“Het zijn in Paramaribo geeft een goed gevoel.”

Opgetekend door: Marleen ter Haar Romeny

Het levensverhaal van Raymond

 Raymond is het liefst in zijn geboortestad Paramaribo, maar hij is ook tevreden met het leven dat hij nu in Amsterdam leidt. Een man die alles had en ook alles verloor. Maar zijn veerkracht en plezier verlaten hem nooit! 


Raymond heeft een vriendelijk gezicht met pretoogjes. Als hij lacht, lachen zijn ogen ook. Hij ziet er stoer uit met zijn petje op en een mooi beige jackie dat nonchalant openhangt. Enthousiast begint hij te vertellen. Op 10 januari 1966 is hij geboren in Paramaribo, Suriname. Hij is de oudste. Na hem komen nog vier zusjes en hij heeft ook nog zes of zeven halfbroers van zijn vader. Zijn ouders zijn al vroeg gescheiden en Raymond en zijn zusjes wonen samen met hun moeder. Zijn vader woont iets verderop in dezelfde straat. “Mijn moeder zorgde goed voor mij, al was ze ook een streng mevrouwtje.” 

Jeugdjaren in Paramaribo 

Overdag gaat Raymond naar de crèche omdat zijn moeder dan aan het werk is. Verder speelt hij veel buiten. Hij houdt van voetballen op straat en moedigt ook graag de Surinaamse teams aan. 
Raymond is dol op zijn opa en oma en is vaak te vinden op hun erf. “Oma trakteerde ons altijd. Opa was ook heel lief. Hij was lasser en ik hielp hem. Zo verdiende ik wat geld.” Raymond is dan een jaar of tien. Hij gaat ook vaak een potje kaarten met opa en vrienden. Met mannen onder elkaar spelen, lachen en ook drinken. Er komt altijd een grote fles bier op tafel en als die op is, komt er weer een nieuwe. “Opa dronk de hele dag, vooral sterke drank. Hij werd er heel vrolijk van.” 

Als Raymond aan Paramaribo denkt, denkt hij met een glimlach op zijn gezicht ook aan rijst, pom, kousenband en nasi. Eten waar hij van houdt.  

Naar Nederland 

Raymond maakt de lagere school af, tot en met de zesde klas. Dan verlaat hij Suriname en vertrekt naar Nederland. Zijn moeder is hem al vooruitgereisd en gaat aan de slag als verpleegkundige. In 1980 laat ze eerst Raymond en daarna zijn zusjes overkomen. Met elkaar wonen ze in Holendrecht, Amsterdam. 
Raymond wil weer naar school en begint op de lts. “Ik pakte altijd tram 10 en reed mee tot de eindhalte. Daar was mijn school in de buurt.” 

Hij leunt wat naar achteren om beter te kunnen nadenken over die tijd. Ondertussen duwt hij een suikerklontje door de nauwe flessenhals van een fles spa rood en zet die daarna aan zijn mond. “Ik had veel vrienden daar. Op school vond ik vooral timmeren leuk. Maar ik leerde ook om het onderhoud van machines te doen. Eigenlijk ben ik timmerman, monteur én lasser geworden.” In de vierde klas doet hij herexamen maar dat haalt hij niet. Hij gaat van school. “Ik zat thuis en kreeg een uitkering. Die was zo goed dat ik eigenlijk geen motivatie had om te gaan werken.” Hij heeft wel tijdelijke baantjes via een uitzendbureau als monteur. Printers en andere machines zijn bij hem in goede handen.  

Het gezin is inmiddels verhuisd naar Haarlem. Raymond krijgt verkering met een Marokkaans meisje dat bijna dagelijks bij hen thuis in Haarlem is. Zijn moeder is ook dol op haar. Zijn relatie gaat na een tijdje uit en Raymond gaat op zichzelf wonen in Haarlem. Hij betaalt de huur grotendeels van het geld dat hij van de sociale dienst krijgt. Het is een fijne plek met twee kamers, een balkon en zelfs een tuintje. Hij houdt van stappen en kan goed dansen. Zijn ogen lichten op als hij het over dansen heeft. Hij is dan ook vaak te vinden in de plaatselijke discotheek en drinkt er een Bacardi Cola of een biertje. 

Nieuwsgierig geworden door een vriend die dope rookt, begint Raymond daar ook aan. Hij is dan 29 jaar. Geld voor zijn dagelijkse dope komt van de sociale dienst en soms ook van zijn moeder of een van zijn zusjes.  

Dromen van Suriname… En gaan 

Raymond leunt weer naar achteren en kijkt dromerig. “Ik wilde zo graag weer naar Suriname. Mijn spieren zitten vast, maar als ik daar ben…dan wordt alles soepeler. Dan komt er ook weer wat vet op de botten. Ik was gelukkig daar.” 
De gedachte aan Suriname laat hem niet meer los en Raymond begint met gokken in het casino in Haarlem, in de hoop geld voor een ticket te winnen. “Een ticket kostte wel 1000 gulden. Ik heb bijna twee jaar gegokt, maar er gebeurde niks, behalve dat ik veel geld verloor.”  

Hij wordt rusteloos. Amsterdam trekt en hij gaat er bijna elke dag heen om lekker op de Zeedijk rond te lopen. Dan besluit hij de sleutel van zijn huis in Haarlem in te leveren. Hij vraagt een lening aan, koopt een ticket en vliegt naar Suriname. “Mijn ticket was een maand geldig, maar ik ben een half jaar gebleven. Ik woonde bij mijn opa en oma. Uiteindelijk heeft mijn moeder mijn ticket naar Nederland betaald.” Terug in Amsterdam kan hij terecht in de woning van een kennis van een vriend. “Ik werd lui. Ik kreeg een uitkering, ik rookte, ik deed niet veel.”  

Ik geef een acht voor mijn leven 

Inmiddels woont Raymond alweer vijftien jaar in een beschermde woonvoorziening. Hij is blij met zijn kamer en met wat leefgeld. Hij rookt nog altijd dope en is veel buiten te vinden. Zijn leven geeft hij een acht. 

Raymond knijpt zijn ogen een beetje samen als hij vertelt over de relatie met zijn familie: “Mijn zussen zie ik niet veel, hun kinderen ook niet. Mijn opa en oma zijn nu overleden. Mijn vader is vroeger één keer bij ons op bezoek geweest in Nederland. Vijf jaar geleden is hij overleden. Oh, en ik hou van kinderen! Maar ik wil liever niet vertellen of ik zelf kinderen heb. Dat is te ingewikkeld.”  

Mooie momenten en eigen baas  

Vorig jaar is Raymond weer voor een maand naar Suriname gegaan. “Dat was een mooi moment. Ik ben teruggegaan naar ons oude huis, naar ons oude erf. Het zijn in Paramaribo geeft een goed gevoel! Mijn jeugd daar had ik wel weer opnieuw willen doen. Ik kan me ook nog de buschauffeur uit mijn jeugd herinneren. Hij gaf me kracht. Hij zei altijd: ‘Als je wil, gaan we gewoon nog een rondje!’”  

Raymond gaat stralen als hij zijn levensles deelt. “Mijn eigen baas zijn. Ik ben een sterke man en laat me door niemand iets vertellen!” 

Vliegen naar de hemel 

Over de dood denkt Raymond niet echt na en hij spaart ook niet voor zijn uitvaart. Op de vraag of hij voor een begrafenis of crematie zou kiezen, zegt hij: “Geen crematie, want ik hou er niet van dat mensen met huid en al verbrand worden.” Op de begrafenis moet in ieder geval reggaemuziek gedraaid worden. 

“Maar het allerliefst zou ik naar de hemel willen vliegen!” 

Amsterdam, september 2026 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *