“Ik ben eigenlijk best wel tevreden met mijn leven zonder de drank en dope. De aanhouder wint.”

Opgetekend door: Truus Oldenburg

Het levensverhaal van Wilan

Momenteel verblijft Wilan in een Amsterdams ziekenhuis. Hij vertelt dat hij de laatste tijd ‘vette pech’ heeft en verschillende breuken heeft opgelopen. “Ik breek het ene na het andere bot in mijn lichaam. Mijn knieschijf, elleboog, rechterschouder en duim zijn gebroken.” 


Geboren in Den Haag 

Wilan is geboren in Den Haag. Zijn vader is inmiddels overleden. Zijn moeder leeft nog en woont in Blaricum. Uit een eerder huwelijk van zijn moeder heeft hij een halfzus. De vader van zijn halfzus komt plotseling te overlijden terwijl hij als piloot aan het werk is. Zijn moeder ontmoet vervolgens Wilans vader, die op dat moment ook piloot is. Ze trouwen en na Wilan worden er nog twee jongere broertjes en een jonger zusje geboren.  

Met tranen in zijn ogen vertelt Wilan dat hij geen contact meer heeft met zijn moeder en de rest van zijn familie. Hij wil er liever niet over praten, maar vooral het gemis van zijn moeder raakt hem duidelijk. 

Fijne onbezorgde jeugd gehad 

Van zijn elfde tot zijn achttiende heeft Wilan in Castricum gewoond. Het was een leuke, onbezorgde jeugd. Behalve op de momenten dat zijn alcohol drinkende vader gemeen was tegen zijn moeder. Hij maakte nare opmerkingen en kleineerde haar. Daarnaast was hij heel introvert, maar ook intellectueel en een zeer goede zakenman. In de periodes dat zijn vader niet dronk, was het altijd wel fijn en deden zijn ouders normaal tegen elkaar. 

Vader had inmiddels een miljoenenimperium opgebouwd dat bestond uit maar liefst zeventien horecazaken. Soms werkte Wilan in het weekend in één van deze zaken. “Mijn vader had een fantastische vrouw, miljoenen, mooie, gezonde, succesvolle kinderen, huizen, auto’s, een zooitje aanzien en een zooitje respect. Maar mijn vader, de gokverslaafde alcoholist, heeft alles vergokt, de idioot!” 

De moeder van Wilan is een hysterische vrouw. Sommige gebeurtenissen in zijn leven zal hij nooit vergeten en ziet hij zo weer voor zich. “Op een dag aten we patat met milkshakes. Mijn moeder liep met een grote schaal patat met pindasaus, mayonaise en milkshakes de kamer binnen. Mijn vader had al een tijdje niet gedronken, maar had een terugval. Die dag had hij weer te veel gezopen en begon haar weer te kleineren. Mijn moeder werd zo boos. Ze gooide het eten door de hele kamer heen. Mijn moeder schreeuwde woedend: ‘Jij alweer met je gezuip.’ Het eten zat bijna overal. Op de mooie dure meubelen, de muur, de vloer, alles zat onder!” 

Terwijl Wilan dit vertelt stralen zijn ogen, als was hij weer het jonge jongetje van vroeger. “Maar ik heb ook wel ontzettend veel liefde gehad, heel dubbel dat wel. De herinneringen aan mijn jeugd zijn goed, het was een fijne tijd.” 

Amsterdam 

Op de basisschool kan Wilan al goed leren. Na het gymnasium en atheneum vertrekt hij op achttienjarige leeftijd naar Amsterdam. Deze periode herinnert hij zich als een mooie tijd. Hij heeft een studentenflat in Diemen en zijn leven bestaat uit studeren en uitgaan. “Ik hoefde niet te werken in die tijd. Ik was een luxe poppetje.” 

Wilan studeert economie aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna studeert hij verder voor registeraccountant en boekhouder. “Ik heb dus veel diploma’s gehaald. Wat ik het liefst doe is boekhouden.”  

Werken op de Zuidas 

In het jaar 2000 komt Wilan zijn grote liefde J. tegen. Ze ontmoeten elkaar op de Lindengracht-markt in de Jordaan. Zelf heeft hij inmiddels een baan op de Zuidas en J. werkt als verpleegkundige. Ze gaan samenwonen in de Jordaan. J. gebruikt alcohol en pillen. Wilan gebruikt alcohol, maar ook heroïne, hasj en cocaïne. Soms stoppen ze voor een periode, maar ze krijgen toch wel een paar keer een terugval. 

“We waren met een groep van twintig. Bankiers en advocaten en zo. We snoven en dronken er flink op los. Na het werk een drankje, in het weekend veel en op de vrijdag moest ik ff een snuifje coke halen. Ik scoorde dan een paar pakjes voor een paar honderd euro.” Tijdens het scoren ziet Wilan een paar leuke meiden zitten die een pijpje roken. Hij is nieuwsgierig en het waren ook wel zijn type meiden. “Punktypes, gewoon meiden van de straat, zonder kak.” 

