap voor Robert en ook voor zijn dochters van wie er twee al uit huis zijn en twee nog thuis wonen. De twee jongsten blijven bij hun moeder wonen. Ze kozen eerst zijn kant, maar Robert maakt hen duidelijk dat ze een vader én een moeder hebben en dat ze niet één van de twee kunnen laten vallen. Het contact met zijn dochters is goed. “Ik ga ervan uit dat het contact met hun moeder ook goed is, maar ik vraag daar niet naar.” Voor Robert had het huwelijk eeuwig mogen voortduren. Hij heeft het er als hij over de scheiding praat nog moeilijk mee.
Na de scheiding verhuist Robert van Heerhugowaard naar Oudkarspel. Hij heeft moeite de scheiding te verwerken en gaat drinken. Op een gegeven moment gaat hij zelf naar de huisarts om aan te geven dat het niet meer gaat. De huisarts stuurt hem naar een ontwenningskliniek in Alkmaar. Hij is daar ongeveer acht weken, maar bereikte daar niets. Hij is toen weer naar huis gegaan. Er volgt later nog een keer een detoxopname in Laren. Dat helpt tijdelijk, maar ook daarna keert Robert terug naar de drank. Zo’n tien jaar geleden wordt hij in de Korsakowkliniek opgenomen. Na een aantal jaren in een groep gewoond te hebben met intensieve behandeling, krijgt hij de kans om in de kliniek zelfstandig te wonen, het zogenaamde Wonen met Zorg-concept. Die kans grijpt hij met beide handen aan. “Ze zouden mijn kamer nog vier weken aanhouden, zodat ik terug kon komen als het niet goed ging. Maar ik heb na een dag in mijn zelfstandige woonruimte al gezegd ‘geef die kamer maar lekker weg’.”
Het komt voor dat hij een terugval heeft en te veel drinkt, meestal als hij teleurstellingen te verwerken heeft. Hij kan er slecht tegen als hij gekleineerd wordt. Het personeel vergeet soms dat hij zelfstandig woont en dat ze dus niet met de moedersleutel bij hem naar binnen moeten gaan. Daar wordt hij boos om.
En toch weer verder
Robert is nu een tevreden mens. Hij kan zijn eigen potje koken, hoewel hij na een TIA vaak gebruik maakt van de bereide maaltijden van de kliniek. Hij is graag buiten, hij wandelt en soms fietst hij. Hij blijft bezig door ’s middags de fysiotherapeut te helpen. Hij haalt dan mensen op uit hun kamer en brengt ze naar de fysiotherapeut voor hun afspraak. En als het zo uitkomt doet hij klusjes. Zo is hij nu gevraagd om ventilatoren in elkaar te zetten. Hij doet dat graag, zolang hij dat in zijn eigen tempo kan doen. Overdag luistert hij graag naar de radio, speelt een potje rummikub en ‘s avonds gaat hij soms in het andere gebouw biljarten.
Ondanks de moeilijke perioden met drank heeft Robert altijd goed contact gehouden met zijn dochters die nu in Leiden, Haarlem en Alkmaar wonen. Hij heeft inmiddels ook negen kleinkinderen, al kent hij die niet allemaal. “Jammer. Maar iedereen heeft zijn eigen leven.” Hij gaat zelf niet bij zijn dochters op bezoek, dat is te ver weg en te ingewikkeld. “Ze hebben het allemaal druk met werk en eigen gezinnen. Dan moet je ze niet met hun oude vader opzadelen.” Maar drie dochters zijn wel op zijn verjaardag geweest. De oudste is ziek, maar voor het geval ze belt dat ze morgen kan komen, heeft hij de cadeautjes nog op tafel laten liggen.
Met zijn enige nog levende zus en zijn tweelingbroer heeft hij sporadisch contact, en met wat vrienden van de lagere school via Facebook.
Zijn vrouw wil sinds de scheiding geen contact met hem. Ze negeert hem. Toch is Robert niet boos of bitter. Hij is teleurgesteld in haar, dat wel. “Maar het is gewoon zoals het is, en dan moet je toch verder.” Als hij zijn leven over zou moeten doen zou hij weer met haar trouwen. “Want dertig jaar lang is het huwelijk wel goed geweest en hebben we vier dochters gekregen. Je kinderen zijn toch de belangrijkste mensen in je leven.”
Na de scheiding heeft Robert nog wel een tijdje een vriendin gehad, maar die relatie is verwaterd. Hij zou nog wel een nieuwe relatie willen. Maar verder is hij tevreden, en geniet van de uitstapjes die georganiseerd worden, zoals laatst naar het reptielenhuis in Breda en naar de film over Michael Jackson. Dit is ook hoe hij zijn leven ziet: “Je moet wat van je leven maken. Ik heb teleurstellingen gehad, maar ik heb het nu naar mijn zin.”
Rotterdam, juli 2026
