“Het besef is er nog niet, dat ik er over twee à drie maanden niet meer ben.”

Opgetekend door: Diana Voorbij

Het levensverhaal van Frank

Op een doordeweekse avond, in een kleine kamer op de achtste etage van een Amsterdams ziekenhuis, ontmoet ik Frank. Hij wil zijn verhaal graag delen. 


Ernstig ziek 

Twee weken geleden hoorde Frank dat hij ernstig ziek is. Eerst werd hij opgenomen in het ziekenhuis in West, en nu verblijft hij op een transferafdeling in Oost. 

Frank vertelt: “Op 17 augustus ben ik jarig. Ik wil mijn verjaardag nog halen; ik ben nu vijfenzestig jaar. Ik ben vijfentwintig kilo afgevallen, vel over been. Heb je mensen gezien uit het concentratiekamp? Zo ben ik nu. Het duurt niet zo lang meer voordat ik overlijd.  

“Ik moet naar een hospice. Ik heb alvleesklierkanker. Chemo hebben ze me afgeraden in verband met mijn lichamelijke conditie, en dan houdt het op. Je staat er nooit bij stil dat het je kan treffen. Je denkt altijd, dat gebeurt bij de buurman. 

“Het besef is er nog niet, dat ik er over twee à drie maanden niet meer ben. Het wordt natuurlijk wel steeds erger. We zien wel waar het schip strandt. Ze hebben de pijn beheersbaar gemaakt. Het is nu wel te dragen. Nu kan ik niet goed tegen pijn; maar mannen huilen niet, en huilen helpt toch niet. Ik ben pragmatisch ingesteld.”  

Zelfmoordpoging 

Drie maanden geleden deed Frank uit wanhoop een zelfmoordpoging, omdat hij zich zo ziek voelde en nergens terecht kon. Niemand wilde hem opnemen.  

“Ik heb toen thuis 113 gebeld en ben naar een psychiatrische afdeling in West gebracht. Ik zat met mijn handen in mijn haar en ik wist niet waar ik het zoeken moest van de pijn. Dat is een rotpijn hoor in mijn botten. Later kwamen ze erachter hoe ziek ik was. Ze hebben me daar twee maanden gehouden. Na bloedonderzoek zagen ze dat mijn suiker veel te hoog was. 

“Daarna kwam ik hier in het ziekenhuis in Oost. Ik onderging een CT-scan en daar bleek dat het serieus was. Toen heb ik wel gehuild, want ik schrok van het woord kanker. Ik dacht dat ik iets aan mijn lever had, of aan mijn nier. Mijn zusje heeft ook gehuild, je bent zo machteloos. 

“Toen ik twintig jaar geleden bij de GGD liep heb ik te horen gekregen dat ik diabetes heb, ik woog toen 125 kilo. Voor medicatie had ik altijd te maken met de GGD, en ik kreeg er medicijnen mee voor twee weken. Je krijgt drie of vier keer per jaar een screening. Wie weet hoe lang die tumor er al zit. 

“Zelfs mijn huisarts heeft niet opgelet. Ik denk dat ze heeft gedacht; ‘dat is een verslaafde, die wil alleen aandacht’. Als het aan haar had gelegen dan was ik nog niet opgenomen geweest.” 

Spaarndammerbuurt 

“Mijn leven begon in de Spaarndammerbuurt. Ik heb een broer die acht jaar ouder is, een zus van vier jaar ouder, en een zus van vier jaar jonger. Ik was een baldadig type en had maling aan autoriteiten. Ik zat op de Van Noortschool, maar had geen respect voor de meester. 

“Met acht, negen jaar was ik totaal losgeslagen. Mijn moeder vond het niet erg als ik niet naar school ging. Ik ben twee keer van school weggestuurd, toen was ik populair. Maar je komt er niet ver mee. Later had ik daar last van. 

“Van mijn moeder mocht ik alles, maar mijn vader wilde er discipline in hebben. Ze hadden altijd ruzie. Toen ik dertien was, ging ik ertussenin staan omdat ze elkaar te lijf wilden gaan. 

“Ik heb altijd in de Spaarndammerbuurt gewoond en heb daar nog steeds mijn woning, maar ik kan niet meer terug.” 

Justitie 

“Veel discipline heb ik niet van huis meegekregen, en dan deed je allemaal dingen die niet goed waren. Ik had veel oudere vrienden, daar keek ik tegenop. Het was altijd kattenkwaad uithalen. Ik was niet gauw bang. Maar ja, als je van school af bent, dan heb je daar niet veel meer aan. Het brengt je alleen maar narigheid. 

“Ik kwam met justitie in aanraking. Ik had een hoop woede in mij. Ik weet niet waarom ik boos was. Toen ik zeventien jaar was, had ik een keer gedronken en veel geld verloren met dobbelen. Ik had met een vriend iemand op straat geslagen, en toen moest ik twee weken naar de gevangenis van Scheveningen. We kwamen voor de kinderrechter. Ik deed rare dingen als ik alcohol gedronken had. Nu drink ik niet meer. Mijn ogen gaan altijd open, maar altijd te laat. Ik ben er ook niet trots op hoor, op dat soort dingen.” 

Drugs als grote liefde 

Een serieuze relatie of kinderen heeft Frank nooit gehad. Hij vertelt hierover: “Mijn grote liefde was de drugs. Ik was zeventien jaar, en in de kroeg verborg een dealer een zak heroïne achter een traploper. Eén van onze vrienden had dat gezien. Later heeft hij die zak meegenomen en liep ermee rond om het uit te delen. Dus gingen wij allemaal gebruiken, snuiven. 

“Ik heb zoveel gemist. Ik had ook een vrouw willen hebben, en kinderen, kleinkinderen, een koophuis en een leuke auto. Maar de trek was zo sterk, ik kon mezelf niet in bedwang houden. Je bent continu bezig om geld te verdienen, een dagtaak is dat. Honderdvijftig gulden, de hele dag bezig, en dan zet je de spuit.”    

Altijd welkom thuis 

“Ik was het zwarte schaap, maar was altijd welkom thuis. Dat gebruik heeft mijn moeder ook mogelijk gemaakt. Praten was er niet veel bij, maar ze klaagde wel over mijn vader. 

“Mijn moeder deed alles voor me. Van mijn vader kreeg ik altijd geld. Hij had de financiële kant, mijn moeder de lieve kant. 

“Mijn vader dacht, voor ik verslaafd raakte, hij komt er wel. Dat was natuurlijk een teleurstelling voor hem en voor mijn moeder ook. Ik was een beetje het oogappeltje van mijn moeder. Aan de andere kant, zolang ik verslaafd was, kwam ik ook vaak over de vloer. Zodoende was ze niet alleen met mijn vader. 

“Maar wat konden mijn ouders doen? Ze waren machteloos. Er waren veel verslaafden die uit de prullenbakken aten, dat wilden ze helemaal niet voor mij. Toen eerst mijn moeder en later mijn vader overleden waren, moest ik wel een keuze maken. Ik ging voor drie maanden naar een afkickkliniek, na ruim vijfentwintig jaar te hebben gebruikt.” 

Rust 

Als ik vraag of er ooit rust was in zijn leven, kijkt Frank mij een ogenblik vragend aan en antwoordt: “Wat bedoel je met rust? Toen ik vijftig werd, stopte ik met harddrugs. Daarvoor heb ik tien jaar bij de heroïnekliniek van de GGD gelopen. Ik hoefde er alleen maar vier keer per dag heen te rijden. Dat scheelde een hele hoop geld. Ik ging sparen voor kleding en andere dingen. Je vader en moeder zijn er niet meer, dus toen moest ik wel. Daarna heb ik drie maanden in die afkickkliniek gezeten. Ik ben gestopt en kreeg methadon. Door de drugs heb je een muurtje om je heen gebouwd. Ik weet me van bepaalde gebeurtenissen niks te herinneren, en het rare is, ik heb ook niet kunnen huilen.” 