Crack roken, dat had Wilan nog nooit gezien en hij wil dat ook wel eens proberen. “Na die ene keer proberen was ik de lul, dan wil je steeds meer. Basecoke is zo lekker, maar ook een groot monster. Nu denk ik: had ik het maar nooit gedaan! Ik nam steeds vaker een basepijpje en stopte met snuiven.” 

Leger des Heils 

Helaas wordt het team waarin Wilan werkt wegbezuinigd. Jammer, want hij heeft een mooie tijd gehad op de Zuidas. Van 2011 tot en met 2023 werkte hij met behoud van zijn WIA-uitkering als teamleider financiële begeleiding bij het Leger des Heils. Mensen met verslavingen en/of psychische problemen werden door zijn team thuis bezocht en ondersteund om hun financiën op orde te houden. Verder werkte Wilan ook nog bij de crisisopvang voor gezinnen van het Leger des Heils. 

Vrijwillig op straat 

Wilan is 23 jaar getrouwd geweest met J. Een jaar voor haar overlijden op 2 januari 2024 gaat het fout tussen hen en gaat het bergafwaarts met zijn leven. Na haar overlijden krijgt Wilan thuis angstaanvallen en rent de straat op. “Ik dacht ik ga dood en ben maar op straat gebleven.” Hij is nu meer dan twee jaar thuisloos en leeft vrijwillig op straat. 

Zijn huis had hij onderverhuurd met de wetenschap dat hij het toch zou kwijtraken door de huurschuld die hij al had opgebouwd. “Mijn dakloosheid is niet uit kommer en kwel, het is een bevrijding voor mij. Ik heb vrijheid, rust en een nieuwe manier van leven ontdekt.” Hij krijgt nog een huisje aangeboden, maar daar zegt hij nee tegen omdat het niet in Oost is. “Ik kon naar Osdorp. Met 65 andere mannen in een flat wonen. Het was een naargeestige éénkamerwoning. Als je de deur opendoet, loop je gelijk de gang met allemaal gebruikers op. Dan liever maar hoe het nu gaat.” 

Af en toe kan Wilan terecht bij twee hele lieve kennissen. Het zijn rustige mensen. Hij werkt, zij is kunstenares en ze gebruiken af en toe wel eens wat heroïne. Het zijn ‘gewoon’ old skool gebruikers en geen crack junkies.  

Hoe nu verder? 

Voorlopig is Wilan nog wel even in de lappenmand. Hij heeft nogal wat doorstaan aan operaties. Wilan heeft eigenlijk helemaal geen zin meer in crack en gebruikt al twee jaar geen heroïne en alcohol meer. Hij weet nog precies de datum, 1 maart, waarop hij ineens een afkeer kreeg van al deze shit. Wel gebruikt hij al jaren zijn onderhoudsdosis methadon van 90 mg. 

Op dit moment ervaart Wilan veel heftige somatische klachten. Eerst voelde hij zich onsterfelijk en zorgde hij goed voor zichzelf. Nu voelt hij zich ineens sterfelijk. Hij is, ondanks de pijnen, blij dat hij nu deze kans krijgt om weer aan te sterken.

De periode van ongeveer twee weken dat Wilan nog in het ziekenhuis is, wil hij goed gebruiken. Hij wil nadenken over wat hij nog wil gaan doen met zijn leven en of hij nog thuisloos wil zijn. “Qua financiën hoef ik mij in mijn leven geen zorgen meer te maken. Dat klinkt raar omdat ik nu mijn geld niet zelf mag beheren. Ik heb iedere maand een heel hoog inkomen en genoeg geld op mijn bankrekening, maar ik kan er gewoon niet bij.” 

Een plek voor zichzelf. Een klein huisje in Oost. Dat is waar Wilan nog op hoopt. Dan zou hij gewoon weer willen werken. Vrijwilligerswerk bijvoorbeeld. “Ik ben een punker in hart en nieren en niet die zakenman in driedelig pak. Ik heb altijd gespeeld dat ik een zakenman was, maar dat ben ik niet. Ik ben eigenlijk best wel tevreden met mijn leven zonder de drank en dope. De aanhouder wint.” 

Into My Arms 

I don’t believe in an interventionist God 
But I know, darling, that you do 
But if I did I would kneel down and ask Him 
Not to intervene when it came to you 
Not to touch a hair on your head 
To leave you as you are 
And if He felt He had to direct you 
Then direct you into my arms 
 
Into my arms, O Lord 
Into my arms, O Lord 
Into my arms, O Lord 
Into my arms 
 
And I don’t believe in the existence of angels 
But looking at you I wonder if that’s true 
But if I did I would summon them together 
And ask them to watch over you 
To each burn a candle for you 
To make bright and clear your path 
And to walk, like Christ, in grace and love 
And guide you into my arms  

Into my arms, O Lord 
Into my arms, O Lord 
Into my arms, O Lord 
Into my arms 
 
But I believe in love 
And I know that you do too 
And I believe in some kind of path 
That we can walk down, me and you 
So keep your candles burning 
And make her journey bright and pure 
That she will keep returning 
Always and evermore 
 
Into my arms, O Lord 
Into my arms, O Lord 
Into my arms, O Lord 
Into my arms 

Amsterdam, augustus 2026 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *