Het woonwagenkamp en de familie
Maria is in 1980 geboren in Amsterdam, op een woonwagenkamp. Haar moeder was toen pas zestien jaar. Haar vader en moeder trouwden toen haar moeder zwanger was van Maria. Het was geen gelukkig huwelijk. Beide ouders hadden een alcoholprobleem. Maria vertelt: “Ik haatte vooral de woensdagen en de zondagen. Want dat waren de dagen waarop mijn ouders naar de kroeg gingen en dronken thuiskwamen.” En als haar ouders dronken waren, waren er geheid ruzies thuis en was Maria degene die de boel moest opruimen en schoonmaken. Mede door mentale problemen kon haar moeder niet goed voor haar dochter zorgen. Haar moeder is ook een tijd opgenomen geweest in een psychiatrische kliniek.
Maria’s ouders gingen op een gegeven moment uit elkaar en haar vader hertrouwde. Maria heeft geen goede herinneringen aan haar stiefmoeder. Het klikte niet tussen hen beiden. Maria liep in die tijd een paar keer weg van huis. Uiteindelijk kocht haar vader een klein woonwagentje voor haar.
De oma van Maria die ook op het kamp woonde, was een grote steun voor haar kleindochter. Haar oma en opa namen haar vaak in bescherming en in de zomers namen zij haar zes weken mee met de kampeerwagen. Maria kreeg rust in de zomervakanties en was dan even weg van de stress en de ruzies. Zo heeft ze met haar opa en oma prachtige reizen door Europa gemaakt. “Dat zijn fijne herinneringen, de mooiste van mijn leven,” zegt ze. Maar toen Maria zestien was, gebeurde er iets verschrikkelijks: haar oma stierf.
Werk, kinderen en de liefde
Na de lagere school ging Maria werken. Ze heeft veel verschillende banen gehad. Bij de autosloperij van haar vader, bij winkels en bij een kapper. Dat laatste vond zij het allerleukste.
Toen Maria zestien jaar was, werd zij zwanger. Mede onder druk van haar vader besloot zij tot een abortus, waar het volgens de wet eigenlijk al te laat voor was. Kort daarna leerde ze een man kennen, van wie ze zwanger werd en ze kreeg een zoon. Ze trouwde met de vader en samen kregen ze nog een zoon. Helaas was het geen gelukkig huwelijk. Maria werd geslagen, zij ervoer geen respect van haar man en voelde zich niet vrij om met vriendinnen naar de disco te gaan. Na tien jaar gingen ze uit elkaar. Contact met haar familie heeft Maria niet meer, ze voelt zich door hen verstoten.
Met een nieuwe vriend kreeg Maria een tweeling, maar ook deze relatie hield geen stand. Daarna ontmoette zij een hele lieve man. “Mijn beste vriend,” zoals ze zegt. Met hem heeft ze een dochter. Helaas stierf haar lieve vriend aan een ernstige ziekte. Haar dochtertje is opgenomen in een gezin dat het meisje inmiddels geadopteerd heeft.
Maria raakte overspoeld door al deze verdrietige gebeurtenissen. Ze voelde zich ontzettend verdrietig, somber en alleen. Ze raakte aan de drugs en werd dakloos. Haar kinderen zag ze niet meer. Er is een tijd geweest dat het leven voor Maria zo zwaar was, dat ze er liever niet meer wilde zijn. Die gevoelens heeft zij niet meer. “Daar ben ik overheen gegroeid.”
Wat geeft kracht?
Elke dag denkt Maria aan haar familie: aan haar kinderen, aan het eerste kindje dat niet geboren mocht worden, aan haar vader en moeder en aan haar oma. Helaas zijn ook haar ouders inmiddels overleden. Op haar kamer heeft Maria een grote foto van haar vader hangen. Ze laat hem trots zien. Het is een prachtige foto! “Mijn vader was ontzettend streng voor mij,” zegt ze, “maar eigenlijk had hij wel gelijk. Het was een hele lieve man.” Van haar oma krijgt ze dagelijks ‘tekens’ en ‘aanwijzingen’ die haar goed doen. Zoals: zorg goed voor jezelf! Ze noemt haar oma ‘mijn engel’.
“Mijn kracht is dat ik vooruitkijk,” zegt Maria. “Ik wil niet meer denken aan alle nare dingen die mij overkomen zijn. Wat heb ik daaraan? Rust doet mij goed. Ik vind het belangrijk om mezelf goed te verzorgen en mijn kamer opgeruimd en netjes te houden. Ik kijk heel graag naar mooie films.”
Dromen
Maria houdt haar dromen. Ze vertelt: “Vroeger maakte ik graag sieraden. Dat zou ik wel weer willen doen en dan in een leuk kledingwinkeltje werken. En ik heb nog een droom: de beschermde woonvorm heeft mij rust gegeven. Maar het voelt niet helemaal als mijn huis. Mijn droom is om ooit een huisje te hebben voor mezelf. En ik droom ervan om naar Amerika te gaan, naar de mooie stranden op Miami.”
“Maar mijn aller, allergrootste droom is dat ik mijn kinderen weer zal zien!”
Amsterdam, september 2026