De beste herinneringen 

De beste herinneringen heeft Frank aan de tijd net voordat hij verslaafd raakte. Hij vertelt hierover: “Ik ging toen met een groepje met de auto op vakantie naar Spanje. Dat was een leuke tijd. Want daarna is het allemaal naar de ratsmodee gegaan. Ik heb het idee dat ik mijn leven heb verspeeld. Ik heb niks nuttigs gedaan. Alleen maar nare dingen voor mezelf, en nare dingen voor andere mensen. En nu is het over.” 

God 

Op sommige momenten zocht Frank steun bij God. “Ik bad op mijn manier maar ik kreeg geen antwoord. Dat is moeilijk als je niet gelooft, dat is hypocriet. Als ‘t slecht gaat dan ga je om hulp vragen. Je denkt dat God een persoon is. Normaal vraag je nooit wat, maar alleen als je het moeilijk hebt. 

“Ik heb gebeden voor ik naar bed ging. Zoals ik weleens gezien had, met mijn handen gevouwen, want ik wist niet precies hoe ik moest bidden. Ik heb hardop gesproken, maar als het geen direct resultaat heeft houd ik het snel voor gezien. Ik bad ook; ‘God help me van deze verslaving af’. Toen ik vijfentwintig jaar was wilde ik er al mee ophouden, maar het was te laat. Ik ben nu vijfenzestig. Het maakt nu niets meer uit. Drugs, alcohol, gokken, er heeft altijd iets in gezeten. Ik ben heel verslavingsgevoelig. Maar het komt altijd achteraf, die wetenschap.” 

Afscheid 

Over zijn afscheid heeft Frank nog niet zo goed nagedacht. “Het is nog niet helemaal binnengekomen. Muziek? Nee, niet over nagedacht. 

“Ik denk toch niet dat er veel mensen komen. Ik heb geen vrienden en wat ze draaien, daar ben ik toch niet bij. Ik moet er natuurlijk wel over na gaan denken. Wel zou ik bij mijn ouders in hetzelfde graf begraven willen worden.”  

Nalatenschap 

Als laatste boodschap wil Frank ons meegeven: “Het is mogelijk om te stoppen, dat weet elke gebruiker wel. Verder heb ik niet zoveel te zeggen. Ik zou het niet weten. Ik ben een open boek, ze weten alles van mij.” 

Hij begrijpt dat het ook een troost kan zijn om deze wereld te verlaten, omdat er zo veel geweld en onrecht is richting de meest kwetsbaren, waaronder dieren.Ik kan niet kijken naar dierenleed. Een mens is in staat om zich te verdedigen.” 

Ook wil hij nog laten weten dat hij een mooi bedrag nalaat aan een instelling voor dierenwelzijn. Voor de opvang van honden en katten. Het voelt goed voor Frank om iets bij te kunnen dragen. 

“Ik heb veel mensen schade berokkend, en ik kan deze mensen niet meer terugvinden. Op deze manier wil ik iets positiefs bijdragen en iets goeds doen voor de gemeenschap.” 

Hospice 

Frank ging kort na het gesprek naar een hospice, waar ik hem bezocht. Op zijn kamer had hij een prachtige bos bloemen met een kaart erbij. Gekregen van zijn buren thuis, die hadden gehoord van zijn situatie.  

In juli, een paar weken voor zijn verjaardag, is Frank overleden.  

Amsterdam, mei 2025 

2 comments on “Frank

  • Linda Gerrits-Stoop says:

    Mooi verhaal, maar Frank is op 25 juli overleden. Hij heeft z’n verjaardag niet gehaald, wat hij zo hoopte. Wel hebben we als naaste familie nog een mooie dag in Egmond aan Zee & Schoorl gehad met hem. Met de Wensen Ambulance, onvergetelijk.

    Reply
  • redactie Walk of Life says:

    Beste Linda, bedankt dat u ons hierop heeft gewezen. Het verhaal is aangepast. Veel sterkte, redactie Walk of Life

    Reply

Laat een antwoord achter aan redactie Walk of Life Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *